Naar inhoud

Faillissement aanvragen tegen een lege boedel: hof oordeelt misbruik van bevoegdheid

17 juni 2026Juriaan de Vries

Faillissement aanvragen tegen een lege boedel na turboliquidatie

Het Gerechtshof Den Haag vernietigde een faillissement omdat de aanvragende schuldeiser misbruik van bevoegdheid maakte: zij wist dat de boedel na een turboliquidatie leeg was en wilde de curator een bestuurdersaansprakelijkheidsvordering laten onderzoeken op diens eigen risico. Wie een direct alternatief heeft — de bestuurder zelf aanspreken — mag het faillissement daarvoor niet inzetten.

Werkneemster vraagt faillissement aan, hof wijst verzoek alsnog af

De faillietverklaring van SDW Leerwerkbedrijf B.V. is door het Gerechtshof Den Haag vernietigd. Een voormalige werkneemster had het faillissement aangevraagd nadat SDW een door de rechtbank vastgestelde transitievergoeding van € 20.577,76 onbetaald liet. De rechtbank Rotterdam sprak het faillissement op 13 januari 2026 uit. In hoger beroep oordeelde het hof dat de aanvraag misbruik van bevoegdheid opleverde.

De achtergrond verklaart waarom. SDW was al vóór de aanvraag ontbonden via een turboliquidatie. De vennootschap had geen activa meer. Enkele maanden eerder was wel € 240.000 naar een groepsvennootschap overgemaakt, terwijl daarmee ook de preferente vorderingen van de werkneemster en een tweede ex-werkneemster voldaan hadden kunnen worden. De werkneemster betoogde dat in die betaling — en in de gebrekkige turboliquidatie — een vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid school, die de curator te gelde kon maken.

De curator zag dat anders. Hij concludeerde dat een vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid geen kans van slagen had en dat de boedel verder leeg was. Daarmee verschoof de vraag van "is er een schuld" naar "had de schuldeiser een rechtens te respecteren belang bij dit faillissement".

Geen verifieerbare vordering — en misbruik ondanks pluraliteit

Eerst de transitievergoeding. Op grond van art. 7:673c lid 1 BW is het nog niet betaalde deel van een transitievergoeding bij faillissement niet langer verschuldigd. Dat een rechter de vergoeding onherroepelijk had vastgesteld, doet daar niet aan af: de aanspraak verandert daardoor niet van kleur. Een beperkte uitleg — alsof de bepaling alleen ziet op opzeggingen door de curator tijdens het faillissement — verwierp het hof onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2013/14, 33 818, nr. 3, p. 113). De transitievergoeding is dus niet verifieerbaar en kan hooguit als steunvordering dienen.

Bleven over twee proceskostenveroordelingen van € 1.066,04 en € 768. Daarmee was formeel aan het pluraliteitsvereiste voldaan. Toch strandde de aanvraag. Het hof greep terug op HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3269: van misbruik van bevoegdheid kan sprake zijn als de aanvrager weet of behoort te weten dat de boedel leeg is en geen voldoende gerechtvaardigd belang heeft, mede gelet op de voor hem beschikbare alternatieven. De Hoge Raad verbond dat aan het systeem van de Faillissementswet: een lege boedel leidt tot opheffing en — bij een rechtspersoon — tot ontbinding. Die maatstaf — ontwikkeld voor verzet door de curator — paste het hof ook toe waar de gefailleerde vennootschap zelf in hoger beroep kwam.

Toegepast op deze zaak: de werkneemster wist, gelet op de voorafgaande turboliquidatie, dat de boedel leeg was en dat de bestuurdersaansprakelijkheidsvordering het enige mogelijke actief vormde. Door het faillissement aan te vragen probeerde zij feitelijk de curator dat onderzoek voor haar te laten doen — op diens rekening en risico. En er was een aanvaardbaar alternatief: zij had de bestuurder ook rechtstreeks zelf in rechte kunnen betrekken. Door dat niet te doen liet zij haar eigen belang onevenredig prevaleren. Het faillissement werd vernietigd; de werkneemster moet de proceskosten van beide instanties en de faillissementskosten van € 6.714,70 dragen.

Wanneer is een faillissementsaanvraag tegen een lege boedel zinvol?

Voor een schuldeiser die na een turboliquidatie met lege handen staat, is de boodschap concreet. Een faillissement is geen kosteloos onderzoeksinstrument: de curator onderzoekt niet op kosten van de boedel — en daarmee voor eigen rekening en risico — een vordering waarvan de uitkomst onzeker is. Wie vermoedt dat een bestuurder de vennootschap heeft uitgehold of de turboliquidatie gebrekkig heeft afgewikkeld, beoordeelt daarom eerst of een rechtstreekse aanspraak op die bestuurder mogelijk is. Bestaat dat alternatief, dan ligt misbruik van bevoegdheid op de loer en dreigt een veroordeling in de faillissementskosten — in deze zaak ruim € 6.700. Binnen het insolventie- en executierecht bepaalt die afweging tussen verhaalsbelang en misbruik vaker de uitkomst dan het bestaan van de schuld zelf.

Tegelijk markeert het arrest een grens. Een leeg lijkende boedel sluit een faillissement niet per definitie uit: een voldoende gerechtvaardigd belang — bijvoorbeeld een reële, onderbouwde verhaalsmogelijkheid die alleen via de curator kan worden benut — kan de aanvraag wél dragen. De aanvrager moet dat belang dan kunnen aantonen en het standpunt van de curator gemotiveerd weerleggen. Dat liet de werkneemster hier na.

Veelgestelde vragen

Vervalt een transitievergoeding altijd bij faillissement van de werkgever?

Het nog niet betaalde deel vervalt op grond van art. 7:673c lid 1 BW zodra de werkgever failliet wordt verklaard. Dat geldt ook als een rechter de vergoeding al onherroepelijk heeft vastgesteld. De vordering komt dan niet voor verificatie in aanmerking en kan in een faillissement hooguit als steunvordering meetellen.

Kan een faillissementsaanvraag slagen als de boedel leeg is?

Soms wel. Een lege boedel blokkeert een faillissement niet automatisch. Beslissend is of de aanvrager een voldoende gerechtvaardigd belang heeft, zoals het bewerkstelligen van de ontbinding van de rechtspersoon of een concreet verhaalsobject dat alleen een curator kan uitwinnen. Weet de aanvrager dat de boedel leeg is en heeft hij een eigen alternatief, dan kan de aanvraag misbruik van bevoegdheid opleveren.

Wat kan een schuldeiser doen na een turboliquidatie zonder verhaal?

Een schuldeiser kan onderzoeken of de bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld, bijvoorbeeld door selectieve betalingen of een gebrekkige turboliquidatie, en die bestuurder rechtstreeks aanspreken. Dat directe alternatief verdient de voorkeur boven een faillissementsaanvraag die uitsluitend dient om de curator onderzoek te laten verrichten.

Gerechtshof Den Haag 17 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:405 (JOR 2026/148 m.nt. K.R. Kedis; RI 2026/37).

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2017:3269

Gerechtshoven: ECLI:NL:GHDHA:2026:405

Lees ook