Naar inhoud

Kwaliteitsrekening deurwaarder bij faillissement: wat als een tussenschakel failliet is?

31 mei 2026Juriaan de Vries

Wie heeft recht op het saldo op de kwaliteitsrekening als een tussenpartij failliet gaat?

De Hoge Raad verduidelijkt op 23 januari 2026 wie rechthebbende is op het saldo van een kwaliteitsrekening als een deurwaarder zijn incasso-opdracht heeft doorgegeven aan een collega. Rechthebbende is de oorspronkelijke schuldeiser van de geïncasseerde vordering — niet de schakel die de opdracht overdroeg. Doorgifte van incassowerkzaamheden verbreekt de bescherming van art. 19 Gerechtsdeurwaarderswet niet.

CJIB vecht voor € 418.750 op de kwaliteitsrekening van failliet deurwaarderskantoor Eendracht

Op 7 juli 2020 wordt Eendracht Gerechtsdeurwaarders & Credit Management B.V. failliet verklaard. Op de kwaliteitsrekening staat op dat moment € 418.750,64 aan gelden die zijn geïncasseerd bij debiteuren van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Twee partijen claimen het saldo: het CJIB als oorspronkelijke schuldeiser, en Rexwinkel B.V. als rechtsopvolger van deurwaarderskantoor [A] dat de incasso-opdracht destijds had overgedragen.

De achtergrond van de constructie: [A] had een overeenkomst met het CJIB op grond waarvan [A] vorderingen bij debiteuren van het CJIB incasseerde. Omdat het CJIB gebruik wilde maken van automatische incasso — wat niet mogelijk is vanaf een kwaliteitsrekening — boekte [A] de geïnde bedragen, na aftrek van kosten, over van zijn kwaliteitsrekening naar zijn gewone bankrekening, vanwaar het CJIB automatisch incasseerde. In 2017 droeg [A] de feitelijke incassowerkzaamheden over aan de nieuw opgerichte Eendracht. Het CJIB was op de hoogte en had hiermee ingestemd. Eendracht inde de bedragen op zijn eigen kwaliteitsrekening en boekte daarna door naar de gewone rekening van [A], via dezelfde route naar het CJIB.

Toen Eendracht failliet ging en het saldo op de kwaliteitsrekening vaststond, stelde [A] (later: Rexwinkel) aanspraak op het bedrag, onder meer omdat [A] de directe contractuele opdrachtgever van Eendracht was. Rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag wezen die aanspraak af. In cassatie handhaaft de Hoge Raad dat oordeel.

Rechthebbende is degene ten behoeve van wie is betaald — niet de schakel die de opdracht doorgaf

Niet ter discussie staat de maatstaf: rechthebbenden op het saldo van de kwaliteitsrekening zijn diegenen ten behoeve van wie geldbedragen op die rekening zijn gestort. Inzet is of dat in dit geval het CJIB of [A] is.

De Hoge Raad sluit aan bij drie concrete omstandigheden die het hof in aanmerking had genomen. Ten eerste: de debiteuren waren uitsluitend schuldenaren van het CJIB en konden alleen bevrijdend betalen aan de bij Eendracht werkzame deurwaarder. Ten tweede: die deurwaarder vermeldde het CJIB op zijn exploten als degene ten behoeve van wie op de kwaliteitsrekening moest worden betaald. Ten derde: een andere uitleg zou ertoe leiden dat de oorspronkelijke schuldeiser achter het net vist zodra een deurwaarder zijn opdracht aan een collega doorgeeft — een gevolg dat de Hoge Raad ongerijmd acht.

Dat [A] bij de overdracht van de incasso-opdracht aan Eendracht mogelijk als middellijk vertegenwoordiger van het CJIB heeft gehandeld, kon het hof in het midden laten. Ook als [A] op eigen naam heeft gehandeld als opdrachtgever van Eendracht — zoals bij lastgeving ter incasso op eigen naam (art. 7:414 BW) — staat dat er niet aan in de weg dat het CJIB rechthebbende is op het saldo. De Hoge Raad stelt expliciet (r.o. 3.2.4) dat niet alleen de directe opdrachtgever van de deurwaarder maar ook derden rechthebbende kunnen zijn: in het bijzonder als een schuldenaar zijn schuld aan een derde voldoet door betaling op de kwaliteitsrekening.

De beschermingsdoelstelling van art. 19 Gdw — bescherming tegen deconfitures van de deurwaarder — sluit aan bij dezelfde systematiek als de notariële kwaliteitsrekening (art. 25 Wet op het notarisambt). A-G Drijber wees in zijn conclusie op de Kadasterkosten-beslissing (HR 19 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1720), die voor de notariële kwaliteitsrekening al had bevestigd dat derden rechthebbende kunnen zijn indien een partij ten behoeve van die derde een bedrag bijschrijft. Die lijn geldt onverkort voor art. 19 Gdw. Het beroep van de curator en Rexwinkel op het ProCall-arrest (HR 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3413) strandt: dat arrest betrof de vraag of er überhaupt een kwaliteitsrekening was; hier stond het saldo juist wél op een kwaliteitsrekening.

Wat betekent dit voor schuldeisers die incasso uitbesteden via een keten van deurwaarders?

Schuldeisers die hun incassovorderingen uitbesteden via een of meer schakels lopen minder risico dan gedacht. De kwaliteitsrekening beschermt het saldo ook als de uitvoerende deurwaarder niet de directe contractspartij van de schuldeiser is — zolang de debiteuren uitsluitend betalen ten behoeve van de oorspronkelijke schuldeiser en die schuldeiser op de exploten staat vermeld.

Voor incassobureaus en doorgeefschakels die in eigen naam opdrachten aan uitvoerende deurwaarders verstrekken, geldt het omgekeerde: een rechtstreekse contractuele relatie met de incasserende deurwaarder levert op zichzelf geen recht op het saldo van diens kwaliteitsrekening. Dat recht ligt bij degene ten behoeve van wie de schuldenaren bevrijdend hebben betaald. Meer over de positie van schuldeisers bij insolventie en executietrajecten op de pagina Insolvency & Enforcement.

Veelgestelde vragen

Valt het saldo op de kwaliteitsrekening in de failliete boedel van de deurwaarder?

Nee. Het vorderingsrecht voortvloeiende uit de kwaliteitsrekening behoort toe aan de gezamenlijke rechthebbenden (art. 19 lid 3 Gdw), niet aan de deurwaarder zelf. Bij faillissement van de deurwaarder valt het saldo daarmee buiten de boedel. Er wordt een waarnemend deurwaarder benoemd die als enige bevoegd is over de kwaliteitsrekening te beschikken.

Wie is rechthebbende als een deurwaarder zijn incasso-opdracht overdraagt aan een collega?

De rechthebbende is de oorspronkelijke schuldeiser van de geïncasseerde vordering, niet de schakel die de opdracht heeft doorgegeven. Beslissend is ten behoeve van wie de schuldenaren bevrijdend hebben betaald. Wie de rechtstreekse opdrachtgever van de uitvoerende deurwaarder is, is daarvoor niet noodzakelijkerwijs bepalend.

Wat is het verschil met het ProCall-arrest?

In het ProCall-arrest (HR 2003) stond centraal of er überhaupt een kwaliteitsrekening was; de betrokken gelden stonden op een gewone bankrekening en vielen in de failliete boedel. Hier stond het saldo wél op een kwaliteitsrekening. Dat wettelijke onderscheid — de afscheiding van het deurwaardersvermogen — maakt het ProCall-arrest hier niet van toepassing.

HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:96 (Le Grand q.q. / Staat der Nederlanden – CJIB). Conclusie A-G Drijber: ECLI:NL:PHR:2025:1089. In cassatie op: ECLI:NL:GHDHA:2024:1049.

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:1720 · ECLI:NL:HR:2003:AF3413 · ECLI:NL:HR:2026:96

Parket bij de Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2025:1089

Gerechtshoven: ECLI:NL:GHDHA:2024:1049

Lees ook