Opzegging aanneming van werk en de gevolgen
Opdrachtgever zegt villarenovatie op na maanden onderhandelen
Een echtpaar erfde een villa in Spanje en benaderde een Nederlandse aannemer (STB) voor een ingrijpende renovatie. STB stuurde een offerte van € 879.600 exclusief btw. Zonder dat het echtpaar de opdrachtbevestiging ooit ondertekende, liepen de voorbereidingen maandenlang door — inclusief locatiebezoeken, kostenberekeningen en enthousiaste sms-berichten. Toen het echtpaar via een zaakwaarnemer de stekker eruit trok, vorderde STB vergoeding op grond van artikel 7:764 lid 2 BW.
De Rechtbank Midden-Nederland wees het grootste deel van de vordering af: er was volgens de rechtbank geen overeenkomst tot stand gekomen, maar alleen sprake van afgebroken onderhandelingen. STB kreeg slechts € 21.497 aan gemaakte kosten. In hoger beroep draaide het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat oordeel volledig om.
Hof: sms-berichten en gedragingen vormen aanvaarding van het aanbod
Het hof oordeelt dat een handtekening geen constitutief vereiste is voor het ontstaan van een overeenkomst (artikel 3:37 BW). Of een overeenkomst tot stand is gekomen, hangt af van wat partijen hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen redelijkerwijs mochten afleiden (artikel 3:35 BW). De sms-berichten van de echtgenote — “Helemaal super! We gaan ze van de week tekenen en naar je faxen!” en “Morgen zal ik alles tekenen en doorsturen” — waren volgens het hof ondubbelzinnig. In combinatie met de maandenlange voorbereidingen en het uitblijven van enig voorbehoud, mocht STB erop vertrouwen dat de opdracht was gegund.
De beroepen op nietigheid wegens strijd met de wet (artikel 3:40 BW), bedrog, dwaling en misbruik van omstandigheden strandden allemaal. Het hof kwalificeerde de beëindiging door de zaakwaarnemer als opzegging in de zin van artikel 7:764 BW. Dat betekent: de opdrachtgever betaalt de volledige aanneemsom, verminderd met de besparingen. Dit is een betalingsverplichting uit de overeenkomst, geen schadevergoeding (vgl. HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1486).
Per post beoordeelde het hof of de aannemer had bespaard. Praatprenten en vergunningstekeningen: toegewezen. Calculatiekosten: de helft toegewezen. Werkvoorbereiding: afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Gederfde winst (2% van de aanneemsom) en algemene kosten: volledig toegewezen. Het totaal: € 89.589 inclusief btw, ruim vier keer het bedrag uit eerste aanleg.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers en aannemers?
Voor opdrachtgevers: wees voorzichtig met enthousiaste berichten en het doorlaten lopen van voorbereidingen zonder duidelijk voorbehoud. Een overeenkomst van aanneming kan tot stand komen zonder ondertekening — gedrag en verklaringen zijn voldoende. Wie vervolgens opzegt, betaalt op grond van artikel 7:764 lid 2 BW de aanneemsom minus besparingen, inclusief de winst die de aannemer over het hele werk zou hebben gemaakt.
Voor aannemers: leg contacten en toezeggingen zorgvuldig vast. Sms-berichten en e-mails kunnen het verschil maken. Specificeer de posten in de begroting duidelijk — het hof beoordeelt per post of er is bespaard. Posten die niet concreet worden onderbouwd (zoals hier de werkvoorbereiding), worden afgewezen. Zie voor meer informatie over vastgoed- en bouwgeschillen en de eerder gepubliceerde analyse over ontbinding en meerwerk bij niet-opgeleverde opdrachten.
Veelgestelde vragen
Kan een overeenkomst van aanneming van werk zonder handtekening tot stand komen?
Ja. Op grond van artikel 3:37 BW kan een overeenkomst in iedere vorm tot stand komen, ook door gedragingen. Sms-berichten, e-mails en feitelijke voorbereidingen kunnen samen voldoende zijn. Het gaat erom wat partijen redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen mochten afleiden.
Wat moet een opdrachtgever betalen bij opzegging van een aannemingsovereenkomst?
Op grond van artikel 7:764 lid 2 BW betaalt de opdrachtgever de volledige aanneemsom, verminderd met de besparingen die de aannemer door de opzegging heeft gehad. De aannemer behoudt recht op de volledige winst. De bewijslast van de besparingen rust op de opdrachtgever.
Is de vergoeding bij opzegging schadevergoeding of een contractuele betalingsverplichting?
Het is een contractuele betalingsverplichting, geen schadevergoeding. Dat bevestigde de Hoge Raad al in 1994 (ECLI:NL:HR:1994:ZC1486). Dit onderscheid is relevant voor de verschuldigdheid van btw en de toepasselijkheid van schadeberekingsregels.
ECLI:NL:GHARL:2019:3788, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 april 2019
Aangehaalde rechtspraak
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1994:ZC1486
Gerechtshoven: ECLI:NL:GHARL:2019:3788