Naar inhoud

Loonbeslag geldig maar treft geen doel: CAK krijgt nul op rekest in verklaringsprocedure

8 maart 2026Juriaan de Vries

Dwingende bewijskracht van het deurwaardersexploot bij derdenbeslag

De kantonrechter Amsterdam oordeelt dat een deurwaardersexploot dwingend bewijs oplevert van rechtsgeldig gelegd loonbeslag, ook als de derde-beslagene ontvangst betwist. Het beslag trof uiteindelijk geen doel: na aftrek van de beslagvrije voet was niets verschuldigd. Een gerechtelijke verklaring ter zitting voorkwam veroordeling op grond van artikel 477a Rv.

CAK legt loonbeslag onder werkgever die ontvangst exploot ontkent

Het CAK heeft een vordering van € 646,56 op een schuldenares en legt executoriaal loonbeslag onder haar werkgever, uitzendbureau IBC Europe B.V. IBC doet geen derdenverklaring. Het CAK start een verklaringsprocedure op grond van artikel 477a lid 1 Rv en vordert het volledige beslagbedrag van IBC — alsof zij zelf de schuldenaar is.

IBC stelt dat zij het exploot nooit heeft ontvangen. Zij voert aan dat de tekst op het digitale afschrift verdacht voorgedrukt is, dat twee voorletters van de bestuurder ontbreken, en dat het onwaarschijnlijk is dat het stuk aan hem persoonlijk is overhandigd — zijn kantoor zit ver van de ingang. Bovendien verwerkt IBC als uitzendbureau routinematig loonbeslagen en heeft zij er geen belang bij om er eentje te negeren.

Na dagvaarding neemt IBC direct contact op met de gemachtigde van het CAK. Zij geeft aan niet op de hoogte te zijn van het beslag. De gemachtigde onderneemt vervolgens niets om de zaak buiten rechte op te lossen en zet de procedure voort.

Kantonrechter: exploot levert dwingend bewijs, maar beslag treft geen doel

De kantonrechter pakt het in twee stappen aan. Eerst de geldigheid van het beslag. Een deurwaardersexploot levert op grond van artikel 157 lid 1 Rv dwingend bewijs op van wat de deurwaarder binnen zijn bevoegdheid verklaart over eigen waarnemingen en verrichtingen. De vermelding dat het afschrift aan de vertegenwoordiger van IBC in persoon is gelaten, valt daar volledig onder. IBC draagt de last van het tegenbewijs — en slaagt daar niet in.

De voorgedrukte tekst op het digitale afschrift komt door de digitalisering van het deurwaardersproces: de deurwaarder laat een papieren afschrift met handgeschreven tekst achter bij de derde-beslagene, terwijl hij ter plekke een digitale kopie invult en ondertekent op een tablet. De betrokkene erkende ter zitting bovendien dat hij wel eens eerder exploten heeft aangenomen. Het ontbreken van twee voorletters is onvoldoende om de dwingende bewijskracht te ontzenuwen.

Dan de inhoud. IBC legt ter zitting alsnog een gerechtelijke verklaring af over de loonbetalingen in de beslagperiode. Partijen constateren gezamenlijk dat na aftrek van de beslagvrije voet niets aan het CAK verschuldigd was. Het beslag heeft geen doel getroffen en het CAK heeft geen schade geleden. De vorderingen worden afgewezen.

Ook de buitengerechtelijke incassokosten sneuvelen. Het CAK stuurde aanmaningen naar een e-mailadres dat niet van IBC bleek te zijn en onderbouwde niet dat het ten minste één brief per post had verstuurd. De kantonrechter compenseert de proceskosten: IBC had weliswaar geen derdenverklaring gedaan, maar niet is vastgesteld dat het CAK IBC behoorlijk heeft aangemaand, en het CAK had na de melding van IBC geen enkele poging ondernomen om het buiten rechte op te lossen.

Wat betekent dit voor werkgevers die geconfronteerd worden met loonbeslag?

Een deurwaardersexploot betwisten is een steil pad. De dwingende bewijskracht van artikel 157 Rv legt de lat voor tegenbewijs hoog — ontbrekende voorletters, onwaarschijnlijkheid of digitale opmaak volstaan niet. Wie als derde-beslagene geen derdenverklaring doet, riskeert veroordeling voor de volledige schuld van een ander. De gerechtelijke verklaring ter zitting biedt een vangnet, maar dat is een plan B, geen strategie.

De keerzijde is even leerzaam: het CAK won het bewijsrechtelijke punt maar verloor de zaak. Procederen op een vordering van € 646,56 zonder te verifiëren of het beslag doel treft, en zonder serieus te reageren wanneer de wederpartij zich meldt, levert uiteindelijk alleen kosten op. Lees meer over executiegeschillen op de pagina over commercial litigation en onze analyse van de grenzen aan executie bij boetebedingen.

Veelgestelde vragen

Wat is een verklaringsprocedure bij derdenbeslag?

Als een derde onder wie beslag is gelegd geen verklaring doet over wat zij aan de schuldenaar verschuldigd is, kan de beslaglegger op grond van artikel 477a lid 1 Rv de derde-beslagene dagvaarden. De sanctie is ingrijpend: veroordeling tot betaling van het volledige beslagbedrag, alsof de derde zelf de schuldenaar is.

Kan een derde-beslagene de geldigheid van een exploot aanvechten?

In theorie wel, maar de drempel is hoog. Een deurwaardersexploot levert dwingend bewijs op op grond van artikel 157 lid 1 Rv. Tegenbewijs is toegelaten, maar de derde-beslagene moet de vermelding van de deurwaarder ontzenuwen — niet slechts in twijfel trekken. In de praktijk slaagt dat zelden wanneer de deurwaarder verklaart het stuk in persoon te hebben overhandigd.

Wat is de beslagvrije voet bij loonbeslag?

De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waarop geen beslag mag worden gelegd — een wettelijk minimum zodat de schuldenaar in zijn levensonderhoud kan voorzien. Als het inkomen na aftrek van vaste lasten onder die grens blijft, hoeft de werkgever niets af te dragen en treft het beslag feitelijk geen doel, zoals in deze zaak het geval was.

Rechtbank Amsterdam 13 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1055.

Rechtbank Amsterdam 13 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1055.

Aangehaalde rechtspraak

Rechtbanken: ECLI:NL:RBAMS:2026:1055

Lees ook