Inleiding
Conflicten die ontstaan binnen of rondom een vennootschap, tussen aandeelhouders onderling, tussen aandeelhouders en bestuurders, of tussen de vennootschap en haar bestuurders. Soms gaat het om geld, soms om zeggenschap, en soms om beide. Als de verhoudingen zijn verstoord en de onderneming eronder lijdt, biedt het vennootschapsrecht krachtige instrumenten, maar ze vereisen de juiste timing en strategie. Vaak kan hetzelfde conflict langs verschillende wegen worden aangepakt, en juist die keuze bepaalt hoe snel en met welk resultaat een impasse wordt doorbroken. Wat de meeste kans van slagen heeft, hangt af van het doel: onderzoek naar het beleid, herstel van zeggenschap, een definitieve scheiding of financiële genoegdoening. Hieronder de situaties die zich het vaakst voordoen, met per situatie de route die tot het doel leidt.
Een aandeelhouder wordt klemgezet
Twee aandeelhouders die het fundamenteel oneens zijn kunnen een onderneming lamleggen: besluiten worden geblokkeerd, winstuitkeringen stokken en de samenwerking raakt onwerkbaar. Voor die impasse bestaat een wettelijke geschillenregeling met twee tegengestelde uitkomsten. De ene aandeelhouder kan worden gedwongen zijn aandelen over te dragen (uitstoting), of juist zelf uittreden en de overname van zijn aandelen afdwingen. In beide gevallen is medewerking van de tegenpartij niet vereist: de rechter kan de overdracht opleggen. Het werkelijke gevecht gaat daarna zelden nog over het of, maar over de waarde van de aandelen en de peildatum waartegen die wordt bepaald. Bij uittreding kan de prijs bovendien billijk worden verhoogd wanneer gedragingen van de medeaandeelhouders de waarde van de aandelen hebben gedrukt.
Meer over aandeelhoudersgeschillen
Twijfel over het beleid vraagt om ingrijpen
De enquêteprocedure is het meest ingrijpende instrument van het vennootschapsrecht, en verloopt bij de Ondernemingskamer. Aandeelhouders die aan de kapitaaldrempel voldoen, vakbonden en, na faillissement, curatoren kunnen een onderzoek naar het beleid verzoeken. Ziet de rechter gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen, dan kan hij onmiddellijk ingrijpen: bestuurders schorsen, een tijdelijk bestuurder of commissaris aanstellen, of van de statuten afwijken. Dat kan binnen weken, wat de procedure ook als drukmiddel effectief maakt. De onmiddellijke voorzieningen zijn in de praktijk vaak het keerpunt, omdat zij de verhoudingen meteen verschuiven. Pas in de tweede fase kan de rechter wanbeleid vaststellen en voorzieningen treffen, wat kan doorwerken in de vraag naar aansprakelijkheid van de betrokkenen.
Een bestuurder heeft de vennootschap of schuldeisers benadeeld
Een bestuurder handelt voor rekening van de vennootschap, maar kan onder omstandigheden persoonlijk worden aangesproken wanneer hij zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Dat kan langs drie wegen: intern door de vennootschap zelf bij een ernstig verwijt, door schuldeisers wanneer hij namens de vennootschap verplichtingen aanging waarvan hij wist dat zij niet konden worden nagekomen, en na faillissement door de curator wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. Telkens geldt een hoge drempel: een onhandige of achteraf verkeerde beslissing is nog geen grond voor aansprakelijkheid, vereist is een persoonlijk en ernstig verwijt. De uitkomst wordt dan ook zelden bepaald door de norm zelf, maar door de bewijspositie, de vraag of de administratie op orde was en of aan de bestuurder decharge is verleend.
Meer over bestuurdersaansprakelijkheid
Een commissaris heeft onvoldoende toezicht gehouden
Een commissaris houdt toezicht op het bestuur en kan, wanneer dat toezicht ernstig tekortschiet, op vergelijkbare voet als een bestuurder aansprakelijk zijn. De lat ligt hoog, maar niet buiten bereik: wie duidelijke signalen negeert, niet doorvraagt terwijl de risico's kenbaar waren, of blijft vertrouwen op het bestuur waar ingrijpen geboden was, kan zijn taak verwijtbaar hebben verwaarloosd. Bepalend is wat de commissaris wist of behoorde te weten, en of hij daarop heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend toezichthouder mocht worden verwacht. Naarmate de signalen ernstiger zijn en de belangen groter, verschuift zijn rol van toezien naar actief ingrijpen. De aansprakelijkheid van een commissaris staat daarbij zelden op zichzelf, maar komt vaak op naast die van het bestuur wanneer hetzelfde tekort beiden raakt.
Meer over aansprakelijkheid van de RvC
Twee vennoten in een VOF of maatschap liggen overhoop
Anders dan een BV heeft een personenvennootschap geen aandelen en geen rechtspersoonlijkheid, waardoor een conflict tussen vennoten langs een geheel eigen route loopt. Loopt de samenwerking onherstelbaar vast, dan kan de rechter de vennootschap ontbinden wegens gewichtige redenen, of een enkele vennoot laten uittreden zodat de anderen de onderneming kunnen voortzetten. Het venijn zit meestal in de afwikkeling: de vennoten blijven hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden die tijdens de vennootschap zijn ontstaan, ook na hun vertrek, en over de waardering en de eindafrekening wordt vaak het hardst gestreden. De aankomende Wet modernisering personenvennootschappen herziet dit terrein en wijzigt onder meer de regels over toe- en uittreding en aansprakelijkheid.
Meer over geschillen tussen vennoten
Een conflict binnen een stichting of vereniging
Bij een stichting of vereniging ontbreekt een aandeelhoudersvergadering die het bestuur kan corrigeren, waardoor een conflict over het bestuur langs een eigen weg moet worden beslecht. Bij een stichting kan de rechtbank een bestuurder ontslaan wegens taakverwaarlozing, wanbeheer of andere gewichtige redenen, en zelf in de opengevallen plaats voorzien zodat de organisatie bestuurbaar blijft. Zo'n ontslag kan worden verzocht door een belanghebbende of door het Openbaar Ministerie. Daarnaast draaien geschillen vaak om de geldigheid van genomen besluiten, bijvoorbeeld wanneer de statutaire of wettelijke spelregels niet zijn gevolgd. Sinds de WBTR gelden bovendien scherpere normen voor de taakvervulling en de aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders, en zijn de ontslaggronden bij de stichting verruimd, ook in de not-for-profitsfeer.
Meer over het stichtingenrecht
De jaarrekening klopt niet
Meent een belanghebbende dat een jaarrekening niet voldoet aan de wettelijke voorschriften, dan kan de Ondernemingskamer worden gevraagd de rechtspersoon te bevelen die opnieuw in te richten volgens aanwijzingen van de rechter. De procedure staat open voor wie een redelijk belang bij een juiste jaarrekening heeft en kent een eigen, betrekkelijk korte doorlooptijd. Zij is zelden een doel op zich: een onjuiste of onduidelijke jaarrekening wordt vaak aangevochten als opmaat naar of onderbouwing van een aansprakelijkheids- of enquêteprocedure, omdat de cijfers licht kunnen werpen op dieperliggende problemen binnen de onderneming. De uitspraak werkt bovendien door buiten de procedure, omdat crediteuren en medeaandeelhouders zich op een gecorrigeerde jaarrekening kunnen beroepen bij hun eigen beoordeling van de onderneming.
Meer over de jaarrekeningprocedure
De ondernemingsraad stelt beroep in
Wanneer een ondernemingsraad meent dat zijn adviesrecht bij een belangrijk besluit is geschonden, staat voor hem beroep open bij de Ondernemingskamer. De toets is terughoudend: de rechter beoordeelt niet of het besluit verstandig is, maar of de ondernemer in redelijkheid daartoe heeft kunnen komen en of het adviestraject zorgvuldig is doorlopen. Vooral bij reorganisaties, overnames en besluiten met gevolgen voor de werkgelegenheid is die toets van belang, omdat daar het belang van de onderneming en dat van de werknemers het scherpst tegenover elkaar staan. Slaagt het beroep, dan kan de Ondernemingskamer de ondernemer verplichten het besluit in te trekken of de gevolgen ervan ongedaan te maken.
Meer over de WOR-procedures bij de OK
Procedures bij de Ondernemingskamer
Sommige vennootschappelijke geschillen worden niet beslecht met een gewone vordering bij de rechtbank, maar via een eigen procedure bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam, de gespecialiseerde rechter voor ondernemingsrechtelijke geschillen. Het gaat om een reeks uiteenlopende procedures: van de enquête naar het beleid, de geschillenregeling en het uitkooprecht, tot de jaarrekeningprocedure, het beroep van de ondernemingsraad en de rol bij fusie en splitsing. Welke route past, hangt af van het doel: onderzoek, een definitieve scheiding of het terugdraaien van een besluit. Elke procedure kent een eigen ontvankelijkheidsdrempel, bewijslast en doorlooptijd, en juist die verschillen bepalen welke route in een concreet geschil het meeste oplevert.