Naar inhoud

Incassokostenbeding autoverhuurder vernietigd: rechter toetst ambtshalve bij verstek

14 maart 2026Juriaan de Vries

Oneerlijk incassokostenbeding in consumentencontract sneuvelt bij verstek

Rechtbank Noord-Holland vernietigt ambtshalve het incassokostenbeding van KAV Autoverhuur omdat het geen maximumbedrag bevat en kosten direct opeisbaar stelt zonder verplichte aanmaantermijn. Zelfs bij verstek toetst de rechter consumentencontracten op oneerlijkheid onder Richtlijn 93/13/EG. Een beding dat het wettelijk plafond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten omzeilt, wordt niet gered doordat de consument verstek laat gaan.

KAV Autoverhuur vordert incassokosten die de rechter niet door de beugel kan

KAV Autoverhuur B.V. dagvaardt een consument voor EUR 31,56 aan onbetaalde huurkosten, aangevuld met incassokosten, rente en proceskosten. De consument verschijnt niet. Toch kent de rechtbank de vordering niet zonder meer toe.

De zaak draait om een verhuurovereenkomst waarop de algemene voorwaarden van KAV van toepassing zijn. Die voorwaarden bevatten een incassokostenbeding (art. 3 lid 4): bij wanbetaling zijn incassokosten verschuldigd van minimaal 15% van het openstaande bedrag, of bij bedragen onder EUR 500 minimaal EUR 75 (excl. btw). Op het eerste gezicht een standaardbeding. Maar de rechtbank ziet twee problemen.

Precontractuele informatieverstrekking slaagt wel de toets onder art. 6:230l BW. Ook art. 3 lid 3 en art. 6 van de algemene voorwaarden passeren de ambtshalve toetsing zonder bezwaar. Het incassokostenbeding haalt die lat niet.

Het beding mist een plafond en omzeilt de verplichte aanmaning

De rechtbank stelt vast dat het beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG op twee zelfstandige gronden. Ten eerste ontbreekt een maximumbedrag. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten legt een wettelijk plafond op voor incassokosten bij consumentenvorderingen. Een beding dat dat plafond niet adresseert en in theorie hogere kosten mogelijk maakt, verstoort het evenwicht tussen partijen ten nadele van de consument.

Ten tweede maakt het beding incassokosten onmiddellijk opeisbaar bij wanbetaling. Dat strookt niet met de wet. Incassokosten worden pas verschuldigd nadat de schuldenaar een aanmaning heeft ontvangen met een betalingstermijn van veertien dagen — de zogeheten veertiendagenbrief. Een beding dat die termijn negeert, is oneerlijk.

De rechtbank kondigt aan het beding te vernietigen en de gevorderde incassokosten af te wijzen. KAV krijgt de gelegenheid hierop te reageren voor 11 maart 2026.

Wat betekent dit voor verhuurbedrijven en andere crediteuren met consumenten in hun klantenbestand?

Dit vonnis illustreert dat rechters bij verstekvonnissen niet op de automatische piloot zitten. De ambtshalve toetsing van consumentencontracten is geen formaliteit — het is verplichte rechtspraak op grond van Europees recht. Incassokostenbedingen die geen plafond bevatten of de veertiendagenbrief omzeilen, worden vernietigd. Dat geldt ook als de consument zelf niet verschijnt en het beding dus nooit aanvecht.

Voor verhuurbedrijven, abonnementsdiensten en andere partijen die consumenten contractueel aanspreken voor incassokosten, is de les duidelijk: het beding moet expliciet verwijzen naar het wettelijk maximum en mag kosten uitsluitend verschuldigd stellen ná het verstrijken van de aanmaantermijn. Een herziening van algemene voorwaarden loont. Zie ook de Consumer Litigation-praktijk van Prime Law en de publicaties over contractuele bedingen in consumentenrecht.

Veelgestelde vragen

Moet een rechter bij verstek altijd de algemene voorwaarden toetsen?

Ja. Op grond van Richtlijn 93/13/EEG en vaste rechtspraak van het HvJ EU is de rechter verplicht ambtshalve te toetsen of contractsbedingen oneerlijk zijn, ook als de consument niet verschijnt. Dat geldt ongeacht of de consument zelf een beroep doet op de oneerlijkheid van het beding.

Wat is het wettelijk maximum voor buitengerechtelijke incassokosten bij consumenten?

Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (BIK) bepaalt staffelsgewijs de maximale vergoeding. Bij een hoofdsom tot EUR 2.500 geldt 15% met een minimum van EUR 40. Een contractueel beding dat dat maximum niet begrenst of overschrijdt, is oneerlijk jegens de consument en wordt vernietigd.

Wanneer zijn incassokosten opeisbaar bij consumenten?

Pas nadat de schuldenaar een schriftelijke aanmaning heeft ontvangen met een betalingstermijn van veertien dagen. Dit vloeit voort uit art. 6:96 lid 6 BW. Een beding dat kosten direct bij wanbetaling opeisbaar stelt — zonder die aanmaanverplichting — is in strijd met de wet en oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13.

ECLI:NL:RBNHO:2026:1661, Rechtbank Noord-Holland, 11 februari 2026

Aangehaalde rechtspraak

Rechtbanken: ECLI:NL:RBNHO:2026:1661

Lees ook