Naar inhoud

Stichtingenrecht: bestuur, ontslag en besluiten

Inleiding

De stichting en de vereniging zijn rechtspersonen zonder aandeelhouders, waardoor conflicten er anders verlopen dan bij een BV. Er is geen algemene vergadering van aandeelhouders die het bestuur kan corrigeren, dus grijpen de wet en soms de rechter in. Geschillen gaan doorgaans over het ontslag van een bestuurder, over de geldigheid van besluiten en over het toezicht op het bestuur en de aansprakelijkheid van bestuurders.

Ontslag van een bestuurder door de rechter (art. 2:298 BW)

Een bestuurder van een stichting kan door de rechtbank worden ontslagen op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie (art. 2:298 BW). Sinds de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen zijn de gronden verruimd: naast handelen in strijd met de wet of de statuten en financieel wanbeheer gelden nu ook taakverwaarlozing, andere gewichtige redenen en een ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld. De lat ligt niettemin hoog: niet elk meningsverschil rechtvaardigt ontslag. Na het ontslag kan de rechter voorzien in de opengevallen plaats (art. 2:299 BW).

Nietige en vernietigbare besluiten

Besluiten van het bestuur of van een ander orgaan kunnen nietig zijn wegens strijd met de wet of de statuten (art. 2:14 BW), of vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid of met de totstandkomingsvoorschriften (art. 2:15 BW). Ook een besluit tot statutenwijziging kan langs die weg worden aangetast wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid (HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:319). Wie een besluit aanvecht, moet letten op de bevoegdheid van het orgaan, de statutaire meerderheids- en quorumeisen en de termijn voor vernietiging; de rechter kan bovendien aan een vernietiging geheel of gedeeltelijk haar werking ontzeggen.

Bestuur, toezicht en aansprakelijkheid (WBTR)

Sinds de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen gelden voor stichtingen en verenigingen aangescherpte regels over de taakvervulling van bestuurders en toezichthouders, over tegenstrijdig belang en over aansprakelijkheid. Een raad van toezicht of een raad van commissarissen kan statutair worden ingesteld. Ook een stichtingsbestuurder is bij een onbehoorlijke taakvervulling persoonlijk aansprakelijk wanneer hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt (art. 2:9 BW), zoals de Hoge Raad bevestigde in een zaak over de aansprakelijkheid van een stichtingsbestuurder en de omvang van de daaruit voortvloeiende schade (HR 1 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:540). Bestuurders moeten zich richten naar het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden organisatie.

Wat de uitkomst bepaalt

De uitkomst wordt bepaald door de statuten, de zwaarte van het verwijt aan de bestuurder en de naleving van de formele regels bij de besluitvorming. Wie een bestuurder wil laten ontslaan, moet een gewichtige reden of taakverwaarlozing hard maken; wie een besluit wil aanvechten, moet de gebreken in de totstandkoming scherp benoemen en de vernietigingstermijn bewaken.