Executie bestuurdersaansprakelijkheid: ook luxegoederen zijn verhaalsobject
Bestuurders Maverick Valves proberen executie tegen te houden, hof wijst alles af
Maverick Valves Manufacturing HQ B.V. gaat in maart 2024 failliet. De curator stelt de bestuurders — Centenario Holding & Investments B.V., [appellant sub 3] en [appellante sub 4] — aansprakelijk op grond van art. 2:248 BW. In mei 2025 veroordeelt de rechtbank Zeeland-West-Brabant hen hoofdelijk tot betaling van een voorschot van €2 miljoen op het boedeltekort, uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis wordt in juni 2025 betekend. Er volgt geen betaling.
De curator legt executoriaal beslag op drie onroerende zaken van de bestuurders en op twee voertuigen: een Lamborghini Centenario (Aventador) en een Ferrari, beide eigendom van [appellant sub 3]. De deurwaarder sommeert hem de voertuigen binnen tien dagen af te geven. [appellant sub 3] doet dat niet.
De bestuurders stappen naar de voorzieningenrechter. Ze willen de uitvoerbaarheid bij voorraad geschorst zien en de beslagen opgeheven. De voorzieningenrechter wijst hen af én veroordeelt [appellant sub 3] om de voertuigen alsnog aan de deurwaarder te geven, op straffe van een dwangsom van €10.000 per dag. De bestuurders gaan in hoger beroep. Het hof 's-Hertogenbosch beslist op 7 april 2026: alle vorderingen afgewezen, vonnis bekrachtigd.
Hof: schorsing vereist nieuwe feiten — alle argumenten dateerden van vóór het vonnis
Het centrale twistpunt is de maatstaf voor schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad. Die maatstaf is vastgelegd in het De Zeester-arrest van de Hoge Raad: als de rechter in de bodemzaak de ubv-verklaring gemotiveerd heeft uitgesproken, dan kan een executie-kort geding die beslissing alleen doorbreken met feiten die zich ná dat vonnis hebben voorgedaan.
De rechtbank had de ubv-verklaring inderdaad gemotiveerd: de executie-opbrengsten gaan op een derdenrekening, waardoor het restitutierisico voldoende is afgedekt. De bestuurders voerden in het kort geding aan dat het boedeltekort lager is dan de door de curator berekende €9,9 miljoen, dat de hypotheek op een Belgisch pand al voldoende zekerheid biedt, dat executie van de woning in strijd is met art. 8 EVRM en dat de voertuigen door hun exclusieve karakter ongeschikt zijn voor executoriale verkoop. Het hof constateert dat al deze omstandigheden dateerden van vóór het vonnis van 14 mei 2025. Ze hadden in de bodemzaak moeten worden aangevoerd. Ze kunnen in het executiegeschil niet meer tot toewijzing leiden.
Inhoudelijk houdt de berekening van de bestuurders ook geen stand. Het argument dat een gelieerde vordering van ruim €3,2 miljoen vanzelf zal worden ingetrokken staat haaks op het procesverbaal van de verificatievergadering, waaruit blijkt dat de vordering nog steeds is opgenomen. De mogelijke kwijtschelding van een belastingvordering van circa €6 miljoen wegens coronamaatregelen is louter speculatief en op geen enkele wijze onderbouwd. Dat MV het MV-vonnis van €2,8 miljoen niet kan betalen, heeft [appellant sub 3] zelf ter zitting verklaard. De bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeraar weigert dekking.
Wat betekent dit voor bestuurders die executie willen voorkomen na een veroordeling op art. 2:248 BW?
De uitspraak legt drie limieten scherp bloot. Ten eerste: wie in een executiegeschil de ubv-verklaring wil aanvechten, moet met nieuwe feiten komen — feiten die pas na het vonnis zijn ontstaan. Bezwaren die al bij de bodemrechter hadden kunnen worden ingebracht, tellen niet meer mee. Dat geldt ook voor bezwaren over de waarde van beslagen goederen of de hoogte van het tekort.
Ten tweede: een bankgarantieaanbod werkt alleen als het onvoorwaardelijk en voldoende gedekt is. De bankgarantie van €2 miljoen die de bestuurders aanboden was gekoppeld aan opheffing van álle beslagen — ook die voor het volledige tekort van €9,9 miljoen. Dat is een voorwaarde die de curator redelijkerwijs niet hoeft te accepteren. Bovendien was tijdens de zitting komen vast te staan dat [appellant sub 3] niet zeker wist of hij de garantie überhaupt kon financieren. Een conditioneel aanbod dat de aanbieder zelf al niet meer kan waarmaken, is geen serieus aanbod.
Ten derde: een schuldeiser kan zijn vordering op álle goederen van zijn schuldenaar verhalen, inclusief zeldzame of waardevolle objecten. Het hof formuleert dit onomwonden in rechtsoverweging 5.14: dat de executieopbrengst waarschijnlijk lager is dan de dagwaarde, en dat [appellant sub 3] bij een gunstig hoger beroep geen vergelijkbare Lamborghini Centenario zal kunnen kopen, is niet zwaarwegend genoeg om executie te blokkeren. Onderhandse verkoop in het executietraject blijft mogelijk om een hogere opbrengst te realiseren.
Dit arrest maakt duidelijk dat de executiefase geen tweede kans biedt voor verweren die in de bodemprocedure hadden thuisgehoord. Meer over de achtergrond van bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement staat op de Insolvency & Enforcement-pagina en in de analyse van art. 2:248 BW in de rechtspraak.
Veelgestelde vragen
Kan een curator altijd een Lamborghini of Ferrari in beslag nemen bij faillissement?
Ja, als er een executoriale titel is. Een schuldeiser kan zijn vordering verhalen op alle goederen van de schuldenaar, ook op luxe of zeldzame objecten. Het exclusieve karakter van een voertuig is geen reden om executie te blokkeren. De opbrengst bij executoriale verkoop kan lager zijn dan de dagwaarde, maar dat is een risico dat de schuldenaar draagt.
Wanneer is een bankgarantieaanbod voldoende om executie te schorsen?
Een bankgarantieaanbod moet onvoorwaardelijk zijn, voldoende dekking bieden voor de volledige vordering, en concreet uitvoerbaar zijn. In deze zaak faalde het aanbod op alle drie punten: het was conditioneel (opheffing alle beslagen), onvoldoende gedekt (€2M tegenover een tekort van €9,9M), en de financiering bleek onzeker.
Wat is het verschil tussen een conservatoir en een executoriaal beslag op een motorvoertuig?
Conservatoir beslag dient tot zekerheid zolang er nog geen vonnis is. Na betekening van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis wordt het beslag executoriaal op grond van art. 704 Rv en kan de schuldeiser direct overgaan tot verkoop. Voor beslagen ter zekerheid van een vordering nader op te maken bij staat geldt dat die uitvoering nog moet worden afgewacht.
ECLI:NL:GHSHE:2026:904, Gerechtshof 's-Hertogenbosch 7 april 2026.
Aangehaalde rechtspraak
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:2026
Gerechtshoven: ECLI:NL:GHSHE:2026:904
Lees ook
- Bestuurdersaansprakelijkheid: de grondslagen en het verweer
- Faillissement en curator
- Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement: art. 2:248 BW in de rechtspraak
- Executieveiling woning geblokkeerd: beslagen opgeheven
- Hof veroordeelt bestuurder tot €975k wegens voortzetting verlieslatende onderneming