Tekortkoming en ontbinding bij IT-projecten
Webshop blijft na herhaalde deadlines onopgeleverd
2D Business, exploitant van de webshop ProBBQshop, schakelde eind 2021 een VOF in om een nieuwe webshop te bouwen op basis van WooCommerce — een overstap van het bestaande Lightspeed-platform. De geoffreerde prijs bedroeg € 14.020 exclusief btw, met oplevering uiterlijk 1 maart 2022. Die datum werd niet gehaald, en ook de verschoven deadlines van mei, september en eind oktober 2022 verstreken zonder resultaat.
In oktober 2022 stelde 2D Business de ontwikkelaar in gebreke met een termijn tot 31 oktober. De webshop ging niet live. Een laatste deadline van 2 januari 2023 werd evenmin gehaald. Op 9 januari 2023 meldde 2D Business dat de webshop foutmeldingen gaf. Ruim een jaar later, op 12 februari 2024, ontbond haar advocaat de overeenkomst en sommeerde betaling van € 28.144.
De VOF was inmiddels per 31 december 2022 uitgeschreven bij de KvK. 2D Business sprak de twee voormalige vennoten persoonlijk aan — hoofdelijk, conform vaste rechtspraak van de Hoge Raad over vennootschapsschulden.
Rechtbank: zorgplicht geschonden, ontbinding terecht
De rechtbank oordeelt dat het ontwikkelen van een webshop een dynamisch proces is waarin afstemming tot aanpassingen kan leiden. De opdrachtnemer heeft daarbij een zorgplicht: hij moet duidelijk communiceren of aanpassingen meerwerk opleveren. De VOF schreef in juni 2022 dat zij “bij eventueel extra maatwerk aanpassingen dit eerlijk zullen communiceren”, maar deed dat vervolgens niet. 2D Business mocht er daardoor gerechtvaardigd op vertrouwen dat gevraagde aanpassingen binnen de oorspronkelijke opdracht vielen.
De oorspronkelijke opleverdatum van 1 maart 2022 kwalificeert de rechtbank niet als fatale termijn — het was een vroege inschatting bij een dynamisch project, en 2D Business protesteerde niet toen die datum verstreek. Wél geldt de ingebrekestelling van 6 oktober 2022 met een termijn tot 31 oktober. Onder verwijzing naar HR 12 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:575, oordeelt de rechtbank dat het verlenen van een nieuwe termijn ná de ingebrekestelling geen afstand van het al ingetreden verzuim inhield. De ontbinding op 12 februari 2024 was terecht.
De ongedaanmakingsverbintenis levert 2D Business € 9.566 op: het betaalde bedrag van € 11.216 minus € 1.650 voor het content-creatiepakket dat wél was geleverd en nog wordt gebruikt. De gevorderde handelsrente wordt afgewezen — een ongedaanmakingsverbintenis na ontbinding is geen primaire betalingsverbintenis uit een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW.
Wat betekent dit voor opdrachtgevers en IT-dienstverleners?
De schadeclaim van 2D Business van bijna € 126.000 — waarvan het leeuwendeel bestond uit misgelopen omzetgroei — werd volledig afgewezen. De rechtbank noemt de hoge vordering “opmerkelijk” omdat in eerdere correspondentie slechts € 14.573 was geclaimd, en oordeelt dat dit “de indruk wekt dat de vordering is geconstrueerd voor deze procedure”. De gestegen omzet na inschakeling van een andere partij kon door meerdere factoren worden verklaard en was bovendien niet voorzienbaar op het moment van de tekortkoming. Op grond van artikel 6:98 BW is de schade niet toerekenbaar. De meerwerkvordering van de vennoten strandt eveneens: wie zijn zorgplicht verzaakt door meerwerk niet duidelijk te communiceren, kan het achteraf niet alsnog in rekening brengen.
Opdrachtnemers bij IT-projecten moeten wijzigingsverzoeken schriftelijk als meerwerk kwalificeren — goede bedoelingen beschermen niet tegen ontbinding. Opdrachtgevers moeten hun schade tijdig en consistent begroten; een veelvoud vorderen van wat eerder buitengerechtelijk is geclaimd ondermijnt de geloofwaardigheid. Zie ook de analyse over ontbinding en winstderving bij uitblijvende levering en onze expertise Commercial Litigation.
Veelgestelde vragen
Is een opleverdatum in een offerte automatisch een fatale termijn?
Niet noodzakelijk. Bij dynamische projecten zoals websitebouw, waar input van de opdrachtgever nodig is en de scope kan verschuiven, mag een vroeg genoemde datum niet zonder meer als fatale termijn worden uitgelegd. Gedragingen van partijen zijn bepalend: wie niet protesteert bij het verstrijken van de datum, bevestigt dat het geen harde deadline was.
Verliest een opdrachtgever zijn recht op ontbinding door een nieuwe termijn te gunnen?
Nee. De Hoge Raad heeft in april 2024 (ECLI:NL:HR:2024:575) bevestigd dat het verlenen van een nieuwe termijn na een ingebrekestelling geen afstand inhoudt van het al ingetreden verzuim. De ontbindingsbevoegdheid blijft intact, ook als de opdrachtgever nog een kans geeft.
Kan een opdrachtnemer achteraf meerwerk claimen als dat niet is gecommuniceerd?
In beginsel niet. De opdrachtnemer heeft een zorgplicht om tijdens de uitvoering duidelijk aan te geven welke aanpassingen buiten de oorspronkelijke opdracht vallen. Laat hij dat na, dan mag de opdrachtgever erop vertrouwen dat aanpassingen binnen de overeenkomst vielen. Een meerwerkvordering achteraf wordt dan afgewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1229.
Aangehaalde rechtspraak
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2015:251 · ECLI:NL:HR:2024:575
Rechtbanken: ECLI:NL:RBZWB:2026:1229