Naar inhoud

Geschillen tussen vennoten: VOF, maatschap en personenvennootschap

Inleiding

De personenvennootschap, de vennootschap onder firma (VOF), de maatschap en de commanditaire vennootschap, is een samenwerkingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid. Dat maakt de onderlinge verhoudingen en de aansprakelijkheid wezenlijk anders dan bij een BV. Geschillen ontstaan over de ontbinding en het uittreden van een vennoot, over de aansprakelijkheid voor schulden en over de afrekening en waardering bij het einde. Het toepasselijke recht dateert grotendeels uit 1838 en staat bovendien aan de vooravond van een ingrijpende herziening.

Aansprakelijkheid van de vennoten

Bij een VOF zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap (art. 18 Wetboek van Koophandel). Bij een maatschap ligt dat anders: de maten zijn in beginsel voor gelijke delen aansprakelijk (art. 7A:1679-1681 BW), tenzij zij gezamenlijk een opdracht hebben aanvaard, want dan zijn zij op grond van art. 7:407 lid 2 BW hoofdelijk verbonden. De Hoge Raad heeft dat onderscheid uitgewerkt in het arrest over een advocatenmaatschap, waarin ook is bevestigd dat een schuldeiser zich kan verhalen op het afgescheiden vermogen van de maatschap én op de privévermogens van de maten (HR 15 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY7840).

Die aansprakelijkheid werkt door bij toe- en uittreding. Een uitgetreden vennoot blijft aansprakelijk voor de verbintenissen die tijdens zijn vennootschap zijn ontstaan. Andersom is een toetredende vennoot niet vrij van het verleden: de Hoge Raad oordeelde dat de beherend vennoot van een commanditaire vennootschap ook aansprakelijk is voor schulden die al vóór zijn aantreden waren ontstaan (HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:588). Wie toetreedt of uittreedt, moet dus scherp weten waarvoor hij instaat.

Ontbinding en uittreding

Een personenvennootschap kan worden ontbonden op de in de overeenkomst genoemde gronden en door de rechter wegens gewichtige redenen, zoals een blijvend verstoorde verhouding tussen de vennoten. In plaats van volledige ontbinding kan de rechter ook een enkele vennoot laten uittreden, zodat de onderneming door de overigen kan worden voortgezet. De vennootschapsovereenkomst bepaalt vaak al hoe uittreding, voortzetting en overname verlopen; de uitleg van die overeenkomst is daarom regelmatig het beginpunt van het geschil.

Afrekening en waardering

Bij ontbinding of uittreding moet worden afgerekend: de waarde van het aandeel van de vertrekkende vennoot wordt bepaald en verrekend met wat hij nog aan de vennootschap verschuldigd is. De waardering, vaak van een onderneming zonder marktprijs, is doorgaans het zwaartepunt van het geschil. Een goede regeling in de vennootschapsovereenkomst over de waarderingsmaatstaf en de peildatum voorkomt dat juist daarover wordt geprocedeerd.

De aankomende Wet modernisering personenvennootschappen

Het personenvennootschapsrecht wordt herzien met de Wet modernisering personenvennootschappen, die nog niet in werking is getreden en waarvan de invoeringsdatum nog niet vaststaat. Het voorstel introduceert onder meer rechtspersoonlijkheid voor de personenvennootschap en laat het onderscheid tussen maatschap en VOF vervallen, waarna beide vormen simpelweg vennootschap heten. Ook de regels over toe- en uittreding en over aansprakelijkheid worden aangepast. Zolang de wet niet in werking is, blijft het huidige recht van toepassing, maar bij langlopende samenwerkingsverbanden loont het de aanstaande wijziging nu al mee te wegen.

Wat de uitkomst bepaalt

De uitkomst wordt bepaald door de vennootschapsovereenkomst, de vraag of sprake is van gewichtige redenen en de waardering bij de afrekening. Wie een geschil tussen vennoten aan de rechter voorlegt, kiest de grondslag, ontbinding of uittreding, en de gevorderde waardering scherp, en houdt rekening met de doorlopende aansprakelijkheid van toe- en uitgetreden vennoten.