Naar inhoud

Ouderdomsclausule bij woningkoop: wanneer slaagt het beroep?

21 september 2026Juriaan de Vries

De ouderdomsclausule bij de koop van een oude woning

Wie een oud huis verkoopt, neemt vaak een ouderdomsclausule op. Als hoofdregel dekt zij alleen gebreken die uit de ouderdom voortkomen, en dat is minder dan de tekst vaak suggereert. Hieronder twee zaken die precies andersom aflopen, wie het verband met de ouderdom moet bewijzen, welke bewoordingen wél verder reiken, en hoe de mededelingsplicht van de verkoper zich verhoudt tot de onderzoeksplicht van de koper.

Twee ouderdomsclausules, tegengestelde uitkomst

De rechtbank Noord-Holland wees op 6 november 2024 een vordering van € 42.700 volledig af. Of het gebrek het normale gebruik van de woning in de weg stond, liet de rechtbank uitdrukkelijk in het midden. De ouderdomsclausule besliste de zaak eerder (rov. 4.25).

De kopers hadden een woning uit 1899 gekocht voor € 610.000. Een bouwkundige keuring vóór de koop meldde dat het huis in goede staat verkeerde. Toen zij in 2023 bij een verbouwing het plafond sloopten, troffen zij brand- en roetschade aan de plafondbalken en de vloerdelen, afkomstig van een brand omstreeks 1980.

Dat die schade niets met de ouderdom van het huis te maken had, voerden de kopers aan. De rechtbank liet dat punt liggen, en de bewoordingen van de akte waren daarvoor de reden. Artikel 21 van hun koopakte legde bij de koper het ontbreken van eigenschappen voor normaal gebruik "als gevolg van ouderdom of door de aanwezigheid van verborgen gebreken van welke aard dan ook". In die tweede categorie las de rechtbank een uitsluiting die losstaat van de oorzaak: "In het artikel wordt geen onderscheid gemaakt tussen de oorzaak van gebreken" (rov. 4.10). De standaardgarantie van artikel 6.3, waarin de verkoper instaat voor de eigenschappen die voor normaal gebruik nodig zijn, had daarmee "aanzienlijk aan betekenis ingeboet" (rov. 4.12).

Ruim drie maanden later liep het omgekeerd bij de rechtbank Rotterdam, bij een clausule die naar de letter nog verder ging. Die week af van artikel 6.3 en van artikel 7:17 BW, en legde bij de koper het ontbreken van eigenschappen voor normaal én bijzonder gebruik plus het "anderszins niet-beantwoorden van de zaak aan de overeenkomst". Toch kreeg die koper ruim € 34.000 aan herstelkosten. Het gebrek, een onvoldoende brandwerende wand, kwam voort uit een splitsing van de woningen in 2019, en daarmee uit iets anders dan ouderdom (rov. 5.22).

De verkoper moet het verband met de ouderdom bewijzen

Zegt de clausule niets over de oorzaak van het gebrek, dan leest de rechter de ouderdom erin terug. Dat is de lijn in de meeste besproken uitspraken, en het praktische gevolg is duidelijk: de verkoper die zich op de clausule beroept, moet het verband met de ouderdom aantonen. Het hof Arnhem-Leeuwarden formuleerde dat in maart 2025 zo dat de verkoper dient "te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat het desbetreffende gebrek het gevolg is van de ouderdom van de woning" (rov. 4.10).

Een opsomming van bouwdelen in de clausule verandert daar weinig aan. In datzelfde arrest staat de zin die de praktijk het meest oplevert: het enkele feit dat een gebrek zich voordoet aan "oude balken, muren of funderingen" betekent nog niet dat de verkoper vrijuit gaat (rov. 4.20). Het hof 's-Hertogenbosch paste dat in juli 2025 toe op een clausule die vloeren, dak, fundering, leidingen en riolering met zoveel woorden noemde: "De clausule neemt de aansprakelijkheid van de verkoper voor niet door ouderdom veroorzaakte gebreken niet weg. Dat geldt ook indien het gebreken aan leidingen, afvoeren of riolering betreft" (rov. 3.7.2).

Dat geldt ook voor de gangbare formule waarin de uitsluiting afwijkt van de standaardgarantie. Die zinsnede stond in de Rotterdamse akte en in een zaak die het hof Arnhem-Leeuwarden in oktober 2024 beoordeelde, en werd beide keren beperkt uitgelegd. Zij heeft volgens het hof "alleen betrekking (...) op de eisen die aan de bouwkwaliteit van de woning mogen worden gesteld", en dus bijvoorbeeld "op de materialen waarmee de woning is gebouwd of op het comfortniveau" (rov. 4.14). Een gebroken rioolafvoer viel daarbuiten, ook als verzakking de oorzaak was.

Een ruimere uitsluiting vraagt uitdrukkelijke bewoordingen

De clausules die wél standhielden, zeggen iets extra's. De Haarlemse akte noemde naast de ouderdom verborgen gebreken van welke aard dan ook, en daarmee was de oorzaak uit beeld. De rechtbank Overijssel kwam in februari 2025 tot hetzelfde langs een andere weg: die akte vermeldde dat bouwkundige gebreken het beoogde gebruik kunnen belemmeren en dat de koper die beperkingen aanvaardt. Dat leverde "een vergaande beperking van aansprakelijkheid van de verkoper" op (rov. 5.6), en een gevorderd bedrag van ruim € 38.000 sneuvelde.

Ook zo'n formulering geeft nog geen zekerheid, want de rechter kijkt ook naar de manier waarop het beding in de akte terecht is gekomen. De Rotterdamse rechtbank woog mee dat over de clausule niet was onderhandeld, dat de tekst van de verkopers kwam, dat de kopers geen aankoopmakelaar hadden en dat partijen zich niet konden herinneren dat de notaris de bepaling had besproken. Daar kwam bij dat de standaardgarantie was blijven staan terwijl andere niet-toepasselijke modelbepalingen wel waren doorgestreept, en dat de uitsluiting "verstopt" zat in de tweede zin van een bepaling met het opschrift "Ouderdomsclausule" (rov. 5.22). De kopers hoefden daarom redelijkerwijs niet te begrijpen dat zij alle aansprakelijkheid hadden weggetekend.

Mededelingsplicht gaat vóór de onderzoeksplicht van de koper

Boven alles staat de mededelingsplicht van de verkoper. Wat hij verzwijgt, dekt geen enkele clausule af, al is de drempel hoog. De rechtbank Noord-Holland formuleerde drie eisen die samen moeten opgaan: het beroep op de clausule is onaanvaardbaar als de verkoper "het gebrek moest kennen, [eisers] het gebrek niet konden kennen en het een (heel) ernstig gebrek is" (rov. 4.16). Die eerste eis is scherper dan zij lijkt. De verkoper wist van de brand van omstreeks 1980, maar niet van schade die daarvan was overgebleven, en op dat onderscheid strandde het beroep van de kopers.

Tegenover die mededelingsplicht staat de onderzoeksplicht van de koper, en een ouderdomsclausule maakt die zwaarder. De rechtbank Overijssel overwoog dat met het opnemen van de clausule de verwachtingen van de koper sterk waren ingeperkt en dat "daarmee haar onderzoeksplicht aanzienlijk uitgebreid" was (rov. 5.7). Die koper had in de akte uitdrukkelijk van een bouwkundige keuring afgezien terwijl de taxateur de goten en het loodwerk als aandachtspunt had genoemd, en verrichtte ook verder geen onderzoek. Dat kostte hem de zaak. Wie een ouderdomsclausule tekent, koopt er dus een onderzoeksopdracht bij.

Tussen die twee plichten bestaat een rangorde, en die valt uit in het voordeel van de koper. Het hof 's-Hertogenbosch herinnerde eraan dat redelijkheid en billijkheid zich er in het algemeen tegen verzetten dat een verkoper die zijn mededelingsplicht heeft geschonden, zich erop beroept dat de koper onvoldoende onderzoek heeft gedaan (rov. 3.6.3). Wie zwijgt over wat hij weet, verspeelt ook dat verweer, hoe ruim de onderzoeksplicht door de clausule ook is geworden.

De algemene weg van artikel 6:248 lid 2 BW loopt moeizamer. Die bepaling eist dat toepassing van het beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, en in de besproken zaken vulden rechters die maatstaf steeds langs de mededelingsplicht in. Een beroep op de ernst van het gebrek alleen, los van wat de verkoper wist, slaagde nergens.

Wat betekent dit voor kopers en verkopers?

Voor een koper begint het bij de tekst, en pas daarna bij het gebrek. Gaat het beding alleen over de leeftijd van het pand en de lagere eisen aan de bouwkwaliteit, dan is de vraag waar het gebrek vandaan komt. Die vraag moet de verkoper beantwoorden, want bij hem ligt de bewijslast. Een aanbouw, een installatie of een verbouwing van recenter datum zal hij moeilijk aan de ouderdom kunnen koppelen.

Aanvaardt de koper daarnaast gebreken als zodanig, in welke bewoordingen ook, dan verschuift de zaak naar wat de verkoper wist. Ook dan blijft er ruimte, want de omstandigheden rond het tekenen tellen mee. Drie daarvan komen uit een arrest van de Hoge Raad uit 2013: er is niet over de tekst onderhandeld, de koper had geen juridische bijstand, en het model kwam van de wederpartij. Staan die drie vast, dan vervalt de grond om bij de uitleg groot gewicht aan de taalkundige betekenis toe te kennen (rov. 3.4.2). De rechtbank Rotterdam redeneerde in die geest, twee andere rechtbanken juist andersom.

Voor een verkoper werkt het omgekeerd, met twee dingen om te doen. Wie op bescherming rekent, moet weten dat een verwijzing naar de ouderdom, een opsomming van bouwdelen en de gangbare afwijkingsformule in deze uitspraken herhaaldelijk beperkt zijn uitgelegd. De bedingen die wel standhielden, lieten de koper gebreken aanvaarden zonder die aan de ouderdom te koppelen. Dat is een keuze die vóór het tekenen wordt gemaakt en daarna niet meer. En wat hij weet, meldt hij, want geen formulering houdt stand tegen verzwijging van een ernstig gebrek.

Blijft over wat de rechter uit de akte als geheel opmaakt, en daar ligt de scherpste overweging van de reeks. Een uitsluiting die meer wegneemt dan het opschrift van de bepaling belooft, komt voor rekening van degene die haar heeft opgesteld. Wie een clausule schrijft die alles afdekt, doet er dus goed aan haar ook zo te noemen.

Veelgestelde vragen

Vanaf welk bouwjaar geldt een ouderdomsclausule?

Er is geen vaste grens en het getal zegt weinig over de reikwijdte. In de besproken zaken kwamen drempels van veertig, drieënzestig, vijfentachtig en honderd jaar voor, soms bij een veel ouder pand: een woning uit 1899 stond in een akte die sprak van meer dan veertig jaar oud. Beslissend is wat de bepaling over gebreken en hun oorzaak zegt.

Is een bouwkundige keuring nodig bij een ouderdomsclausule?

Het afzien ervan kan zwaar tegen de koper werken. In de Overijsselse zaak woog mee dat de koper in de akte uitdrukkelijk van een keuring had afgezien terwijl de taxateur de goten en het loodwerk als aandachtspunt had genoemd. Een keuring vrijwaart overigens niet: in de Haarlemse zaak meldde het onderzoek vóór de koop dat de woning in goede staat was, terwijl de brandschade pas na sloopwerk zichtbaar werd.

Kan een koper de ouderdomsclausule laten aanpassen?

Dat kan, en het is de enige zekerheid die vooraf te krijgen valt. Een koper kan de reikwijdte begrenzen door haar tot gebreken uit de ouderdom te beperken, of door onderdelen die hij heeft laten onderzoeken uit te zonderen. Twee van de besproken clausules openen daar zelf de deur toe, met een voorbehoud voor wat de verkoper heeft gegarandeerd.

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BY8101 (5 april 2013, komt vast te staan dat niet is onderhandeld, dat juridische bijstand ontbrak en dat het modelcontract van de wederpartij kwam, dan vervalt de grond om groot gewicht toe te kennen aan de taalkundige betekenis), met de conclusie ECLI:NL:PHR:2013:BY8101 (over de waarde van een entire agreement clause die als standaardbepaling in een modelcontract is opgenomen).

Gerechtshoven: ECLI:NL:GHSHE:2025:2102 ('s-Hertogenbosch, 29 juli 2025, tussenarrest, de clausule neemt de aansprakelijkheid voor niet door ouderdom veroorzaakte gebreken niet weg, ook niet voor met name genoemde leidingen); ECLI:NL:GHARL:2025:1674 (Arnhem-Leeuwarden, 18 maart 2025, tussenarrest, de verkoper moet stellen en zo nodig bewijzen dat het gebrek het gevolg is van de ouderdom); ECLI:NL:GHARL:2024:7295 (Arnhem-Leeuwarden, 22 oktober 2024, de afwijkingsformule ziet op bouwkwaliteit en comfortniveau, niet op een gebrekkige rioolafvoer).

Rechtbanken: ECLI:NL:RBROT:2025:3457 (Rotterdam, 26 februari 2025, een naar de letter zeer ruime clausule beperkt uitgelegd, mede omdat de uitsluiting verstopt zat in een bepaling met de titel Ouderdomsclausule); ECLI:NL:RBOVE:2025:973 (Overijssel, 19 februari 2025, een clausule waarin de koper bouwkundige gebreken aanvaardt beperkt de standaardgarantie vergaand); ECLI:NL:RBNHO:2024:13702 (Noord-Holland, 6 november 2024, verborgen gebreken van welke aard dan ook maakt de oorzaak irrelevant, met het drieledige criterium voor doorbreking).

Lees ook