Naar inhoud

Camera van de buren: kunnen meekijken is al een inbreuk

29 juli 2026Juriaan de Vries

Camerabewaking tussen buren en het recht op privacy

Twee buren in Amsterdam hingen allebei een camera aan hun woning en eisten over en weer verwijdering. De voorzieningenrechter gaf alleen de een gelijk. Het hof Amsterdam trok op 28 juli 2026 de streep aan beide kanten: beide camera's maken een ongerechtvaardigde inbreuk op de privacy van de ander en moeten weg.

Amsterdamse buren eisen over en weer verwijdering van de camera

De ene buurvrouw plaatste in 2024 een camera aan de achterzijde van haar woning, op één hoog, achter een raam. Die camera kan bewegen en is met een app op haar telefoon in alle windrichtingen te sturen. Hij brengt een groot deel van haar achtertuin en een deel van de openbare weg in beeld.

Haar buren hingen een camera aan hun voorgevel, gericht op de openbare weg en schuin gemonteerd in de richting van haar woning. Die camera is in drie richtingen te richten en kan niet op afstand worden bediend. Over en weer volgden sommaties in september en december 2024, zonder resultaat.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam beval op 19 november 2024 alleen de buurvrouw haar camera te verwijderen en wees haar tegenvordering af. In hoger beroep bekrachtigde het hof dat bevel, maar het vernietigde de afwijzing van de tegenvordering en veroordeelde ook de buren hun camera te verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 1.000,00.

Hof toetst in twee stappen: inbreuk en rechtvaardiging

Het hof zet het kader voorop in r.o. 6.2. Iedereen mag in beginsel een camera plaatsen om het eigen perceel, de eigen woning of eigen goederen op de openbare weg te beschermen. Die vrijheid vindt haar grens in de privacy van anderen: een camera mag het perceel, de woning of de persoon van de buurman in beginsel niet in beeld brengen of kunnen brengen. Een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer levert volgens vaste rechtspraak in beginsel een onrechtmatige daad op, tenzij een rechtvaardigingsgrond dat karakter wegneemt. Of die zich voordoet, volgt uit de afweging tussen de ernst van de inbreuk en de belangen die met de camera worden gediend (HR 18 april 2014, r.o. 5.2.1).

Beslissend bij de eerste stap is dat het hof genoegen neemt met de mogelijkheid. De buurvrouw erkende dat haar camera beweegt, eens per maand reset en dan daadwerkelijk draait, en dat zij hem via de app alle kanten op kan sturen. Haar stelling dat de montage verdere beweging richting het perceel van de buren onmogelijk maakte, lichtte zij onvoldoende toe. Daarmee was voldoende aannemelijk dat de camera dat perceel in beeld brengt of kan brengen (r.o. 6.4). Dat de camera op enig moment feitelijk elders op gericht stond, redt hem dus niet.

Wie de camera ophangt, moet uitleggen wat die filmt

Bij de tweede stap sneuvelen beide rechtvaardigingen op onderbouwing. De buurvrouw voerde aan dat zij haar perceel, haar eigendommen en haar katten wilde beschermen. Het hof aanvaardt dat belang, maar zij lichtte niet toe waarom de camera daarvoor op één hoog moest hangen in plaats van op de begane grond, onder het niveau van de schutting (r.o. 6.5). Het gebrek zit dus in de gekozen positie, niet in de camera zelf.

Bij de buren draait het om stelplicht. Zij stelden dat hun camera alleen hun beide auto's in beeld bracht, maar onderbouwden dat niet. Het hof overweegt in r.o. 6.8 dat dit op hun weg lag, omdat alleen zij kunnen laten zien wat hun camera registreert. Bovendien hadden zij zelf aangevoerd dat de camera hielp om situaties met de buurvrouw te voorkomen en haar verklaringen te ontkrachten, wat zich slecht verhoudt tot een blikveld van twee auto's. Hun belang bij bescherming van de auto's vergde niet dat er méér dan die auto's in beeld kwam (r.o. 6.9).

In de geanalyseerde uitspraken keert die bewijslastverdeling steeds terug, langs twee routes. Waar het hof Amsterdam via de onrechtmatige daad redeneert, toetst de kantonrechter Midden-Nederland in een vergelijkbaar over-en-weergeschil aan de AVG en legt de stelplicht en bewijslast uitdrukkelijk bij degene die de beelden verwerkt (ECLI:NL:RBMNE:2026:905, r.o. 4.12). De rechtbank Gelderland oordeelde dat de huishoudelijke uitzondering van artikel 2 lid 2 sub c AVG vervalt zodra de camera mede de veiligheid van buren dient, en beval de camera te draaien in plaats van te verwijderen (ECLI:NL:RBGEL:2024:9879). Beide routes komen uit op dezelfde toets: gerechtvaardigd belang, noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit.

Wat betekent dit voor wie een camera aan de gevel hangt?

De positie van de camera is het aangrijpingspunt, niet het bestaan ervan. Wie een camera lager kan hangen, achter een schutting kan wegwerken of met een privacymasker kan afschermen, moet uitleggen waarom dat niet is gebeurd. Een beweegbare of op afstand bestuurbare camera is daarbij een risico op zichzelf: in ECLI:NL:RBMNE:2023:4181 verbood de voorzieningenrechter uitdrukkelijk om een beweegbare camera terug te plaatsen, terwijl een vaste camera aan de voorzijde mocht blijven hangen.

Wie zijn camera wil houden, moet kunnen aantonen wat die registreert. Dat lukte in ECLI:NL:RBGEL:2025:11492, waar de eigenaar met privacymaskers werkte en een deurwaarder een proces-verbaal van constatering opmaakte: de beveiligingscamera's overleefden de toets en de resterende inbreuk van de deurbelcamera's werd gerechtvaardigd geacht door het veiligheidsbelang. Verder loont het om de tegenvordering meteen in te stellen. Het hof merkte de reconventie niet als rauwelijks ingesteld aan en achtte haar naar haar aard spoedeisend (r.o. 6.7), zodat de buurvrouw haar gelijk in kort geding alsnog binnenhaalde.

Veelgestelde vragen

Mag een camera een deel van de openbare weg filmen?

Dat mag niet zonder meer. Zodra de camera personen identificeerbaar in beeld brengt, is de vraag of het belang van de eigenaar opweegt tegen de inbreuk. In deze zaak woog mee dat op de beelden zichtbaar was dat de buurvrouw haar woning of auto in- en uitging, wat verder gaat dan het bewaken van twee geparkeerde auto's.

Is een camera die niet opneemt ook onrechtmatig?

Dat hangt af van wat aannemelijk wordt. Het hof achtte de mogelijkheid dat de camera het perceel van de buren in beeld kan brengen voldoende. Waar juist niet kon worden vastgesteld dat een camera werkte of aanstond, mocht die blijven hangen, zoals in de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland uit 2023.

Geldt de AVG ook voor een camera aan een woonhuis?

Vaak wel. De huishoudelijke uitzondering van artikel 2 lid 2 sub c AVG vervalt zodra de camera meer dan het eigen privéterrein bestrijkt, bijvoorbeeld doordat hij mede de veiligheid van buren of de openbare weg dient. Dan gelden de eisen van gerechtvaardigd belang, noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit uit artikel 6 lid 1 sub f AVG.

Gerechtshof Amsterdam, 28 juli 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2101

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad

  • ECLI:NL:HR:2014:942 — een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is in beginsel onrechtmatig; een rechtvaardigingsgrond volgt uit de afweging tussen de ernst van de inbreuk en de gediende belangen.

Gerechtshoven

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2101 — de mogelijkheid dat een camera het perceel van de buren in beeld brengt volstaat voor een inbreuk; wie de camera ophangt moet onderbouwen wat die registreert en waarom de gekozen positie nodig is.

Rechtbanken

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:905 — bij toetsing aan de AVG rust de stelplicht en bewijslast op degene die de camerabeelden verwerkt.
  • ECLI:NL:RBGEL:2025:11492 — met privacymaskers en een proces-verbaal van constatering blijven beveiligingscamera's overeind; de resterende inbreuk van deurbelcamera's is gerechtvaardigd door het veiligheidsbelang.
  • ECLI:NL:RBDHA:2025:24055 — het belang om te zien wie de voortuin betreedt weegt niet op tegen de inbreuk van een deurbelcamera op de privacy van de buurman.
  • ECLI:NL:RBGEL:2024:9879 — de huishoudelijke uitzondering van de AVG vervalt zodra de camera mede de veiligheid van buren dient; draaien kan volstaan als minder ingrijpend alternatief.
  • ECLI:NL:RBMNE:2023:4181 — een beweegbare camera die over de schutting filmt moet weg, met een verbod om een beweegbare camera terug te plaatsen; een vaste camera waarvan niet vaststaat dat hij werkt mag blijven.
  • ECLI:NL:RBZWB:2025:9022 — tegenover het recht eigendommen te beschermen staat het recht om vanuit de eigen woning en tuin onbespied te blijven.

Lees ook