Opdracht tot reparatie, total loss en stallingskosten
Eigenaar brengt auto voor reparatie en laat hem tweeëneenhalf jaar staan
De eigenaar bracht in februari 2020 zijn Subaru Forester naar een garagebedrijf wegens een storing van het antidiefstalsysteem. Na urenlang onderzoek bleek de auto niet te repareren — het antidiefstalsysteem zat verbonden met het startsysteem, waardoor de auto simpelweg niet meer wilde starten. De auto was technisch total loss.
Wat er daarna gebeurde, of liever gezegd niet gebeurde, is veelzeggend. De eigenaar liet de auto bij de garage staan en kwam er tweeëneenhalf jaar niet naar om. Wel haalde hij in die periode zelf onderdelen van de auto. Het garagebedrijf deed hetzelfde — een voordeur en een stuurpomp — en stelde dat partijen hadden afgesproken dat de auto voor € 30 per maand mocht blijven staan en dat het garagebedrijf onderdelen mocht halen ter verrekening van het onbetaalde loon.
Pas in augustus 2022 liet de eigenaar zich horen met een schadeclaim: het garagebedrijf zou de auto zonder toestemming hebben gestript. Hij vorderde € 3.599 aan schadevergoeding. Het garagebedrijf vorderde op zijn beurt betaling van loon en stallingskosten.
Hof: onvoldoende onderbouwd dat auto reed en dat garage zonder toestemming stripte
De eigenaar betoogde dat de auto niet total loss was maar slechts een sporadische storing had die tijdelijk kon worden verholpen door de accu los te koppelen. Het hof maakte daar korte metten mee. WhatsApp-berichten van de eigenaar zelf vermeldden dat de auto op een aanhanger moest omdat hij niet meer reed. De verklaring van een getuige dat de eigenaar “probleemloos” naar de garage was gereden, stond daarmee op gespannen voet en werd niet nader toegelicht. Het hof hield het ervoor dat de auto was gesleept en technisch total loss was.
Op de stelling dat het garagebedrijf hobbymatig en gratis zou werken, ging het hof evenmin mee. Het garagebedrijf exploiteert een professioneel bedrijf. Op grond van artikel 7:405 lid 1 BW is de opdrachtgever loon verschuldigd als de opdrachtnemer de overeenkomst in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf is aangegaan. De eigenaar had niet onderbouwd dat gratis werken was afgesproken.
De kernvraag was of het garagebedrijf schadeplichtig was voor het verwijderen van onderdelen. Het hof vond het verhaal van het garagebedrijf — onderdelen halen ter verrekening met loon — geloofwaardig. De auto was total loss, het loon was onbetaald gebleven, en de eigenaar haalde zelf ook onderdelen. Dat hij zich tweeëneenhalf jaar niet om de auto bekommerde, wees erop dat hij de auto had afgeschreven. Dat het garagebedrijf daarnaast nog andere onderdelen zou hebben verwijderd, was niet onderbouwd. Het CED-rapport waarmee de eigenaar schermde, dateerde van september 2023 — ruim drie jaar na binnenkomst van de auto. In die tussentijd kon er van alles met de auto zijn gebeurd, en de eigenaar had niet gesteld wat hij zelf had meegenomen en in welke staat de auto verkeerde toen hij deze ophaalde.
De stallingskosten pakte het hof genuanceerder aan. De afspraak van € 30 per maand stond op zichzelf niet ter discussie, maar het hof matigde het bedrag tot € 15 per maand — per saldo € 600 over de hele periode. De redenering: de auto was total loss, het garagebedrijf had kennelijk geen volwaardige zorgplicht als bewaarnemer vervuld, had nooit eerder stallingskosten gefactureerd en had de eigenaar niet aangespoord de auto op te halen. Onder die omstandigheden was het volle tarief niet redelijk.
Wie zijn auto achterlaat, kan niet achteraf klagen
Dit arrest illustreert een patroon dat in garagezaken vaker voorkomt: een eigenaar die een auto achterlaat, zich er jarenlang niet om bekommert en dan schadevergoeding vordert wanneer de auto niet meer in de oorspronkelijke staat verkeert. Het hof rekent daar hard mee af. Het tijdsverloop zelf wordt als bewijs gebruikt dat de eigenaar de auto had afgeschreven. WhatsApp-berichten en eigen gedragingen — zelf onderdelen halen — worden tegen de eigenaar gekeerd.
De les voor opdrachtgevers: wie een auto bij een garage achterlaat zonder duidelijke schriftelijke afspraken over wat er wel en niet mee mag gebeuren, loopt het risico dat stilzwijgende toestemming wordt aangenomen. En wie pas na jaren klaagt, heeft een bewijsprobleem: de toestand van de auto op het moment van ophalen is dan niet meer vast te stellen.
Voor garagebedrijven is de les symmetrisch: leg afspraken over stalling, loonverrekening en het gebruik van onderdelen schriftelijk vast. Het garagebedrijf kwam er hier goed vanaf, maar had het minder gemakkelijk gehad als de eigenaar eerder en met betere documentatie had geprocedeerd. De matiging van de stallingskosten laat bovendien zien dat een garagebedrijf dat jarenlang geen facturen stuurt en geen aandrang uitoefent om de auto op te halen, niet het volle stallingsrecht kan claimen.commercial litigation praktijk.
Veelgestelde vragen
Mag een garagebedrijf onderdelen van een achtergelaten auto gebruiken ter verrekening met loon?
Dat hangt af van de afspraken. In deze zaak oordeelde het hof dat het garagebedrijf geloofwaardig had gesteld dat partijen dit waren overeengekomen. Het feit dat de auto total loss was, het loon onbetaald bleef en de eigenaar zelf ook onderdelen haalde, maakte dat verhaal aannemelijk. Zonder afspraak mag een garage niet zomaar onderdelen verwijderen.
Kan een auto-eigenaar na jaren stilzitten nog schadevergoeding vorderen?
Juridisch verjaart een vordering uit wanprestatie niet binnen tweeëneenhalf jaar. Maar feitelijk werkt lang stilzitten tegen de eigenaar: het hof gebruikte het tijdsverloop als bewijs dat de eigenaar de auto had afgeschreven. Bovendien ontstaat een bewijsprobleem — de toestand van de auto bij ophalen is niet meer vast te stellen als er geen documentatie is.
Kunnen stallingskosten worden gematigd?
Ja. Het hof matigde de stallingskosten hier van € 30 naar € 15 per maand. Relevante factoren waren dat de auto total loss was, het garagebedrijf geen volwaardige zorgplicht had vervuld, nooit eerder kosten had gefactureerd en niet had aangedrongen op ophalen van de auto. Een garage die het volle tarief wil claimen, doet er goed aan periodiek te factureren en de eigenaar schriftelijk te sommeren.
ECLI:NL:GHAMS:2026:485, Gerechtshof Amsterdam, 24 februari 2026.
Aangehaalde rechtspraak
Gerechtshoven: ECLI:NL:GHAMS:2026:485