AVG-inzageverzoek en misbruik van recht
Stelselmatig inzageverzoek eindigt in niet-ontvankelijkheid
Wie een bestelling plaatst bij een webshop, laat daar persoonsgegevens achter. Op grond van artikel 15 AVG mag hij inzage vragen in die gegevens. In twee beschikkingen van de rechtbank Noord-Holland van 13 juli 2026 (ECLI:NL:RBNHO:2026:8285 en ECLI:NL:RBNHO:2026:8436) werd dat recht ingezet als incasso-instrument, en dat liep spaak.
Een consument had via een webshop besteld en diende op 18 juli 2025 een inzageverzoek in. Ruim een maand later volgde een sommatie: voldoe binnen veertien dagen, plus 925 euro aan buitengerechtelijke kosten. Weer een maand later kwam een niet-onderhandelbaar schikkingsvoorstel van 1.250 euro, onder dreiging van dagvaarding. De webshop reageerde inhoudelijk op het verzoek en vroeg om verificatie van de identiteit van de verzoeker. Die verificatie bleef uit. Toch werd geprocedeerd, waarbij de verzoeker ter zitting zijn eis terugbracht tot enkel inzage, versterkt met een dwangsom van 250 euro per dag tot 35.000 euro.
De rechtbank kwam niet aan een inhoudelijke beoordeling toe. Deze zaak stond namelijk niet op zichzelf: dezelfde verzoeker had bij de rechtbank tussen medio 2025 en april 2026 ongeveer twintig van dit soort zaken aanhangig gemaakt, en gaf ter zitting toe in anderhalf jaar zo'n negentig inzageverzoeken te hebben gedaan. Ook bij de rechtbanken Rotterdam en Midden-Nederland lopen vergelijkbare zaken. Uit dat patroon leidde de rechtbank af dat het de verzoeker niet om zijn gegevens te doen was, maar om financieel gewin.
Misbruik van recht: een hoge lat, maar het patroon telt mee
De kern is artikel 3:13 BW: wie een bevoegdheid misbruikt, kan die niet inroepen. Bij procesrecht past terughoudendheid. Voor het inzagerecht geeft artikel 12 lid 5 AVG een eigen maatstaf: de verwerkingsverantwoordelijke mag weigeren gevolg te geven aan kennelijk ongegronde of buitensporige verzoeken, met name bij een repetitief karakter. De EDPB-richtsnoeren noemen als voorbeeld van een buitensporig verzoek de situatie waarin iemand aanbiedt zijn verzoek in te trekken in ruil voor een voordeel.
Het toetsingskader kreeg een scherpe rand door het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 19 maart 2026 (C-526/24, Brillen Rottler/TC). Voor misbruik is enerzijds een geheel van objectieve omstandigheden vereist, en anderzijds een subjectief element: de bedoeling om via kunstmatig gecreëerde voorwaarden een door het Unierecht toegekend voordeel te verkrijgen. Daarbij mag rekening worden gehouden met openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat iemand stelselmatig inzageverzoeken en schadeclaims indient volgens een vergelijkbaar patroon. Precies dat patroon, vroege aanzegging van kosten, druk op een schikking, een eis die vlak voor de zitting wordt verminderd, en gemachtigden van wie het bestaan niet aannemelijk werd, bracht de rechtbank tot het oordeel dat de lat werd gehaald.
Het gevolg is procesrechtelijk streng. Wie misbruik van recht maakt, wordt niet-ontvankelijk verklaard, zoals ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder oordeelde. In het uitvoerigst gemotiveerde dossier ging de rechtbank verder en veroordeelde de verzoeker in de werkelijke proceskosten van ruim tienduizend euro, in plaats van het gebruikelijke forfaitaire liquidatietarief.
Wat kunnen webshops doen tegen een oneigenlijk AVG-verzoek?
Reageer altijd tijdig en inhoudelijk op een inzageverzoek. Juist de webshops die het verzoek serieus behandelden en om identiteitsverificatie vroegen (mogelijk op grond van artikel 12 lid 6 AVG), stonden sterk toen bleek dat de verzoeker daar niet op inging. Documenteer de correspondentie, en let op de signalen: een sommatie met kostenaanzegging kort na het verzoek, een schikkingsvoorstel onder dreiging van een procedure, of een eis die telkens verandert.
Blijkt het verzoek deel van een patroon, dan is een beroep op artikel 12 lid 5 AVG (kennelijk ongegrond of buitensporig) en op misbruik van recht het meest verstrekkende verweer, het maakt een inhoudelijke behandeling overbodig. Wie kan onderbouwen dat een procedure op een valse of oneigenlijke grondslag is gestart, kan bovendien de werkelijke proceskosten vorderen. Meer over dit type geschil bij commercial litigation.
Veelgestelde vragen
Mag een bedrijf een AVG-inzageverzoek weigeren?
In beginsel niet: het inzagerecht van artikel 15 AVG geldt, en het verzoek hoeft niet te worden gemotiveerd. Artikel 12 lid 5 AVG maakt een uitzondering voor kennelijk ongegronde of buitensporige verzoeken, met name bij een repetitief karakter. De bewijslast dat een verzoek buitensporig is, ligt bij de verwerkingsverantwoordelijke.
Wanneer is een inzageverzoek buitensporig of misbruik van recht?
Als het verzoek niet dient om de eigen gegevens te controleren, maar om een ander doel, bijvoorbeeld financieel gewin. Volgens het Hof van Justitie (C-526/24) is naast objectieve omstandigheden een subjectief element vereist: de bedoeling om via kunstmatige voorwaarden een voordeel te verkrijgen. Een stelselmatig patroon van verzoeken en schikkingsdruk weegt mee.
Wie draagt de proceskosten als misbruik wordt vastgesteld?
De verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten. Waar een verweerder in persoon verschijnt, blijft dat beperkt tot een forfaitair bedrag. Maar bij aantoonbaar misbruik van procesrecht kan de rechter de werkelijke, volledige advocaatkosten toewijzen, in het zwaarste dossier ruim tienduizend euro.
Aangehaalde rechtspraak
Hof van Justitie van de Europese Unie
- HvJ EU 19 maart 2026, C-526/24 (Brillen Rottler/TC)
Raad van State
- ECLI:NL:RVS:2022:2403: misbruik van recht leidt tot niet-ontvankelijkheid
Rechtbanken
- ECLI:NL:RBNHO:2026:8285: Rechtbank Noord-Holland, 13 juli 2026 (beoordelingskader)
- ECLI:NL:RBNHO:2026:8436: Rechtbank Noord-Holland, 13 juli 2026
- ECLI:NL:RBROT:2025:13631: Rechtbank Rotterdam, 21 november 2025
- ECLI:NL:RBROT:2024:299: Rechtbank Rotterdam, 19 januari 2024 (misbruik van procesrecht)
- ECLI:NL:RBMNE:2022:2320: Rechtbank Midden-Nederland, 25 mei 2022