Naar inhoud

Mag de curator procederen voor individuele schuldeisers?

16 juli 2026Juriaan de Vries

Grenzen aan de taak van de faillissementscurator

Advocaat-generaal Snijders adviseert de Hoge Raad om vast te houden aan de lijn dat een faillissementscurator alleen voor de gezamenlijke schuldeisers mag procederen, en niet voor een beperkte groep individuele schuldeisers. Ook een lastgeving van die schuldeisers verandert dat niet. De taak van de curator uit art. 68 lid 1 Fw reikt niet verder; benadeelde schuldeisers zijn in beginsel op zichzelf aangewezen.

Curatoren CARe claimen € 2,4 miljoen voor 118 schuldeisers

De rechter-commissaris en de rechtbank Midden-Nederland weigerden de curatoren van CARe Schadeservice B.V. de gevraagde procesmachtiging. Inzet was een schadeclaim van € 2.407.675 tegen Rabobank en een bestuurder, in te stellen namens 118 concurrente schuldeisers. Het insolventierecht stelt hier een scherpe grens aan wat een curator mag.

CARe werd in 2017 failliet verklaard. De 118 schuldeisers kregen in de twaalf maanden vóór het faillissement een onverhaalbare vordering, of zagen die oplopen. Het verwijt aan Rabobank is dat zij de financiering uitbreidde terwijl zij wist of moest weten dat CARe geen reëel toekomstperspectief meer had. Het verwijt aan de bestuurder is dat hij de exploitatie voortzette met diezelfde wetenschap.

Deze schade trof niet de gezamenlijke schuldeisers, maar een specifieke groep. De curatoren konden daarom zelf geen vordering instellen. Zij sloten met de 118 schuldeisers overeenkomsten van lastgeving: de netto-opbrengst zou rechtstreeks naar die schuldeisers gaan, terwijl de boedel de proceskosten voorschiet tegen een success fee. Voor deze route vroegen zij een machtiging op de voet van art. 68 lid 3 Fw.

A-G: optreden voor een beperkte groep valt buiten art. 68 Fw

Sinds Peeters q.q./Gatzen mag een curator bij benadeling van de gezamenlijke schuldeisers een schadevergoedingsvordering instellen tegen een betrokken derde; de opbrengst valt in de boedel en komt via de uitdelingslijst aan alle schuldeisers ten goede. In De Bont/Bannenberg q.q. en Butterman q.q./Rabobank trok de Hoge Raad de grens: optreden voor een beperkte groep schuldeisers valt buiten de opdracht van art. 68 lid 1 Fw. Dat gold ook toen de curator over volmachten beschikte, en ongeacht of de opbrengst in de boedel zou vallen.

De curatoren betoogden dat een lastgeving méér ruimte biedt dan een volmacht. A-G Snijders volgt dat niet. Het onderscheid tussen lastgeving en volmacht doet niet af aan het uitgangspunt dat de curator alleen voor de gezamenlijke schuldeisers optreedt. Twee bezwaren wegen zwaar. Het risico van tegenstrijdige belangen tussen boedel en individuele schuldeisers laat zich vooraf niet betrouwbaar afbakenen. En de curator zou bij die belangenbehartiging kennis inzetten die hij juist in zijn hoedanigheid van curator heeft verkregen — waarvoor die bevoegdheden hem niet zijn gegeven.

In de literatuur staan de "rekkelijken" (onder wie Van der Weijden) tegenover de "preciezen" (onder wie Wessels en Vriesendorp). De eersten achten de constructie toelaatbaar zolang belangenconflicten worden vermeden en de boedel het procesrisico niet draagt; de laatsten zien haar als onverenigbaar met de wettelijke taak van de curator. De A-G kiest de strikte lijn en ziet geen grond om terug te komen van beide arresten. De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Wat kunnen benadeelde schuldeisers zelf doen?

Zolang de Hoge Raad niet anders oordeelt, moeten schuldeisers ervan uitgaan dat de curator hen niet vertegenwoordigt, tenzij de schade de gezamenlijke schuldeisers treft en dus een Peeters/Gatzen-vordering oplevert. Wie schade lijdt door een bank of bestuurder vlak vóór een faillissement, is aangewezen op een eigen procedure. Kosten en risico zijn te beperken door vorderingen te bundelen via subjectieve cumulatie, of door een collectieve actie op de voet van art. 3:305a BW. Houd daarbij de verjaring scherp in de gaten.

Deze uitkomst is nog niet definitief. Een conclusie van het parket is een zwaarwegend advies, maar de Hoge Raad beslist zelf. Tot het arrest er is, blijft de lagere rechtspraak leidend, die de machtiging tot nu toe weigert.

Veelgestelde vragen

Wat is een Peeters/Gatzen-vordering?

Een vordering waarmee de curator bij benadeling van de gezamenlijke schuldeisers een betrokken derde aanspreekt tot schadevergoeding. De bevoegdheid volgt uit art. 68 lid 1 Fw. De opbrengst valt in de boedel en komt via de uitdelingslijst aan alle schuldeisers ten goede, ook al kwam de vordering niet aan de gefailleerde zelf toe.

Waarom helpt een lastgeving of volmacht de curator niet?

Omdat de curator zijn bevoegdheden ontleent aan zijn wettelijke taak, en die taak omvat alleen de gezamenlijke schuldeisers. Een private opdracht van individuele schuldeisers voegt daar geen wettelijke grondslag aan toe. Dat is de vaste lijn sinds De Bont/Bannenberg q.q. en Butterman q.q./Rabobank.

Heeft de Hoge Raad hierover al beslist?

Nog niet. ECLI:NL:PHR:2026:720 is de conclusie van advocaat-generaal Snijders van 10 juli 2026, die tot verwerping strekt. Het arrest van de Hoge Raad volgt later. Pas dan staat vast of de grens uit beide eerdere arresten gehandhaafd blijft.

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad
- Peeters q.q./Gatzen — HR 14 januari 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4521
- De Bont/Bannenberg q.q. — HR 16 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7797
- Dekker q.q./Lutèce — HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF3917
- Butterman q.q./Rabobank — HR 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN7887
- HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3253 (toetsingsmaatstaf rechter-commissaris)

Parket bij de Hoge Raad
- Conclusie A-G Snijders — 10 juli 2026, ECLI:NL:PHR:2026:720

Rechtbanken
- Rechtbank Midden-Nederland (rechter-commissaris) 16 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2322
- Rechtbank Midden-Nederland 12 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5959

Lees ook