Commissarisaansprakelijkheid en de grens van extern toezicht
Commissarissen Fairstar aansprakelijk na geheim scheepsbouwcontract
De Hoge Raad heeft op 30 januari 2026 geoordeeld over de aansprakelijkheid van commissarissen van scheepvaartbedrijf Fairstar Heavy Transport. Het arrest vernietigt deels: de interne aansprakelijkheid jegens Fairstar blijft staan, maar de externe aansprakelijkheid jegens overnemer Dockwise moet opnieuw worden beoordeeld.
De zaak draait om de FATHOM, een schip dat Fairstar wilde laten bouwen voor USD 111 miljoen. De raad van commissarissen gaf in juli 2011 goedkeuring voor de bouw, maar uitdrukkelijk onder voorwaarde dat eerst financiering rond zou komen. CEO [betrokkene 1] tekende desondanks het Shipbuilding Contract zonder die financiering — en presenteerde het aan de commissarissen als slechts een optie van USD 2 miljoen.
Toen in mei 2012 bleek dat Fairstar in default was en een termination fee van USD 37,5 miljoen boven de markt hing, hadden de commissarissen moeten ingrijpen. Een redelijk denkend commissaris zou op dat moment hebben getwijfeld aan de mededeling van het bestuur dat geen onvoorwaardelijk contract bestond, aldus het hof Amsterdam. Dat de commissarissen nalieten nader onderzoek te doen — bijvoorbeeld door navraag bij de Chinese scheepswerf — leverde een ernstig verwijt op in de zin van art. 2:140 BW in verbinding met art. 2:9 BW.
Hoge Raad: externe aansprakelijkheid vraagt eigen motivering
Het hof oordeelde in één beweging dat de commissarissen aansprakelijk waren jegens “Fairstar c.s.” — zowel jegens Fairstar zelf als jegens overnemer Dockwise. De Hoge Raad vindt dat te kort door de bocht. Voor aansprakelijkheid jegens de vennootschap volstaat de toets van art. 2:9 BW: onbehoorlijke taakvervulling met ernstig verwijt. Maar voor aansprakelijkheid jegens een derde als Dockwise geldt een afzonderlijke maatstaf op grond van art. 6:162 BW, met de hoge drempel die in het algemeen geldt voor persoonlijke aansprakelijkheid van commissarissen.
AG Assink kwam in zijn uitgebreide conclusie tot een andere uitkomst: hij las in het hofarrest wel een voldoende gemotiveerde grondslag voor de externe aansprakelijkheid, gerelateerd aan het nalaten van toezicht op openbaarmaking van koersgevoelige informatie. De Hoge Raad volgt die lezing niet. De zaak is verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling van de vordering van Dockwise.
Het arrest sluit aan bij de lijn uit HR 3 februari 2023 (SSC), waarin de Hoge Raad oordeelde dat handelen in strijd met statutaire bepalingen weliswaar een zwaarwegende omstandigheid is die in beginsel aansprakelijkheid vestigt, maar dat de rechter alle door de bestuurder aangevoerde disculperende omstandigheden uitdrukkelijk moet beoordelen. Beide arresten benadrukken dat de drempel voor persoonlijke aansprakelijkheid hoog is en zorgvuldige motivering vergt — ook als de feiten duidelijk lijken.
Wat betekent dit voor commissarissen en hun adviseurs?
Het Fairstar-arrest maakt scherp onderscheid tussen twee aansprakelijkheidsgronden voor commissarissen. Interne aansprakelijkheid (art. 2:9 jo. art. 2:149 BW) vereist onbehoorlijke taakvervulling met ernstig verwijt. Externe aansprakelijkheid jegens derden vereist een persoonlijk ernstig verwijt op grond van onrechtmatige daad — en die drempel ligt nóg hoger. Het hof mag die twee niet samenvoegen in één overweging.
Commissarissen die signalen krijgen dat het bestuur buiten de kaders van een goedkeuringsbesluit opereert, moeten actief doorvragen. Het nalaten van nader onderzoek — terwijl feiten niet stroken met de mededelingen van het bestuur — kan leiden tot een ernstig verwijt. toezicht is geen passieve taak. Wie als commissaris niet ingrijpt op het moment dat ingrijpen geboden is, neemt het risico dat het verwijt persoonlijk wordt.
Meer over aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen in het overzicht corporate litigation en de enquêterechtanalyse van Prime Law.
Veelgestelde vragen
Wanneer is een commissaris persoonlijk aansprakelijk jegens een derde?
Een commissaris is jegens derden aansprakelijk op grond van art. 6:162 BW als hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Die drempel is hoog: het moet gaan om handelen of nalaten dat niet door een redelijk handelend commissaris in dezelfde omstandigheden zou zijn verricht. Het Fairstar-arrest bevestigt dat deze grondslag afzonderlijk moet worden gemotiveerd.
Wat is het verschil met interne commissarisaansprakelijkheid?
Interne aansprakelijkheid op grond van art. 2:9 jo. art. 2:149 BW betreft de verhouding tussen commissaris en vennootschap. Externe aansprakelijkheid jegens derden — zoals aandeelhouders of overnemende partijen — vergt een zelfstandige toets op grond van onrechtmatige daad. Het enkele feit dat een commissaris intern aansprakelijk is, maakt hem niet automatisch ook extern aansprakelijk.
Wat moeten commissarissen doen bij twijfel over mededelingen van het bestuur?
Actief doorvragen en zo nodig zelfstandig onderzoek doen, bijvoorbeeld door contact op te nemen met contractspartijen of de accountant. Het Fairstar-arrest maakt duidelijk dat passief vertrouwen op mededelingen van het bestuur — terwijl objectieve feiten daarmee niet stroken — als onbehoorlijk toezicht kan worden gekwalificeerd.
ECLI:NL:HR:2026:128, Hoge Raad, 30 januari 2026. Zie ook: ECLI:NL:GHAMS:2024:1309 (Hof Amsterdam), ECLI:NL:HR:2023:146 (HR SSC), ECLI:NL:PHR:2025:755 (conclusie AG Assink).
Aangehaalde rechtspraak
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:128 · ECLI:NL:HR:2023:146
Parket bij de Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2025:755
Gerechtshoven: ECLI:NL:GHAMS:2024:1309
Lees ook
- Bestuurdersaansprakelijkheid: de grondslagen en het verweer
- Aansprakelijkheid van de RvC: commissarissen en toezicht
- Bestuurdersaansprakelijkheid in cassatie: 20 arresten van de Hoge Raad
- Bouwkosten verdubbeld bij beachclub: Beklamel-norm niet geschonden
- Art. 2:248 BW: wanneer draait de bestuurder op voor het boedeltekort?