Inleiding
Commissarissen houden toezicht op het bestuur en de algemene gang van zaken in de vennootschap. De wet verwacht dat zij actief doorvragen, kritisch toetsen en ingrijpen wanneer het bestuur tekortschiet. Wie dat nalaat, riskeert persoonlijke aansprakelijkheid, zowel jegens de vennootschap als jegens derden. De maatstaf loopt grotendeels gelijk met die voor de bestuurder: doorslaggevend is of de commissaris een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Aansprakelijkheid jegens de vennootschap
De grondslag voor interne commissarisaansprakelijkheid is art. 2:149 BW in verbinding met art. 2:9 BW. De maatstaf is dezelfde als voor bestuurders: de commissaris moet zijn taak onbehoorlijk hebben vervuld en daarvan moet hem een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt, te beoordelen naar alle omstandigheden van het geval (HR 10 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2243, Staleman/Van de Ven). De aansprakelijkheid is hoofdelijk: alle commissarissen zijn in beginsel gezamenlijk aansprakelijk.
Disculpatie is mogelijk op grond van art. 2:149 lid 2 BW. De individuele commissaris moet aantonen dat het verzuim niet aan hem te wijten is én dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen af te wenden. Dat vereist bewijs van wat daadwerkelijk is gedaan, niet alleen van wat is bedoeld. Structurele aandacht voor informatievoorziening, vergaderfrequentie en vastlegging is daarom essentieel.
Aansprakelijkheid jegens derden
Naast de interne aansprakelijkheid jegens de vennootschap kunnen commissarissen ook jegens derden persoonlijk aansprakelijk zijn uit onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). De drempel is hoog: vereist is dat de commissaris persoonlijk een ernstig verwijt treft, langs dezelfde lijn die voor bestuurders in het arrest Ontvanger/Roelofsen is uitgewerkt (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758).
In het Fairstar-arrest bevestigde de Hoge Raad dat de interne en de externe aansprakelijkheid van een commissaris een afzonderlijke beoordeling en motivering vergen, ook als de onderliggende feiten dezelfde zijn (HR 30 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:128). Dat een commissaris intern tekortschoot in zijn toezicht, maakt hem niet zonder meer ook aansprakelijk jegens een derde zoals een aandeelhouder of een overnemende partij; die aansprakelijkheid moet zelfstandig worden onderbouwd, mede gelet op de hoge drempel die voor persoonlijke aansprakelijkheid geldt. Zie ook de bespreking van het Fairstar-arrest.
Aansprakelijkheid in faillissement
In faillissement kunnen commissarissen op grond van art. 2:259 BW worden aangesproken door de curator wegens kennelijk onbehoorlijk toezicht dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Net als bij bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement geldt een bewijsvermoeden bij schending van de boekhoudplicht of de publicatieplicht van de jaarrekening. Voor het ontzenuwen van dat vermoeden volstaat dat de commissaris aannemelijk maakt dat een andere, van buiten komende oorzaak het faillissement heeft veroorzaakt.
Waar het misgaat
De meeste aansprakelijkheidszaken tegen commissarissen draaien om passiviteit: het niet opvragen van financiële rapportages, het klakkeloos goedkeuren van besluiten, het negeren van waarschuwingssignalen van de accountant, of het niet inschakelen van extern advies wanneer de situatie daarom vraagt. Fairstar illustreert dat: een redelijk denkend commissaris had moeten twijfelen aan de mededeling van het bestuur dat geen onvoorwaardelijke verplichting was aangegaan, en had daarover moeten doorvragen. Passief vertrouwen op mededelingen van het bestuur kan als onbehoorlijk toezicht worden gekwalificeerd.
Wat de uitkomst bepaalt
Of een aanspraak tegen een commissaris slaagt, wordt zelden bepaald door de norm alleen, maar door de bewijspositie: kan het ernstig verwijt concreet worden onderbouwd, en beschikt de commissaris over vastgelegde stukken waaruit blijkt dat hij wél heeft doorgevraagd en gehandeld? Voor de aangesproken commissaris ligt de verdediging in de disculpatie en, jegens derden, in het ontbreken van een zelfstandig onderbouwd ernstig verwijt.