Naar inhoud

Hof veroordeelt bestuurder tot € 975.000 voor zeven maanden doormodderen met verlieslatende vennootschap

10 maart 2026Juriaan de Vries

Bestuurdersaansprakelijkheid en faillissementspauliana bij groepsvennootschappen

Het Gerechtshof Den Haag veroordeelt een indirect bestuurder en zijn holding hoofdelijk tot € 975.000 schadevergoeding wegens voortzetting van verlieslatende bedrijfsactiviteiten zonder deugdelijke financiering. Verpandingen en leveringen aan groepsvennootschappen kort voor faillissement worden vernietigd op grond van artikel 47 Fw. Bestuurders die in vergelijkbare omstandigheden doorondernemen riskeren persoonlijke aansprakelijkheid voor het tekort.

Bestuurder klepfabrikant moet € 975.000 betalen na voortzetting zonder financiering

MVM Schiedam hield zich bezig met de fabricage van afsluiters voor de olie- en gasindustrie. De vennootschap maakte vanaf haar oprichting structureel verlies, had een negatieve cashflow en was voor haar financiering volledig afhankelijk van groepsvennootschappen. Eind 2016 werd een API-audit afgebroken nadat de bestuurder de auditor had weggestuurd; in januari 2017 werden de certificaten formeel geschorst. Op 1 augustus 2017 volgde het faillissement.

De curator vorderde schadevergoeding van de indirect bestuurder, diens holding Minerva en twee groepsvennootschappen: Hyperion (pandhouder) en MV Nederland (afnemer). De rechtbank Rotterdam wees alle vorderingen af. Het Gerechtshof Den Haag vernietigt dat vonnis en veroordeelt de bestuurder en Minerva hoofdelijk tot € 975.000 — het plafond van hun gezamenlijke aansprakelijkheid. Hyperion is hoofdelijk mede-aansprakelijk tot € 406.245 (voor de vernietigde verpanding) en MV Nederland tot € 973.161 (voor de vernietigde leveringen).

Centraal stond de vraag of de bestuurder ernstig verwijtbaar had gehandeld door de onderneming na 31 december 2016 voort te zetten, en of de intercompany-transacties in de maanden voor het faillissement standhielden.

Hof: hoop op goede afloop is geen deugdelijke financiering

Het hof oordeelt dat voortzetting van de verlieslatende activiteiten vanaf 1 januari 2017 ernstig verwijtbaar was in de zin van artikel 2:9 BW en artikel 6:162 BW. Eind 2016 liep alles samen: structureel verlies, volledige afhankelijkheid van groepsfinanciering, het wegsturen van de API-auditor in december 2016 (gevolgd door schorsing in januari 2017) en het ontbreken van extern kapitaal of een serieus reddingsplan. Daar kwam bij dat in oktober 2016 binnen de groep een zustervennootschap (HQ) was opgericht die dezelfde activiteiten zou gaan ontplooien — MVM kreeg er intern een concurrent bij, wat de kans op externe financiering verder verkleinde.

Bij het vaststellen van het peilmoment (ultimo 2016) past het hof de maatstaf uit HR 21 december 2001 (Sobi/Hurks II) toe: omdat het aanwijzen van een omslagpunt tot op zekere hoogte arbitrair is, moet de gekozen datum aan de veilige kant liggen — ten gunste van de bestuurder.

Het verweer dat er gesprekken liepen met potentiële investeerders overtuigde niet. Het hof overweegt dat zelfs als potentiële investeerders het gesprek serieus zijn aangegaan, daaruit nog geen gerechtvaardigde verwachting op financiering volgde — hoop is iets wezenlijk anders. De aanvullende groepsfinanciering in de eerste maanden van 2017 maakte het alleen maar erger: die stelde MVM in staat om opdrachten voor MV Nederland af te maken, waarna de koopprijzen werden verrekend in rekening-courant — per saldo ten nadele van de externe schuldeisers.

De verpanding van MVM’s volledige inventaris aan Hyperion op 29 mei 2017 vernietigde het hof op grond van artikel 47 Fw: pandgever en pandnemer stonden onder bestuur van dezelfde persoon en het faillissement was op dat moment te verwachten. De leveringen van MVM aan MV Nederland in juni en juli 2017 — ter waarde van € 973.161 — trof hetzelfde lot. Het hof schat de schade door verdwenen actief op € 975.000, gebaseerd op taxatierapporten en de boekwaarde van de activa ultimo 2016.

Wat betekent dit arrest voor bestuurders van noodlijdende vennootschappen?

Dit arrest maakt scherp waar de grens ligt. Een bestuurder mag optimistisch zijn, maar moet realistisch handelen zodra structureel verlies, wegvallende certificeringen en het ontbreken van externe financiering samenkomen. Vrijblijvende gesprekken met investeerders zijn geen reddingsplan. Het hof maakt ook korte metten met het argument dat de bestuurder zelf mocht bepalen wanneer hij de stekker eruit trok: die ruimte bestaat niet als de schuldeisers het gelag betalen.

Intercompany-transacties in de maanden voor een faillissement liggen onder een vergrootglas. Verpandingen aan en leveringen ten gunste van groepsvennootschappen onder bestuur van dezelfde persoon zijn bijzonder kwetsbaar voor vernietiging via artikel 47 Fw — de grond waarop het hof in dit arrest alle transacties vernietigde. Wie als bestuurder twijfelt of voortzetting verantwoord is, doet er goed aan tijdig onafhankelijk advies in te winnen — zie ook de pagina over bestuurdersaansprakelijkheid. Voor een zaak waarin de curator juist bot ving bij vergelijkbare vorderingen, lees de eerdere analyse over faillissementspauliana en goodwill.

Veelgestelde vragen

Wanneer is voortzetting van een verlieslatende onderneming ernstig verwijtbaar?

Als een bestuurder weet of moet weten dat de vennootschap structureel verlies lijdt, geen externe financiering kan aantrekken en essentiële bedrijfsvergunningen verliest, is voortzetting zonder concreet reddingsplan ernstig verwijtbaar. Het hof hanteert een combinatie van objectieve signalen: het gaat niet om één factor, maar om een keten van omstandigheden die samen onmiskenbaar richting faillissement wijzen.

Wat is faillissementspauliana op grond van artikel 47 Fw?

Artikel 47 Fw biedt de curator de mogelijkheid om verplichte rechtshandelingen — zoals betalingen op opeisbare schulden of verpandingen op grond van een bestaande overeenkomst — te vernietigen als de wederpartij wist dat het faillissement van de schuldenaar was aangevraagd, of als sprake was van overleg met het oogmerk de wederpartij boven andere schuldeisers te bevoordelen.

Kunnen intercompany-leveringen vlak voor faillissement worden teruggedraaid?

Ja. Als leveringen aan groepsvennootschappen plaatsvinden terwijl het faillissement te verwachten is en de betrokken vennootschappen onder bestuur van dezelfde persoon staan, kan de curator deze vernietigen op grond van artikel 47 Fw. In dit arrest werden leveringen van bijna € 1 miljoen aan een zustervennootschap volledig teruggedraaid.

ECLI:NL:GHDHA:2025:278, Gerechtshof Den Haag, 4 februari 2025.

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2001:AD4499

Gerechtshoven: ECLI:NL:GHDHA:2025:278

Lees ook