Executiegeschillen bij verdeling van gezamenlijk vastgoed
Voorzieningenrechter blokkeert executieveiling woning in slepend vastgoedconflict
Twee ex-partners zijn na het einde van hun relatie in 2018 verwikkeld geraakt in een strijd over vijftien commerciële huurpanden in Rotterdam die zij gezamenlijk bezitten. Sinds 2020 lopen hierover diverse procedures. Het gerechtshof Den Haag heeft de panden in een bodemprocedure aan de vrouw toegedeeld tegen betaling van ruim € 1 miljoen aan overwaarde, maar de man heeft cassatie ingesteld. Inmiddels lopen bodemprocedures, kort gedingen en cassatie tegelijk.
De man escaleert langs twee sporen. Persoonlijk executeert hij een onherroepelijk kortgedingarrest van het hof Amsterdam — € 42.475 aan achterstallige huuropbrengsten plus kosten — en laat hij een executieveiling inplannen voor 19 maart 2026 van de Amsterdamse woning waar de dochter van de vrouw met haar kinderen woont, onder wie een minderjarige. Via zijn BV executeert hij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard bodemvonnis van de rechtbank Amsterdam voor € 200.000 vermeerderd met rente en proceskosten, en legt hij beslag op bankrekeningen, zeven panden aan de PC Hooftstraat en gelden onder de deurwaarder.
De vrouw dagvaardt in twee parallelle kort gedingen, beide behandeld en beslist op 6 maart 2026 door dezelfde Rotterdamse voorzieningenrechter.
Rechter fileert kostenclaims en wijst verkapt appel af
In het eerste kort geding erkent de voorzieningenrechter dat de executie op zichzelf rechtmatig was: de vrouw had niet tijdig betaald en er is geen misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW. Maar de ter zitting overgelegde kostenspecificatie van de man — opgesteld door hemzelf — houdt grotendeels geen stand.
Van de gevorderde € 73.913 aan bijkomende kosten resteert na toetsing € 21.315. De rente is onvoldoende onderbouwd. De dwangsommen worden van € 44.500 teruggebracht naar € 1.000: de vrouw gaf de opdracht tot doorbetaling van huurpenningen weliswaar twee dagen te laat, maar zij deed het wél — de wijze waarop “verdient niet de schoonheidsprijs”, aldus de voorzieningenrechter. Veilingkosten, notariskosten en kadastrale kosten blijven staan. Van de advocaatkosten van € 13.552 neemt de rechter 50% mee. Totaal verschuldigd inclusief hoofdsom en depots: € 82.588,93. Zodra dat bedrag is betaald, moeten alle beslagen worden opgeheven en de veiling gestopt — op straffe van een eenmalige dwangsom van € 150.000.
De reconventionele vordering van de man om via dit kort geding alsnog € 144.244 te incasseren strandt. Een eerder Rotterdams vonnis dat het eigenbeslag van de vrouw ophief was niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor het hoger beroep de tenuitvoerlegging schorst. De man probeert die situatie te doorbreken, maar de voorzieningenrechter kwalificeert dat als verkapt appel waarvoor in een executiegeschil geen plaats is.
In het tweede kort geding tegen de BV speelt een vergelijkbare dynamiek. De BV claimt € 243.597, maar erkent ter zitting dat zij voor het meerdere boven € 236.616 geen titel heeft. Een beroep op een bereikte schikking faalt: de deurwaarder deed namens de BV een tegenvoorstel — € 1.500 extra — dat de vrouw niet accepteerde. Geen wilsovereenstemming, oordeelt de rechter. De BV moet na betaling van € 236.616,30 alle beslagen opheffen en het wordt haar verboden verdere executiemaatregelen te treffen totdat eindarrest is gewezen of partijen een regeling treffen.
Wat betekent dit voor partijen die executiemaatregelen treffen of ondergaan?
Een executoriale titel geeft recht op tenuitvoerlegging, maar de voorzieningenrechter bewaakt de grenzen — zeker wanneer een woning met minderjarigen op het spel staat. Opgeblazen kostenclaims, ononderbouwde renteposten en pogingen om via een executie-kort geding een eerder vonnis te omzeilen, werken averechts. De rechter benoemt de “actief bestaande procedeerbereidwilligheid” van met name de executant en compenseert in beide zaken de proceskosten. Lees meer over executiegeschillen op de pagina over commercial litigation en de eerdere besprekingen van executie en huurbeding en de grenzen aan executie bij boetebedingen.
onderbouw iedere executiepost afzonderlijk met stukken, en reken niet op een executieveiling als hefboom om meer te incasseren dan waarvoor een titel bestaat. Wie dat wel doet, riskeert niet alleen afwijzing van de opgeblazen posten maar ook een dwangsom als stok achter de deur. Bij ex-partners speelt naast de executie bijna altijd de vraag wie welke inleg in de woning terugkrijgt. Die vermogensrechtelijke afwikkeling verloopt langs een heel ander spoor, dat is uitgewerkt in vergoedingsrechten na een relatie.
Veelgestelde vragen
Kan de voorzieningenrechter een executieveiling tegenhouden?
Ja. In een executie-kort geding kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging schorsen of aan voorwaarden verbinden als de executant misbruik van bevoegdheid maakt of als een belangenafweging daartoe noopt. Dat gebeurt bijvoorbeeld als de executant meer probeert te incasseren dan waarvoor een titel bestaat, of als de gevolgen van de executie disproportioneel zijn.
Wat is een verkapt appel in een executiegeschil?
Van een verkapt appel is sprake als een partij via een nieuw kort geding probeert een eerdere rechterlijke beslissing te omzeilen — bijvoorbeeld door in een executiegeschil te vorderen wat in wezen neerkomt op het alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren van een eerder vonnis. De voorzieningenrechter wijst dergelijke vorderingen af: daarvoor is het hoger beroep de aangewezen weg.
Wat houdt het prognoseverbod in bij een lopend hoger beroep?
Het prognoseverbod betekent dat de voorzieningenrechter in kort geding niet vooruit mag lopen op de uitkomst van een lopend hoger beroep. Bij executiegeschillen beperkt dit de ruimte om verdergaande maatregelen te treffen. De rechter kan wel de grenzen van de bestaande titel bewaken, maar niet anticiperen op wat het hof in appel zal beslissen.
Voorzieningenrechter rechtbank Rotterdam 6 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2315 en ECLI:NL:RBROT:2026:2318.
Rechtbank Rotterdam 6 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2315.
Aangehaalde rechtspraak
Rechtbanken: ECLI:NL:RBROT:2026:2315 · ECLI:NL:RBROT:2026:2318
Lees ook
- Beslag en executie
- Vergoedingsrechten na een relatie: waarom samenwoners vaak met lege handen staan
- Bewijsbeslag begrenst inzagerecht niet: Hoge Raad verduidelijkt art. 843a Rv
- Loonbeslag geldig maar treft geen doel: verklaringsprocedure
- Curator vangt bot: overname klantenbestand onvoldoende onderbouwd
- Insolvency & Enforcement — meer over dit rechtsgebied
- Een arbitraal vonnis tegen een staat uitvoeren in Nederland