Ambtshalve ontslag bewindvoerder wegens gewichtige redenen
Kantonrechter ontslaat bewindvoerder in alle zaken: hof houdt stand
De kantonrechter in Den Haag ontsloeg een professionele bewindvoerder met ingang van 21 juli 2025 in alle zaken die onder haar beheer vielen — in totaal zo'n 350 cliënten. Aanleiding waren geconstateerde tekortkomingen in de uitvoering van het bewind, gevolgd door het faillissement van de bewindvoerder zelf op 5 augustus 2025. In hoger beroep vroeg de voormalige bewindvoerder vernietiging van dat besluit. Het hof wees dat verzoek af en bekrachtigde het ontslag volledig.
De feitelijke achtergrond was ernstig. De opvolgend bewindvoerder, die 160 dossiers overnam, constateerde na overname dat de dossiers in slechte staat verkeerden: slechte communicatie richting rechthebbenden, onafgehandelde schulden, en financiële onjuistheden. De curator in het faillissement van de voormalige bewindvoerder deed verdere constateringen: gelden van onderbewindgestelden waren onttrokken zonder machtiging van de kantonrechter, en er waren sterke aanwijzingen dat de bestuurder van de bewindvoerder wederrechtelijk bedragen had toegeëigend. De aansprakelijkstelling van de bestuurder werd al in voorbereiding genomen.
De voormalige bewindvoerder erkende in hoger beroep dat fouten waren gemaakt, maar weet die aan medewerkers — niet aan zichzelf. Dat verweer snijdt geen hout: de bewindvoerder draagt verantwoordelijkheid voor correct beheer van alle haar toevertrouwde dossiers, ongeacht wie de uitvoering deed.
Massaontslag is toegestaan als het totale beeld daartoe noopt
Het centrale rechtspunt in dit arrest is de bevoegdheid van de kantonrechter tot ambtshalve ontslag op grond van artikel 1:448 lid 1 sub e en lid 2 BW. De voormalige bewindvoerder betoogde dat het ontslag in deze individuele zaak niet kon worden gedragen door tekortkomingen in andere dossiers. Het hof verwierp dat betoog.
De redenering van het hof is principieel: het gaat bij een massaontslag niet om de vraag of in iedere afzonderlijke zaak iets mis was gegaan, maar om het totale beeld van het functioneren van de bewindvoerder. Als dat totale beeld een gewichtige reden oplevert — en dat was hier overduidelijk het geval — dan rechtvaardigt dat ontslag in alle zaken. De kantonrechter hoeft de beslissing in elke individuele zaak niet te toetsen aan de feiten in dat specifieke dossier. Dat hoeft ook niet, want de individuele rechthebbende is afhankelijk van een systeem dat structureel disfunctioneerde.
Het hof beoordeelde bovendien ex nunc: ook feiten die na de beschikking van de kantonrechter naar boven kwamen, tellen mee. Dat werkt hier in het nadeel van de voormalige bewindvoerder, want de bevindingen van de curator maakten het beeld alleen maar zwarter. Tekortkomingen tegenover het Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren — waaronder de plicht tot deugdelijke administratie en het verbod op het genieten van ander voordeel dan de wettelijke beloning — waren aantoonbaar geschonden.
De grief over het recht op een eerlijk proces (schending van hoor en wederhoor in eerste aanleg) faalde eveneens. Het hoger beroep heeft een herstelfunctie: procedurele gebreken uit eerste aanleg kunnen in hoger beroep worden geheeld. De voormalige bewindvoerder had in hoger beroep volledig de gelegenheid haar standpunten toe te lichten, en deed dat ook.
Wat betekent dit voor rechthebbenden onder bewind?
Wie onder bewind staat, is afhankelijk van de bewindvoerder voor het beheer van zijn of haar vermogen. Die afhankelijkheid veronderstelt deugdelijk toezicht. Dit arrest bevestigt dat de kantonrechter dat toezicht serieus neemt: wanneer structurele problemen bij een professionele bewindvoerder worden vastgesteld, kan ontslag in alle zaken volgen — ook als in jouw individuele zaak niet aantoonbaar iets mis is gegaan.
Voor rechthebbenden betekent dit dat signalen van wanprestatie — slechte communicatie, onbeantwoorde vragen, onduidelijkheid over saldi — aanleiding kunnen zijn om de kantonrechter te informeren. De kantonrechter kan ambtshalve handelen, ook zonder verzoek van de rechthebbende zelf. Wie vermoedt dat de bewindvoerder gelden heeft onttrokken of anderszins de belangen van de rechthebbende heeft geschaad, kan het hof bovendien direct aanspreken via de klachtenprocedure bij de toezichthoudende kantonrechter.
Meer over het toezicht op bewindvoerders en executieprocedures: Insolventie en executie bij Prime Law.
Veelgestelde vragen
Kan een bewindvoerder worden ontslagen zonder dat er in mijn specifieke zaak iets mis is gegaan?
Ja. Als de kantonrechter constateert dat een bewindvoerder structureel tekortschiet in het geheel van zijn of haar zaken, kan ambtshalve ontslag volgen in alle zaken — ook als in een individueel dossier geen concrete fout is vastgesteld. Het gaat om het totale functioneringsbeeld.
Wat is de grondslag voor ontslag van een bewindvoerder?
Ontslag kan op verzoek of ambtshalve worden uitgesproken op grond van artikel 1:448 BW. Gewichtige redenen vormen de wettelijke basis. Schending van de kwaliteitseisen uit het Besluit kwaliteitseisen — waaronder deugdelijke administratie en het verbod op ongegrond voordeel — levert zulke redenen op.
Tellen nieuwe feiten mee die pas na de ontslagbeschikking aan het licht komen?
Ja. Het hof beoordeelt het ontslag ex nunc: ook bevindingen die na de beschikking van de kantonrechter zijn gedaan, mogen worden meegewogen. In deze zaak versterkte het faillissementsonderzoek van de curator het beeld van wanprestatie aanzienlijk.
Gerechtshof Den Haag, 11 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:455.
Aangehaalde rechtspraak
Gerechtshoven: ECLI:NL:GHDHA:2026:455