Contractuele rente en incassokosten getoetst aan redelijkheid en billijkheid
Hoge Raad: hof had verweer over buitensporige rente en kosten moeten beoordelen
Acknowledge Benelux B.V. kocht clouddiensten af bij Interconnect Services B.V. Het conflict draaide om meerverbruik van “powered-on memory”: Interconnect vorderde ruim EUR 514.000. Het hof wees de vordering grotendeels toe — inclusief 1,5% rente per maand en EUR 63.000 aan incassokosten. De Hoge Raad trekt dat oordeel gedeeltelijk terug.
Interconnect claimde de rente op grond van artikel 19.8 van haar algemene voorwaarden en de incassokosten op grond van artikel 19.9 (15% van de hoofdsom). De rechtbank had de vordering afgewezen. Het hof oordeelde in hoger beroep dat de algemene voorwaarden van toepassing waren en kende EUR 494.462,39 toe, vermeerderd met de contractuele rente en de incassokosten. Acknowledge stelde cassatie in.
Acknowledge had in de feitelijke instanties uitdrukkelijk een beroep gedaan op artikel 6:248 lid 2 BW: de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid. Dat beroep houdt in dat toepassing van een contractuele bepaling in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof had dat verweer niet beoordeeld.
Geldig beding kan toch onaanvaardbaar uitwerken
Over de contractuele rente van 1,5% per maand — omgerekend 18% op jaarbasis — oordeelt de Hoge Raad dat het hof het verweer van Acknowledge niet adequaat heeft besproken. Acknowledge had concreet aangevoerd dat dit rentepercentage buitensporig hoog is. Het hof volstond met de vaststelling dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn, maar ging niet in op de vraag of toepassing van dit percentage in de omstandigheden van het geval onaanvaardbaar is. Dat is een motiveringsgebrek.
Hetzelfde geldt voor de incassokosten. Het hof oordeelde dat Acknowledge onvoldoende had aangevoerd voor het oordeel dat artikel 19.9 ongeldig is. Maar de Hoge Raad corrigeert die redenering: een verweer op grond van artikel 6:248 lid 2 BW veronderstelt nu juist dat het beding geldig is. Het verweer gaat niet over geldigheid, maar over de onaanvaardbaarheid van de toepassing in concreto. Acknowledge had specifiek gewezen op de wanverhouding tussen het gevorderde bedrag en de werkelijke incasso-inspanningen. Het hof had dat verweer inhoudelijk moeten beoordelen. Nu het dat niet deed, is het arrest op dit punt onvoldoende gemotiveerd. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Wat betekent dit voor partijen die geconfronteerd worden met hoge contractuele kosten?
Wie geconfronteerd wordt met contractuele rente of kostenbedingen die in geen verhouding staan tot de werkelijke schade of inspanning, heeft een zelfstandig verweer op grond van artikel 6:248 lid 2 BW. Dat verweer staat los van de vraag of het beding vernietigbaar is. Zelfs als de algemene voorwaarden onverkort van toepassing zijn, kan de rechter toepassing van een specifiek beding in de omstandigheden van het geval onaanvaardbaar achten. Dat vereist wel een concreet onderbouwd betoog: welk bedrag staat tegenover welke prestatie, en waarom is die verhouding onaanvaardbaar?
Dit arrest is relevant voor iedere partij die in een commercieel geschil geconfronteerd wordt met hoge contractuele rente of incassokosten op basis van algemene voorwaarden. Een rechter die zo’n verweer slechts passeert met de mededeling dat de voorwaarden van toepassing zijn, motiveert onvoldoende. Dat geeft grond voor cassatie. Meer over de werking van algemene voorwaarden en proportionaliteitsverweren in commerciële contracten is te vinden in de publicaties.
Veelgestelde vragen
Wat is de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid?
Artikel 6:248 lid 2 BW bepaalt dat een contractuele regel buiten toepassing blijft voor zover dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het gaat niet om de geldigheid van het beding, maar om de onaanvaardbaarheid van de toepassing in een specifiek geval. De lat ligt hoog, maar bij extreem hoge rente of kosten is het verweer kansrijk.
Kan een geldige algemene voorwaarde toch buiten toepassing worden gelaten?
Ja. De Hoge Raad bevestigt in dit arrest dat een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW veronderstelt dat het beding geldig is. Juist omdat het beding geldig is, moet de rechter afzonderlijk beoordelen of toepassing in de concrete omstandigheden onaanvaardbaar is. Geldigheid en toepasbaarheid zijn twee verschillende vragen.
Wat moet je concreet aanvoeren om dit verweer te laten slagen?
Stel de wanverhouding centraal: welk bedrag wordt gevorderd op grond van het beding, wat zijn de werkelijke kosten of schade geweest, en waarom is die discrepantie onaanvaardbaar. Abstracte stellingen volstaan niet. Acknowledge had in dit geval specifiek gewezen op de verhouding tussen de gevorderde incassokosten en de daadwerkelijke incasso-inspanningen van Interconnect.
ECLI:NL:HR:2026:348, Hoge Raad, 6 maart 2026
Aangehaalde rechtspraak
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:348