Tegenstrijdig belang bestuurder bij meerhoofdige besturen
Getir-oprichters uitgesloten van besluit over eigen vermogen
Het Getir-arrest gaat over een fundamentele vraag in corporate litigation: mag een mede-bestuurder een collega uitsluiten van de vergadering? In de Getir-zaak besloten de uitvoerende bestuurders precies dat, met instemming van zowel de Ondernemingskamer als, uiteindelijk, de Hoge Raad.
Getir B.V. is de Nederlandse houdstermaatschappij van de gelijknamige internationale bezorggroep met Turkse roots. De oprichters houden circa 21% van de aandelen. Mubadala, een Abu Dhabi-staatsfonds, is de grootste financier met circa 29% en had ruim USD 450 miljoen aan krediet uitstaan. In juni 2024 sloten partijen een Term Sheet: de kernactiviteiten in Turkije zouden aan Mubadala worden overgedragen, de oprichters zouden aandelen in de overige, deels verlieslatende, dochterondernemingen verkrijgen.
Die afspraken liepen eind 2024 spaak. Mubadala trok op 30 december 2024 de stekker eruit: de Term Sheet was niet meer uitvoerbaar, en als de oprichters het Final Offer niet accepteerden, zou Mubadala rechtstreeks met Getir een Settlement overeenkomen waarbij alle dochterondernemingen aan Mubadala zouden worden overgedragen tegen kwijtschelding van de schulden. De cashflow forecast liet op dat moment een oplopend tekort zien van USD 58 miljoen per medio maart 2025.
Op 31 december 2024 stelden de uitvoerende bestuurders vast dat de oprichters-bestuurders, de Founder-bestuurders, een tegenstrijdig belang hadden: zij hadden een persoonlijk belang bij de Term Sheet (die hun aandelen in de dochterondernemingen opleverde), en acceptatie van de Mubadala-transactie maakte nakoming van de Term Sheet onmogelijk. De uitvoerende bestuurders namen de besluiten op 7 en 10 januari 2025 buiten aanwezigheid van de Founder-bestuurders. Een buitengewone AVA keurde de besluiten op 19 januari 2025 goed met ruim 59% van de stemmen.
Medebestuurders beslissen, niet de betrokken bestuurder zelf
De Founder-bestuurders trokken naar de Ondernemingskamer en claimden dat het aan hen zelf was om te beoordelen of zij een tegenstrijdig belang hadden. Die klacht sneuvelde zowel bij de OK als bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad legt in r.o. 3.2.3 de regels helder neer. Art. 2:239 lid 6 BW bepaalt dat een bestuurder niet deelneemt aan beraadslaging en besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het vennootschapsbelang. Maar de wet regelt niet wie vaststelt óf zo'n belang bestaat. De Hoge Raad vult die lacune in: de bestuurder met een mogelijk tegenstrijdig belang moet zo groot mogelijke openheid betrachten en zijn mogelijke belang melden aan zijn medebestuurders. Bij een geschil over de vraag of dat belang daadwerkelijk bestaat, beslissen de overige bestuurders, niet de betrokken bestuurder zelf.
Die regel geldt ook als de betrokken bestuurder in het geheel geen melding heeft gedaan. Zodra de medebestuurders oordelen dat er een tegenstrijdig belang is, dragen zij er actief zorg voor dat de betrokken bestuurder ook daadwerkelijk niet deelneemt aan de besluitvorming over dat onderwerp. In de Getir-zaak was aan die lat voldaan: de uitvoerende bestuurders hadden het tegenstrijdig belang al op 31 december 2024 uitdrukkelijk met de Founder-bestuurders besproken. Het kon geen verrassing zijn dat de besluiten later buiten hun aanwezigheid werden genomen.
Wat betekent dit voor bestuurders in een aandeelhoudersconflict?
Dit arrest heeft directe gevolgen voor de praktijk in besturen waar aandeelhouders ook bestuurder zijn, een situatie die in besloten vennootschappen gebruikelijk is. Zodra een aandeelhouder-bestuurder een persoonlijk belang heeft bij een besluit dat haaks staat op het vennootschapsbelang, kunnen zijn medebestuurders hem uitsluiten. Hij hoeft dat belang niet eens zelf erkend te hebben. De drempel is of in redelijkheid kan worden betwijfeld of hij zich bij de besluitvorming uitsluitend laat leiden door het vennootschapsbelang.
Dat is ook precies de volgorde die de Hoge Raad aangeeft: medebestuurders mogen uitsluiten, en de rechter toetst achteraf. Niet de omgekeerde route, eerst zichzelf toelaten tot de vergadering en de collega's maar laten procederen. Wie als bestuurder in een conflictsituatie zit, doet er goed aan een heldere analyse van het tegenstrijdig belang te maken vóórdat besluitvorming plaatsvindt. Zie ook de eerder besproken 50/50-patstelling in aandeelhoudersgeschillen en de Ondernemingskamer-jurisprudentie over enquêteverzoeken en de geschillenregeling.
Veelgestelde vragen
Wat is een tegenstrijdig belang van een bestuurder?
Een bestuurder heeft een tegenstrijdig belang in de zin van art. 2:239 lid 6 BW als hij te maken heeft met zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of hij zich bij zijn handelen uitsluitend laat leiden door het belang van de vennootschap. Of dat zo is, hangt af van alle omstandigheden van het geval.
Moet een bestuurder zijn tegenstrijdig belang altijd zelf melden?
Ja, de bestuurder heeft een actieve meldplicht jegens zijn medebestuurders. Maar de Hoge Raad maakt duidelijk dat de gevolgen van een tegenstrijdig belang, uitsluiting van beraadslaging en besluitvorming, ook kunnen intreden als de bestuurder heeft nagelaten te melden. De medebestuurders mogen dan zelf het initiatief nemen.
Wat als alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben?
Art. 2:239 lid 6 BW voorziet in dat geval een uitweg: als door het tegenstrijdig belang geen bestuursbesluit kan worden genomen, neemt de raad van commissarissen het besluit. Ontbreekt ook een RvC, dan neemt de algemene vergadering het besluit, tenzij de statuten iets anders regelen.
Hoge Raad 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:592
Aangehaalde rechtspraak
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:592