De grenzen van het enquêterecht
Niet-ontvankelijk, geen enquête, geen geschillenregeling: drie afwijzingen
De Ondernemingskamer beschikt over ruime discretionaire bevoegdheid. Zelfs als gegronde redenen voor twijfel aan het beleid vaststaan, hoeft zij geen onderzoek te gelasten. Drie recente beschikkingen tonen hoe de OK haar grenzen bewaakt, elk op een andere grond.
Bij Archirodon (ECLI:NL:GHAMS:2025:2678) komt de OK niet eens toe aan de inhoud. International Felman Finance houdt een indirect belang van 14,4% in Archirodon Group via twee tussenliggende vennootschappen in Cyprus en Nederland. Felman beroept zich op de Scheipar-lijn (HR 6 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF9440): als verschaffer van risicodragend kapitaal met een eigen economisch belang zou haar positie gelijkgesteld moeten worden met die van een directe aandeelhouder. De OK benadrukt echter dat die gelijkstelling niet zonder meer volgt uit een economisch belang, alle feiten en omstandigheden tellen mee, waaronder de activiteiten van tussenliggende entiteiten en het bestaan van afzonderlijke aandeelhoudersovereenkomsten op verschillende niveaus (vgl. HR 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:905, Slotervaartziekenhuis). De tussenliggende entiteiten voldoen aan fiscale substance-eisen, eigen bestuur, werknemers, kantoor in Cyprus, jaarlijkse Deloitte-controle. Er bestaan twee afzonderlijke aandeelhoudersovereenkomsten op verschillende niveaus. Felman kan haar voordrachtsrecht voor een Archirodon-bestuurder uit de ICI SHA niet afdwingen jegens Archirodon zelf. Dat de beoogde herstructurering, het elimineren van de tussenliggende entiteiten, is gestrand op de weigering van medeaandeelhouder ANI, bevestigt volgens de OK dat de structuur ertoe doet.
Bij Dermaesthetics Beheer (ECLI:NL:GHAMS:2025:2399), een familievennootschap in de huidverzorgingsindustrie met moeder, zoon en dochter als aandeelhouders, stelt de OK wél gegronde redenen voor twijfel vast. De verhoudingen zijn al jaren verstoord, de administratie is niet op orde, jaarrekeningen zijn niet tijdig gedeponeerd. Toch acht de OK een enquête niet in het belang van de vennootschap. Sinds het ontslag van de verzoekster als bestuurder functioneert het bestuur weer, de administratie wordt hersteld, en de vennootschap verkeert niet in de gevarenzone. Een onderzoek zou opnieuw onrust veroorzaken zonder duidelijk doel.
Bij 2000 HH (ECLI:NL:GHAMS:2025:2664) wijst de OK zowel uitstoting als uittreding af in een geschillenregelingprocedure. Twee partners in een 50/50-ingenieursbureau voor bouwconstructies slagen er al sinds de oprichting in 2007 niet in samen te werken. Na achttien jaar vruchteloze pogingen tot ontvlechting treedt de verzoekende partij af als bestuurder, start concurrerende activiteiten, maar blijft aandeelhouder. De overblijvende bestuurder besluit de onderneming gecontroleerd af te wikkelen. De OK oordeelt dat dit alleszins te billijken valt: wie zelf de balans verstoort door te vertrekken als bestuurder maar aan te blijven als aandeelhouder, kan moeilijk klagen dat de ander de conclusie trekt. De snelste weg naar de uitgang is ontbinding en vereffening, niet de geschillenregeling.
Het belang van de vennootschap bepaalt de uitkomst
De drie beschikkingen bevestigen dat het belang van de vennootschap en haar onderneming bij de belangenafweging vooropstaat (HR 18 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1705; zie ook de conclusie van AG Assink, ECLI:NL:PHR:2022:398, die benadrukt dat de rechter na vaststelling van gegronde redenen ruimte houdt om het verzoek af te wijzen wanneer de vennootschap inmiddels zelf maatregelen heeft getroffen). Bij Archirodon respecteert de OK de gekozen vennootschappelijke structuur, ook als die structuur de toegang tot het enquêterecht bemoeilijkt. Bij Dermaesthetics weegt zij mee dat de administratie inmiddels op orde wordt gebracht, de jaarrekening 2023 is gedeponeerd en de vennootschap niet in de gevarenzone verkeert. Bij 2000 HH constateert zij dat feitelijke liquidatie al gaande is en dat een waarderingstraject via de geschillenregeling geen meerwaarde biedt.
Wat betekent dit voor aandeelhouders en hun adviseurs?
Voor de praktijk vallen drie lessen op. Ten eerste: de discretionaire bevoegdheid van de OK is geen dode letter, gegronde redenen leiden lang niet altijd tot een onderzoek. Ten tweede: ontvankelijkheid bij indirecte belangen vereist meer dan economische betrokkenheid. De juridische structuur telt, zeker als tussenliggende entiteiten substance hebben. Ten derde: wie zelf de samenwerking opblaast door af te treden als bestuurder maar aandelen te behouden, heeft een zwakke positie in de geschillenregeling. De OK ziet ontbinding en vereffening dan als logische route. Meer over de enquêtepraktijk van de OK in de uitgebreide analyse van het enquêterecht en de Nexperia-zaak, waarin de OK juist wél maximaal ingreep, zij het onder uitzonderlijke omstandigheden.
Veelgestelde vragen
Kan de OK een enquête afwijzen als gegronde redenen voor twijfel vaststaan?
Ja. De bevoegdheid een enquête te bevelen is discretionair. De OK weegt alle betrokken belangen af, waarbij het belang van de vennootschap vooropstaat. Als een onderzoek geen meerwaarde biedt, bijvoorbeeld omdat partijen al werken aan herstel of de geschillenregeling effectiever is, kan de OK het verzoek afwijzen ondanks vastgestelde twijfel.
Wanneer kan een indirecte aandeelhouder een enquêteverzoek indienen?
De opsomming in artikel 2:346 BW is limitatief. Een indirecte aandeelhouder kan gelijkgesteld worden met een directe aandeelhouder als zijn economisch belang daarmee op één lijn te stellen is. De OK beoordeelt dit aan de hand van alle omstandigheden, waaronder de activiteiten en substance van tussenliggende entiteiten en de gekozen contractuele structuur.
Wat als de geschillenregeling niet geschikt is voor een 50/50-conflict?
De geschillenregeling veronderstelt dat de vennootschap wordt voortgezet. Als de onderneming feitelijk al wordt afgewikkeld, kan de OK concluderen dat ontbinding en vereffening de snelste weg is. Een waarderingstraject via de geschillenregeling biedt dan geen meerwaarde en kan de afwikkeling zelfs vertragen.
ECLI:NL:GHAMS:2025:2678, Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer), 7 oktober 2025 (Archirodon/Felman)
ECLI:NL:GHAMS:2025:2399, Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer), 3 juli 2025 (Dermaesthetics)
ECLI:NL:GHAMS:2025:2664, Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer), 7 oktober 2025 (2000 HH)
Aangehaalde rechtspraak
Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2003:AF9440 · ECLI:NL:HR:2014:905 · ECLI:NL:HR:2022:1705
Parket bij de Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2022:398
Gerechtshoven: ECLI:NL:GHAMS:2025:2678 · ECLI:NL:GHAMS:2025:2399 · ECLI:NL:GHAMS:2025:2664