Bestuurdersaansprakelijkheid bij kostenoverschrijding bouwproject
Verhuurder bouwt Beachclub voor € 4 miljoen en zoekt verhaal bij bestuurders huurder
HVB Beheer bouwde een Beachclub met restaurant en zwembad op vakantiepark Het Zilveren Schor in Arnemuiden. De bouwkosten waren begroot op € 1.500.000 maar liepen op tot € 4.000.000. OPM Developments en Het Zilveren Schor Exploitatie huurden de Beachclub, maar betaalden niet. De rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeelde hen tot betaling van bijna € 700.000. Zij betaalden niets.
HVB richtte haar pijlen vervolgens op de twee voormalig indirect bestuurders van de huurders. De vordering: ruim € 1 miljoen schadevergoeding wegens bestuurdersaansprakelijkheid. De bestuurders hadden hun aandelen inmiddels verkocht voor ruim € 1 miljoen. HVB stelde dat zij lichtvaardig hadden gecontracteerd, de kostenstijging hadden laten gebeuren en verhaalsmogelijkheden hadden gefrustreerd.
De rechtbank Gelderland wijst alles af. Sterker: de door HVB gelegde beslagen worden onrechtmatig verklaard en HVB moet de schade vergoeden, op te maken bij staat.
Beklamel-norm en Roelofsen-norm beide niet geschonden
De rechtbank loopt twee vaste categorieën van bestuurdersaansprakelijkheid af. Eerste categorie: de Beklamel-norm. Wist de bestuurder bij het aangaan van de huurovereenkomst dat de vennootschap niet zou kunnen betalen? Nee, oordeelt de rechtbank. Ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst in januari 2020 was de bouwsom begroot op € 1.500.000, was er een sluitende exploitatiebegroting en had OPM een eigen vermogen van bijna € 4 miljoen. Dat de bouwkosten achteraf verdubbelden, maakt het contracteren niet lichtvaardig. HVB erkende in haar eigen dagvaarding dat zij destijds niet hoefde te twijfelen aan de financiële positie van haar contractspartijen.
Tweede categorie: Ontvanger/Roelofsen. Hebben de bestuurders bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschappen hun verplichtingen niet nakwamen? Ook hier komt HVB niet verder. De rechtbank stelt vast dat onvoldoende is onderbouwd dat de bestuurders invloed hadden op het bouwproces en de kostenstijging. De mededeling in november 2021 dat de bouwkosten inmiddels € 3.850.000 bedroegen, was voor de bestuurders grotendeels een fait accompli. Een e-mail uit mei 2020 die HVB pas ter zitting noemde, wordt wegens strijd met de goede procesorde gepasseerd.
Ook van verhaalsfrustratie is geen sprake. De aandelen zijn verkocht voor € 1.000.001, het onroerend goed ging weg tegen marktwaarde en het verplaatsen van het kantoor naar Duitsland vond plaats nadat de bestuurders al waren vertrokken. In reconventie verklaart de rechtbank de door HVB gelegde conservatoire beslagen onrechtmatig en verwijst de schadevergoeding naar de schadestaatprocedure.
Wat betekent dit voor schuldeisers die bestuurders persoonlijk willen aanspreken?
De drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid naast de vennootschap is hoog — en dat is bewust beleid. Wie een bestuurder wil aanspreken, moet aantonen dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft. Dat de vennootschap niet betaalt, is daarvoor niet genoeg. Het gaat om wat de bestuurder wist of behoorde te weten op het moment van handelen, niet om de uitkomst achteraf. Een sluitende exploitatiebegroting en een gezond eigen vermogen op het moment van contracteren zijn sterke verweren.
De zaak laat ook zien dat beslag leggen zonder deugdelijke grondslag een boemerang is. HVB moet nu zelf schadevergoeding betalen voor de onrechtmatige beslagen. Wie overweegt bestuurders persoonlijk aan te spreken, doet er goed aan de onderbouwing kritisch te toetsen vóór het leggen van beslag. Zie ook de eerdere analyse van een zaak waarin bestuurdersaansprakelijkheid wél werd aangenomen en de publicaties op deze website.
Veelgestelde vragen
Wanneer is een bestuurder persoonlijk aansprakelijk naast de vennootschap?
Alleen als de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft. Bij de Beklamel-norm gaat het erom of de bestuurder bij het aangaan van de verbintenis wist of behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet zou kunnen betalen en geen verhaal zou bieden. Bij de Ontvanger/Roelofsen-norm gaat het om het bewerkstelligen of toelaten dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt.
Kan een schuldeiser bestuurdersaansprakelijkheid claimen als de bouwkosten achteraf veel hoger uitvallen?
Niet zonder meer. De rechtbank toetst aan het moment van contracteren: was er toen een deugdelijke begroting en voldoende eigen vermogen? Dat kosten achteraf stijgen, maakt de bestuurder niet automatisch aansprakelijk. De schuldeiser moet aantonen dat de bestuurder al bij het sluiten van de overeenkomst wist dat de vennootschap niet zou kunnen presteren.
Wat riskeert een schuldeiser die beslag legt op grond van een onvoldoende onderbouwde claim?
De beslaglegger wiens beslag ten onrechte blijkt te zijn gelegd, is in beginsel aansprakelijk uit onrechtmatige daad. Dat volgt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad. De beslagene kan schadevergoeding vorderen, eventueel via een schadestaatprocedure.
ECLI:NL:RBGEL:2026:503, Rechtbank Gelderland, 14 januari 2026
Aangehaalde rechtspraak
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1995:ZC1608
Rechtbanken: ECLI:NL:RBGEL:2026:503