Naar inhoud

Warmtepomp of thuisbatterij aan de deur gekocht: sterk herroepingsrecht, zwakke verhaalspositie

7 augustus 2026Juriaan de Vries

Inleiding

Op 15 mei 2025 wordt een bewoner thuis aan de deur benaderd voor een thuisbatterij. Diezelfde dag tekent hij voor € 18.149,00 en maakt hij het volledige bedrag over in twee delen. Het tweede deel gaat via een betaallink, met instructies die met de hand op een envelop zijn geschreven. Vier dagen later bedenkt hij zich en herroept hij schriftelijk. Hi Tronic B.V., die onder de naam Batteroo opereert, reageert niet en betaalt niet terug. Op 4 februari 2026 veroordeelt de kantonrechter in Breda haar tot terugbetaling van het volledige bedrag. Op 12 mei 2026 wordt Hi Tronic failliet verklaard.

Dat is het patroon in dit marktsegment. Het consumentenrecht werkt: in vrijwel elke gepubliceerde uitspraak wordt de consument in het gelijk gesteld, en op vrijwel elk punt. Of het toegewezen bedrag ook wordt geïnd, is een tweede vraag, en die wordt in de praktijk meestal pas gesteld nadat het vonnis er ligt.

Vereniging Eigen Huis opende begin augustus 2026 een meldpunt voor huiseigenaren die te maken kregen met agressieve of misleidende verkoop van thuisbatterijen, zonnepanelen en warmtepompen, naar eigen zeggen na honderden signalen. De gemelde werkwijzen keren in de rechtspraak vrijwel letterlijk terug: aandringen op een handtekening tijdens het eerste telefoongesprek, vage omschrijvingen van het product, hoge vooruitbetalingen, en verkopers die zich voordoen als medewerker van de gemeente of de netbeheerder.

Eén verkoopmodel, vier productgroepen

Warmtepompen, thuisbatterijen, zonnepanelen en isolatie worden op dezelfde wijze verkocht, en het juridische kader maakt geen onderscheid. Afdeling 6.5.2B BW over overeenkomsten op afstand en buiten de verkoopruimte kent geen productcategorieën. In de gepubliceerde rechtspraak is de verdeling wel scheef.

Voor deze bijdrage is de publiek toegankelijke civiele rechtspraak over deze productgroepen doorgenomen aan de hand van de bepalingen over informatieplichten, herroeping, colportage en oneerlijke handelspraktijken.

Thuisbatterijen vormen sinds juni 2025 een cluster van elf uitspraken, verspreid over de rechtbanken Midden-Nederland, Amsterdam, Zeeland-West-Brabant, Rotterdam en Noord-Holland. Acht daarvan betreffen Hi Tronic B.V., die opereerde onder de handelsnamen Batteroo, Opslagplan, MKB Energieopslag en Batterijnet. De overige drie betreffen Solaar B.V., Energreen Almere B.V. en De Zonnepaneel Meester B.V., met een werkwijze die op de wezenlijke punten overeenkomt. In de laatste van die drie trad aanvankelijk dezelfde gemachtigde op als in het cluster van acht. Er is dus geen sprake van één uit de band springende onderneming, maar van een werkwijze die door meerdere partijen naast elkaar wordt gehanteerd.

Bij isolatie en dakwerk staan de scherpste uitspraken over oneerlijke handelspraktijken, en juist niet over herroeping. Bij zonnepanelen gaat het vooral om ambtshalve toetsing van informatieplichten, wanneer de leverancier zelf incasseert.

Over warmtepompen bestaat veel rechtspraak, maar die gaat vrijwel uitsluitend over non-conformiteit, gebrekkige installatie en geluidsoverlast. De wijze waarop een warmtepompovereenkomst tot stand komt, komt in geen van de onderzochte publiek toegankelijke uitspraken aan de orde. Dat is een vaststelling over de gepubliceerde rechtspraak en niet over de markt: de meldingen bij het meldpunt betreffen wél warmtepompen.

Die achterstand laat zich verklaren. Bij batterijen liep de verkoopgolf voorop, mede door het vooruitzicht van de afschaffing van de salderingsregeling per 1 januari 2027, en batterijen worden vaak vooruitbetaald zonder dat er iets wordt geleverd. Het geschil spitst zich dan onmiddellijk toe op terugbetaling. Bij een warmtepomp volgt vaker wél een installatie, waarna het geschil zich als non-conformiteit presenteert. Voor de rechtsvraag maakt dat niets uit: wat in de batterijzaken over maatwerk, directe uitvoering en annuleringskosten is beslist, geldt onverkort voor een warmtepomp.

De opbouw van het contract

Het voorbeeld hieronder is ontleend aan een offerte met algemene voorwaarden voor een hybride warmtepomp met buffervat, in 2026 buiten de verkoopruimte gesloten voor een bedrag in de orde van € 18.000 inclusief btw. Anders dan de hierna besproken uitspraken is dit stuk geen openbare bron, zodat het geanonimiseerd en in parafrase wordt weergegeven. De afzonderlijke elementen zijn niet uitzonderlijk: zij komen in de rechtspraak stuk voor stuk terug.

Opvallend is dat de algemene voorwaarden zelf op hoofdlijnen een in de branche gangbare modeltekst volgen, met de gebruikelijke definities en een correct geformuleerd herroepingsrecht. De afwijkingen zitten in de begeleidende offertetekst en in een bijlage met tarieven. Vijf elementen zijn juridisch van belang.

Ten eerste wordt de handelaar niet geïdentificeerd. De offerte vermeldt een handelsnaam en een handelsregisternummer, maar geen rechtsvorm en geen statutaire naam. De algemene voorwaarden noemen wel een B.V., in een spelling die van de gevoerde handelsnaam afwijkt.

Ten tweede wordt het herroepingsrecht uitgesloten wegens maatwerk. De begeleidende tekst houdt in dat het wettelijke herroepingsrecht niet van toepassing is, omdat de oplossingen speciaal voor de klant zouden worden samengesteld.

Ten derde wordt datzelfde herroepingsrecht elders juist toegekend. Op de handtekeningpagina staat een aangevinkt vakje met de verklaring dat er nog veertien dagen bedenktijd resteren en dat het modelformulier kan worden gebruikt. Dat formulier is als bijlage bij de algemene voorwaarden opgenomen, en die voorwaarden kennen een volledig herroepingsrecht van veertien dagen toe. Twee documenten, tegengestelde boodschappen.

Ten vierde wordt vooraf om directe uitvoering verzocht. Een tweede aangevinkt vakje bevat de verklaring dat de consument uitdrukkelijk verzoekt binnen veertien dagen met de uitvoering te beginnen en zich ervan bewust is dat het herroepingsrecht daarmee vervalt. Aan dat vakje hangt een bijlage met annuleringstarieven: een adviestraject van vijftienhonderd tot ruim tweeduizend euro, reserverings- en opslagkosten en een technische schouw van elk enkele honderden euro's, plus een waardevermindering van 15% tot 30% van de productwaarde.

Ten vijfde wordt er meteen betaald. De algemene voorwaarden verplichten tot een vooruitbetaling van minimaal 20% bij het aangaan van de overeenkomst, en tot 50% zodra de producten beschikbaar zijn voor installatie.

Het geheel vormt een gesloten systeem. Ondertekening leidt tot onmiddellijke betaling. Wie zich bedenkt, krijgt eerst te horen dat er geen herroepingsrecht bestaat, en als dat standpunt niet houdbaar blijkt dat er annuleringskosten verschuldigd zijn waardoor van de aanbetaling weinig overblijft. Geen van deze vijf elementen houdt stand, zoals hierna blijkt.

De precontractuele informatieplichten

Voor een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte moet de handelaar, voordat de consument gebonden is, de informatie van artikel 6:230m lid 1 BW verstrekken. Bij deurverkoop komt daar artikel 6:230t BW bij: die informatie moet op papier of, met instemming van de consument, op een andere duurzame gegevensdrager worden verstrekt, in duidelijke en begrijpelijke taal.

De eerste plicht betreft de identiteit van de handelaar (artikel 6:230m lid 1 onder b, c en d BW). In een markt waarin vennootschappen van naam wisselen, is dat geen formaliteit. De kantonrechter in Amsterdam wees € 650,00 toe aan kosten die waren gemaakt om vast te stellen wélke rechtspersoon de wederpartij was: de offerte vermeldde de handelsnaam Opslagplan, die niet in het handelsregister stond, de facturen luidden op naam van Batteroo, en uit opnames van telefoongesprekken moest worden herleid dat Hi Tronic B.V. kon worden aangesproken (ECLI:NL:RBAMS:2026:3266). Diezelfde vennootschap opereerde blijkens de uitspraken onder ten minste vijf namen.

De tweede plicht betreft het bestaan van het herroepingsrecht (artikel 6:230m lid 1 onder h BW), met de voorwaarden, de termijn, de wijze van uitoefening en het modelformulier. Ontbreekt dat, dan verlengt artikel 6:230o lid 2 BW de bedenktijd met maximaal twaalf maanden. Die sanctie is ingrijpend. In een zaak over een thuisbatterij die Energreen Almere B.V. in september 2024 had geleverd, was een beroep op het herroepingsrecht van 30 april 2025 nog tijdig, omdat Energreen de algemene voorwaarden alleen via een link per e-mail had toegestuurd. Een link is geen duurzame gegevensdrager. Omdat niet correct was geïnformeerd, bestond op grond van artikel 6:230s lid 3 BW bovendien geen aansprakelijkheid voor waardevermindering van het al geïnstalleerde apparaat, zodat de volledige koopprijs van € 14.144,90 moest worden terugbetaald (ECLI:NL:RBMNE:2025:7850). In een zaak tegen De Zonnepaneel Meester B.V. over een accupakket van € 13.249,50 liep het langs dezelfde lijn (ECLI:NL:RBAMS:2026:7437).

De derde plicht betreft de kosten bij herroeping tijdens de uitvoering (artikel 6:230m lid 1 onder j BW). Wie daar niet vooraf op wijst, kan die kosten achteraf niet in rekening brengen. Dat volgt uit artikel 6:230s lid 5 BW, en het is in het batterijencluster meermalen de zelfstandige reden waarom een beroep op verrekening strandde.

Deze plichten worden ambtshalve getoetst. De rechtbanken hanteren daarvoor de Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten (LOVCK, laatst gewijzigd 6 februari 2025), die teruggaat op de prejudiciële beslissingen van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677) en 4 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1355 en ECLI:NL:HR:2024:1366). Het model verbindt aan het aantal voldoende ernstige schendingen een vermindering van de hoofdsom, oplopend van 20% tot 60%. Dat model komt in beeld wanneer de handelaar betaling vordert, zoals bij verhuur van zonnepanelen, waar een geschonden bevestigingsplicht tot vernietiging van 25% van de hoofdsom leidde (ECLI:NL:RBNHO:2023:4501). Vordert de consument zelf terugbetaling, dan loopt de zaak langs artikel 6:230r en artikel 6:230s BW.

Het herroepingsrecht en twee ontsnappingsroutes

Artikel 6:230o lid 1 BW geeft veertien dagen om zonder opgave van redenen te ontbinden. Artikel 6:230r lid 1 BW verplicht de handelaar om binnen veertien dagen na ontvangst van die verklaring alle ontvangen betalingen terug te betalen. In de gepubliceerde uitspraken wordt op twee manieren geprobeerd daaraan te ontkomen. Beide falen consequent.

Maatwerk

Artikel 6:230p onder f sub 1 BW sluit het herroepingsrecht uit bij zaken die volgens specificaties van de consument zijn vervaardigd, niet geprefabriceerd zijn en op basis van een individuele keuze worden gemaakt. Op offertes in dit segment staat standaard dat het een aanbod op maat betreft.

Die redenering is in elk van de onderzochte uitspraken verworpen. Het gaat om een geprefabriceerd standaardapparaat, en dat het moet worden geïnstalleerd en dat de installatie op de situatie wordt afgestemd, maakt de zaak zelf geen maatwerk (ECLI:NL:RBAMS:2026:3266 en ECLI:NL:RBAMS:2026:4512). Vereist is een uniek en gepersonaliseerd product, niet een keuze uit standaardmaten (ECLI:NL:RBMNE:2026:1369). Dat de offerte zichzelf "op maat gemaakt" noemt, doet niet ter zake, en evenmin hoe uitvoerig de handelaar stelt te hebben geadviseerd: beslissend voor de kwalificatie van de overeenkomst is de wijze waarop zij tot stand is gekomen, niet de hoeveelheid advies die eraan voorafging (ECLI:NL:RBAMS:2026:3703). De lijn is ouder dan dit cluster: al in januari 2024 leverde een op verzoek van de koper aangepaste scootmobiel geen maatwerk op (ECLI:NL:RBGEL:2024:221). Aanpassing van een standaardproduct is iets anders dan vervaardiging volgens specificatie. Een uit een catalogus gekozen warmtepomp met standaard buffervat valt daar dus buiten.

Directe uitvoering

De tweede manier loopt via artikel 6:230p onder d BW en artikel 6:230s lid 4 BW: een voorgedrukte verklaring waarin de consument uitdrukkelijk zou verzoeken direct te beginnen en daarmee afstand zou doen van het herroepingsrecht. Die opzet faalt om drie zelfstandige redenen.

Het herroepingsrecht vervalt op grond van artikel 6:230p onder d BW pas als de dienst volledig is nagekomen. Zolang het apparaat niet is geleverd en geïnstalleerd, is daaraan niet voldaan, hoeveel voorbereiding de handelaar ook stelt te hebben verricht (ECLI:NL:RBZWB:2026:683, ECLI:NL:RBMNE:2026:1369, ECLI:NL:RBAMS:2026:3703 en ECLI:NL:RBAMS:2026:7069). Een ingeplande technische schouw die nooit is uitgevoerd, brengt daarin geen verandering (ECLI:NL:RBAMS:2026:7069). Verder is een door de handelaar zelf voorgedrukte zinsnede geen uitdrukkelijk verzoek van de consument in de zin van artikel 6:230t lid 3 BW, zeker niet wanneer onbetwist is dat onder druk is getekend (ECLI:NL:RBAMS:2026:3266). En op grond van artikel 6:230s lid 5 onder a BW is geen vergoeding verschuldigd wanneer over het herroepingsrecht niet is geïnformeerd. Een handelaar wiens offerte vermeldt dat er géén herroepingsrecht bestaat, heeft niet alleen niet geïnformeerd maar onjuist geïnformeerd.

Een annuleringsregeling die kosteloze ontbinding beperkt is om die reden ongeldig, en of de consument daarmee heeft ingestemd doet niet ter zake (ECLI:NL:RBMNE:2026:1369). Ook de vooruitbetaling zelf staat op losse schroeven: artikel 6:230t lid 5 BW bepaalt dat bij een overeenkomst buiten de verkoopruimte pas ná het verstrijken van de bedenktijd betaling kan worden gevorderd, behoudens het geval van artikel 6:230s lid 4 BW. Een voorwaarde die bij ondertekening 20% vooruit verlangt, is daarmee in strijd.

Worden de annuleringskosten wél gespecificeerd, dan blijken zij vaak niet te bestaan. In een zaak in Dordrecht voerde Hi Tronic een locatiebezoek, een virtuele schouw en voorbereidende werkzaamheden op, terwijl de overeenkomst dezelfde dag was ontbonden en er nooit een bezoek had plaatsgevonden. Zij werd op grond van artikel 21 Rv in de werkelijke proceskosten veroordeeld. Die zaak is elders op deze site afzonderlijk besproken. In Utrecht volgde tegen dezelfde vennootschap een veroordeling in de werkelijke kosten van € 3.000,00 (ECLI:NL:RBMNE:2026:1369). Dergelijke kostenveroordelingen verschuiven de afweging bij vorderingen van enkele duizenden euro's, waar het liquidatietarief anders al snel tot de slotsom leidt dat procederen niet loont.

Oneerlijke handelspraktijken: waarom het beroep vaak strandt

Artikel 6:193b BW maakt een oneerlijke handelspraktijk onrechtmatig jegens de consument, en artikel 6:193j lid 3 BW maakt de daaruit voortgekomen overeenkomst vernietigbaar. Artikel 6:193j lid 1 BW legt de bewijslast voor de juistheid van verstrekte informatie bij de handelaar. Het is een aantrekkelijke grondslag, die in de batterijzaken opvallend vaak strandt en in de isolatiezaken juist slaagt.

Tegen Hi Tronic slaagde het beroep één keer. Onjuiste informatie over het bestaan van het herroepingsrecht werd aangemerkt als een misleidende handelspraktijk, en de mededeling dat van de eerste overeenkomst alleen kon worden afgezien door een tweede aan te gaan, leverde daarnaast een agressieve handelspraktijk op (ECLI:NL:RBAMS:2026:3266). Tegen dezelfde vennootschap strandde het beroep even later. Niet concreet was onderbouwd waaróm het telefonisch handelen oneerlijk was geweest, en onverwacht gebeld worden is op zichzelf niet agressief. Doorslaggevend was dat onjuiste annuleringsvoorwaarden weliswaar in strijd met het consumentenrecht zijn, maar dat niet aannemelijk was dat juist díe onjuistheden tot ondertekening hadden geleid (ECLI:NL:RBMNE:2026:1369). In een derde zaak bleef de vraag onbeantwoord, omdat het herroepingsrecht de vordering al droeg (ECLI:NL:RBAMS:2026:4512).

Daarin ligt de verklaring. Artikel 6:193b lid 2 BW eist een besluitvormingseffect: de gemiddelde consument moet door de praktijk een besluit hebben genomen dat hij anders niet had genomen. Een clausule die pas na ondertekening wordt gelezen, kan het besluit tot ondertekening niet hebben beïnvloed.

De isolatiezaken tonen wat dan wél volstaat. Bij vloerisolatie en het injecteren van kelderwanden werd de overeenkomst gedeeltelijk vernietigd omdat de aannemer geen offerte had verstrekt, tijdens het werk om betaling na betaling vroeg zonder inzicht in de kosten en pas achteraf factureerde. Dat is een misleidende omissie (artikel 6:193d lid 2 en 3 BW), en de bewijslast dat de informatie wél was verstrekt rustte op de aannemer. Een bedrag van € 22.687,50 werd integraal toegewezen (ECLI:NL:RBAMS:2025:5807). Bij dakwerk werd de aanvullende overeenkomst vernietigd omdat de bewoners onder druk waren gezet: de offerte kwam op 3 oktober en er moest de volgende dag worden beslist, de dakpannen waren al deels verwijderd, er was regen voorspeld, en bij uitblijven van akkoord zou het dak open blijven liggen en de garantie op het overige werk vervallen. De prijs van € 20.255,40 bleek blijkens een onafhankelijke kostenraming ruim tweeënhalf keer te hoog en werd teruggebracht tot € 8.270,94 (ECLI:NL:RBMNE:2025:5734).

Beide zaken hebben twee kenmerken gemeen: een concrete, dateerbare gedraging op het beslismoment, en een externe maatstaf tegenover de prijs. Voor deze grondslag telt het vastleggen van het belscript, de gewekte urgentie, de gestelde hoedanigheid van de beller en de gang van zaken tijdens het huisbezoek dus zwaarder dan de kleine letters.

Voor de zwarte lijst geldt hetzelfde, maar zonder de merkbaarheidstoets. Artikel 6:193i onder b BW (het verzoek om de woning te verlaten negeren) en onder c (hardnekkig en ongewenst telefonisch aandringen) liggen in dit segment het meest voor de hand, en het eerste vergt niet meer dan een consistente verklaring van de bewoner.

Duurzaamheidsclaims sinds 16 juli 2026

De Implementatiewet richtlijn betere duurzaamheidsinformatie voor consumenten (Kamerstukken 36873, Stb. 2026, 152), die Richtlijn (EU) 2024/825 omzet, heeft artikel 6:193c en artikel 6:193g BW aanzienlijk uitgebreid. Bij koninklijk besluit van 9 juli 2026 (Stb. 2026, 204) is de wet in werking getreden per 16 juli 2026, zonder onderdelen met een afwijkende datum. Voor dit segment zijn vijf gronden van belang, en zij staan niet alle op dezelfde plaats. Vier zijn opgenomen op de zwarte lijst van artikel 6:193g BW en zijn onder alle omstandigheden misleidend, dus zonder merkbaarheidstoets: een generieke milieuclaim zonder dat erkende voortreffelijke milieuprestaties kunnen worden aangetoond (onder ac), een milieuclaim voor het gehele product terwijl die slechts op één aspect ziet (onder ad), een duurzaamheidskeurmerk dat niet op een certificeringsregeling berust (onder ab), en het presenteren van wettelijk verplichte eisen als onderscheidend kenmerk van het aanbod (onder af). De vijfde staat niet op die lijst: een claim over toekomstige milieuprestaties zonder extern geverifieerd uitvoeringsplan is misleidend op grond van artikel 6:193c lid 2 onder d BW. Ook die bepaling stelt in haar tekst geen besluitvormingsvereiste, en artikel 6:193b lid 3 BW merkt een misleidende handelspraktijk zonder meer als oneerlijk aan, maar het onweerlegbare karakter van de zwarte lijst mist zij. Alle vijf raken precies de beloften waarmee in dit segment wordt verkocht: rendementen, terugverdientijden, subsidies en labels.

Bij die ingangsdatum past een kanttekening. Artikel 4 lid 1 van de richtlijn schrijft omzetting uiterlijk op 27 maart 2026 voor en voegt daaraan toe: "De lidstaten passen die bepalingen toe vanaf 27 september 2026." De memorie van toelichting ging daar eveneens van uit. Het inwerkingtredingsbesluit heeft de wet niettemin ruim twee maanden eerder in werking laten treden en motiveert uitsluitend de afwijking van de vaste verandermomenten. Voor overeenkomsten die tussen 16 juli en 27 september 2026 tot stand komen, laat zich dus verdedigen dat de nieuwe bepalingen nog niet kunnen worden tegengeworpen.

Verhaalbaarheid en beslag

Hier ligt het werkelijke knelpunt, en de rechtspraak laat dat zelf zien. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde Hi Tronic B.V. op 12 mei 2026 failliet en droeg de behandeling met ingang van diezelfde dag over aan de rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBZWB:2026:4255). Op 12 mei werd in Amsterdam nog een veroordelend vonnis gewezen (ECLI:NL:RBAMS:2026:7069), en op 13 mei, de dag na de faillietverklaring, volgde er nog een uit Noord-Holland over een thuisbatterij die na volledige betaling een half jaar lang niet werd geïnstalleerd (ECLI:NL:RBNHO:2026:7772). Acht consumenten met een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis werden concurrent schuldeiser.

Tussen de herroeping en het vonnis lag in de onderzochte zaken acht tot twaalf maanden. Dat is de periode waarin een vennootschap die is opgericht om vooruitbetalingen te innen, kan ophouden te bestaan. Vier aanknopingspunten verdienen daarom aandacht, en ze zijn niet even sterk.

De vennootschap

Een naamswijziging schept geen nieuwe schuldenaar. Opereert een vennootschap achtereenvolgens onder drie namen, dan blijft het dezelfde rechtspersoon met hetzelfde handelsregisternummer. De vordering en het vonnis volgen die rechtspersoon, en de kosten om vast te stellen wie dat is, zijn verhaalbaar (ECLI:NL:RBAMS:2026:3266). Dat een vennootschap pas kort bestaat en al tweemaal van naam is gewisseld, zegt dus niets over de identiteit van de schuldenaar en veel over de verhaalspositie.

Beslag

Dit is het enige moment waarop snelheid loont. Verlof wordt op verzoekschrift verleend door de voorzieningenrechter (artikel 700 Rv), zonder dat de wederpartij wordt gehoord, en de toets is summier. Het beslagobject is beperkt: de bankrekening waarvan het nummer bekend is uit de eigen betaling, en eventueel vorderingen op de betaaldienstverlener via wie de betaallinks lopen. Bij een lege rekening is het beslag kansloos en zijn de kosten voor niets gemaakt. De afweging is er een van timing. Beslag vóór of gelijktijdig met de dagvaarding heeft betekenis, beslag na een vonnis dat negen maanden later komt vrijwel niet.

De bestuurder

Twee normen komen in aanmerking. De Beklamel-norm ziet op de bestuurder die namens de vennootschap een verbintenis aangaat terwijl hij weet of behoort te begrijpen dat zij die niet zal nakomen en geen verhaal zal bieden. De norm uit HR 8 december 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, Ontvanger/Roelofsen) ziet op de bestuurder die bewerkstelligt of toelaat dat de vennootschap niet nakomt of verhaal frustreert. Beide vergen een persoonlijk ernstig verwijt.

Hoe hoog die drempel ligt, illustreert een zaak uit februari 2026. Opdrachtgevers hadden € 183.149,98 betaald voor een woning uit zeecontainers die na het faillissement van de aannemer onafgebouwd bleef. De rechtbank stelde vast dát de vennootschap het dwingendrechtelijke artikel 7:767 BW had geschonden door 33% meer te factureren dan de voortgang rechtvaardigde. De vordering tegen de bestuurders strandde niettemin: onvoldoende concreet was gesteld dat zij wisten of behoorden te weten dat de woning niet zou worden afgebouwd en geen verhaal zou volgen. Te optimistisch zijn geweest is niet ernstig verwijtbaar (ECLI:NL:RBROT:2026:1231). Ook langs de weg van de oneerlijke handelspraktijk gaat het op hetzelfde punt mis: in een zaak van obligatiehouders tegen de bestuurders van de failliete duurzaamheidsonderneming Elements Netherlands B.V. sneuvelde de vordering omdat niet aannemelijk was dat andere informatie tot andere beslissingen zou hebben geleid (ECLI:NL:RBAMS:2025:5584).

Waar het wel slaagt, ligt de sleutel bij het geld. In 2018 werden bestuurders persoonlijk aansprakelijk gehouden op grond van de Beklamel-norm omdat zij niet konden verklaren waarom de bankrekening van hun vennootschappen geen verhaal bood (ECLI:NL:GHSHE:2018:4056). Dat wijst de richting: niet betogen dat de bestuurder onzorgvuldig heeft gehandeld, maar navragen waar de vooruitbetalingen zijn gebleven en die vraag herhalen. Bij een aannemer die tijdens een verbouwing failliet gaat, loopt dezelfde vraag langs twee voorvragen en drie hordes. De aanknopingspunten in dit segment zijn concreet: vooruitbetalingen innen voor producten die nog niet zijn besteld, terugbetaling na een rechtsgeldige herroeping systematisch weigeren, bij herhaling kosten opvoeren die aantoonbaar niet zijn gemaakt, en opereren onder wisselende handelsnamen. Een reeks gepubliceerde vonnissen tegen dezelfde vennootschap, met daarin de vaststelling dat in strijd met de waarheid is verklaard, vormt bewijsmateriaal dat een individuele consument zelf nooit had kunnen vergaren. Onbeproefd is niet hetzelfde als kansloos, maar in dit segment bestaat vooralsnog geen gepubliceerde uitspraak waarin een consument verhaal op een bestuurder heeft gevonden.

De financier

Dit is de enige route die niet van de verkoper afhangt. Is de aankoop gefinancierd met een krediet dat uitsluitend daartoe strekt en dat met de koop een commerciële eenheid vormt, dan is sprake van een gelieerde kredietovereenkomst (artikel 7:57 lid 1 onder n en lid 5 BW). Artikel 7:67 lid 1 BW bepaalt dan dat de consument die op grond van artikel 6:230o BW ontbindt, evenmin nog aan het krediet is gebonden. Lid 2 en 3 gaan verder: levert de leverancier niet en lukt het niet bij hem te verkrijgen waarop recht bestaat, dan kunnen die rechten tegen de kredietgever worden ingeroepen. Nagegaan moet worden of het krediet binnen titel 7.2A BW valt. Artikel 7:58 lid 2 BW sluit onder meer hypothecair gedekt krediet uit (onder a) en krediet dat krachtens een wettelijke regeling met een doelstelling van algemeen belang aan een beperkt publiek tegen gunstiger dan marktvoorwaarden wordt verstrekt (onder j). Bij financiering via een publiek fonds is die laatste uitzondering het eerste onderzoekspunt; bij een door de verkoper aangebrachte kredietverstrekker doorgaans niet.

Daarnaast bestaan de bestuursrechtelijke en collectieve routes. De ACM kan boetes opleggen en heeft in dit segment gewaarschuwd, en het Nationaal Warmtefonds hanteert een uitsluitingslijst voor aannemers. Die leveren de individuele consument geen geld op, maar zij onderbouwen wel het patroon waarop een vordering tegen de bestuurder steunt.

Eén observatie tot slot. Bij de bouw van een woning begrenst artikel 7:767 BW de vooruitbetaling dwingendrechtelijk, juist om te voorkomen dat de opdrachtgever achterblijft met een onverhaalbare vordering. Voor een warmtepomp of thuisbatterij bestaat geen vergelijkbare bepaling. De enige rem is artikel 6:230t lid 5 BW, dat betaling pas na de bedenktijd toelaat, en die rem wordt in dit segment stelselmatig genegeerd.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor wie namens een consument optreedt, bepaalt de volgorde het resultaat. De herroeping zelf is zelden het probleem: schriftelijk en bewijsbaar verklaren volstaat, ook wanneer de offerte vermeldt dat herroeping is uitgesloten, en de bewijslast van de tijdige uitoefening rust op de consument (artikel 6:230o lid 5 BW). Is over het herroepingsrecht niet correct geïnformeerd, dan komt er bij de veertien dagen tot twaalf maanden extra. Daarna gaat het om drie dingen tegelijk. Er kan geen betaling meer worden gevorderd zolang de bedenktijd loopt (artikel 6:230t lid 5 BW) en annuleringskosten zijn niet verschuldigd bij onjuiste voorlichting (artikel 6:230s lid 5 BW). De terugbetalingstermijn van veertien dagen uit artikel 6:230r lid 1 BW moet worden aangezegd en genoteerd, want daarna loopt de wettelijke rente. En de gang van zaken bij de verkoop moet worden vastgelegd zolang die vers is: datum en tijdstip van het telefoongesprek, de wijze waarop de beller zich voorstelde, de gestelde termijn, de voorgerekende besparing. Zonder dat materiaal draagt de oneerlijke handelspraktijk niet, zoals het batterijencluster laat zien.

Het werkelijke werk komt daarna. Wie de wederpartij is, moet worden geverifieerd aan de hand van het handelsregisternummer op de offerte, samen met oprichtingsdatum, naamswijzigingen en gedeponeerde jaarrekeningen. Over conservatoir beslag moet worden beslist vóór de dagvaarding en niet erna; het rekeningnummer volgt uit de eigen betaalopdracht. En nagegaan moet worden of er is gefinancierd en of dat een gelieerde kredietovereenkomst oplevert, want dat is de enige route naar een mogelijk solvente wederpartij.

Voor de handelaar volgt uit dezelfde uitspraken een waarschuwing. Een maatwerkclausule bij een geprefabriceerd apparaat houdt niet stand, een voorgedrukt verzoek om directe uitvoering evenmin, en een annuleringstarief dat is gebaseerd op werkzaamheden die niet zijn verricht leidt tot meer dan afwijzing: in twee zaken volgde een veroordeling in de werkelijke proceskosten, in één daarvan met een uitdrukkelijke vaststelling op grond van artikel 21 Rv dat in strijd met de waarheid was verklaard.

Veelgestelde vragen

Geldt het herroepingsrecht ook als de offerte vermeldt dat het om maatwerk gaat?

In de tot nu toe gepubliceerde uitspraken wel. Een geprefabriceerde warmtepomp of thuisbatterij is geen zaak die volgens specificaties van de consument is vervaardigd in de zin van artikel 6:230p onder f sub 1 BW. Dat het apparaat wordt geïnstalleerd en dat de installatie op de woning wordt afgestemd, betreft de dienst en niet de zaak. Een offerte die zichzelf als maatwerk aanduidt, verandert daar niets aan.

Hoe lang loopt de bedenktijd als de verkoper niet over het herroepingsrecht heeft geïnformeerd?

De termijn van veertien dagen wordt op grond van artikel 6:230o lid 2 BW verlengd tot het moment waarop de ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze zijn verstrekt, met een maximum van twaalf maanden. Een enkele link naar algemene voorwaarden in een e-mail geldt niet als duurzame gegevensdrager en doet die verlenging dus niet eindigen.

Mag een verkoper annuleringskosten in rekening brengen na een herroeping?

Alleen onder strikte voorwaarden. Vereist is dat de consument uitdrukkelijk heeft verzocht om tijdens de bedenktijd met de uitvoering te beginnen en dat vooraf op die kosten is gewezen. Een voorgedrukte verklaring in de offerte geldt niet als zo'n verzoek. Is onjuist voorgelicht over het herroepingsrecht, dan is op grond van artikel 6:230s lid 5 onder a BW in het geheel geen vergoeding verschuldigd.

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad

Gerechtshoven

Rechtbanken

Lees ook