Naar inhoud

ICTS International: herstelmaatregelen voorkomen wanbeleid-oordeel

16 maart 2026Juriaan de Vries

Enquêterecht: wanneer is wanbeleid geen verplichte conclusie?

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van een minderheidsaandeelhouder van ICTS International. De Ondernemingskamer hoeft geen wanbeleid vast te stellen als herstelmaatregelen het rechtens te respecteren belang wegnemen, ook bij ernstige formele en materiële gebreken. A-G Assink onderbouwt dat deze discretionaire bevoegdheid past in het wettelijke stelsel van het enquêterecht.

ICTS International: aandelenuitgifte zonder machtiging treft minderheidsaandeelhouder

De Hoge Raad verwierp op 13 maart 2026 het cassatieberoep van een minderheidsaandeelhouder van ICTS International N.V. De Ondernemingskamer had eerder geoordeeld dat sprake was van onjuist beleid, maar niet van wanbeleid. De aandeelhouder legde zich daar niet bij neer.

ICTS is de houdstermaatschappij van een groep luchtvaart- en luchthavenbeveiligers met circa 10.000 werknemers wereldwijd. In juni 2019 gaf ICTS 3 miljoen aandelen uit aan commissarissen en senior management tegen USD 0,40 per stuk. De audit committee en compensation committee hadden die uitgifte goedgekeurd, maar de raad van commissarissen was niet door de algemene vergadering aangewezen als bevoegd orgaan. Tegelijkertijd verlaagde ICTS de conversieprijs voor meerderheidsaandeelhouder Spencer Corporation.

De Ondernemingskamer gelastte in juni 2022 een onderzoek. De onderzoeker concludeerde dat de besluitvorming ernstige gebreken vertoonde en deed aanbevelingen: een onafhankelijke commissaris toevoegen, de aandelenuitgifte intrekken of laten waarderen, en de conversie terugdraaien. ICTS volgde die aanbevelingen grotendeels op. Nieuwe commissarissen traden aan, bijstortingen vonden plaats, en een inkoopregeling voor de uitgegeven aandelen werd overeengekomen.

Hoge Raad en A-G Assink: discretionaire ruimte bij wanbeleid-oordeel

De Ondernemingskamer oordeelde in november 2024 dat de gebreken onjuist beleid opleverden, maar geen wanbeleid. De doeleinden van het enquêterecht — opening van zaken en herstel van gezonde verhoudingen — waren bereikt. Een wanbeleid-oordeel zou ICTS ernstig kunnen schaden, met name in het buitenland waar de specifieke betekenis van zo’n oordeel niet steeds op waarde kan worden geschat. Onder deze omstandigheden was geen rechtens te respecteren belang gediend (ECLI:NL:GHAMS:2024:3140).

De Hoge Raad bevestigde dit op 13 maart 2026. De rechtsopvatting dat de Ondernemingskamer steeds gehouden is wanbeleid vast te stellen bij ernstige gebreken is in haar algemeenheid onjuist. De Ondernemingskamer mag waarde hechten aan herstelmaatregelen, ook als die dateren van na de eerstefasebeschikking (art. 2:355 BW).

A-G Assink leverde in zijn conclusie de juridische onderbouwing. Hij plaatste de bevoegdheid van de Ondernemingskamer in het wettelijke stelsel: de enquêteregeling is gericht op het belang van de rechtspersoon, de bevoegdheden zijn discretionair, en art. 2:355 lid 5 BW biedt expliciet ruimte om de rechtspersoon zelf maatregelen te laten treffen. Assink verwees naar de Zinkwit-beschikking, waarin de Ondernemingskamer al in 1994 de wanbeleid-vraag in het midden liet nadat de vennootschap zelf gebreken had hersteld. Annotator IJsselmuiden schreef destijds dat een wanbeleid-oordeel “geen redelijk doel dient als de rechtspersoon zelf de nodige voorzieningen heeft getroffen.”

Assink benadrukte ook het verschil in soortelijk gewicht tussen onjuist beleid en wanbeleid. De Hoge Raad heeft wanbeleid als “vèrgaand” aangemerkt. Bij een vennootschap als ICTS, met buitenlandse cliënten en een notering op de Amerikaanse OTCQB-markt, bestaat het reële risico dat een wanbeleid-oordeel als nóg vérgaander wordt verstaan dan het is bedoeld.

Wat betekent dit voor aandeelhouders en bestuurders?

Voor meerderheidsaandeelhouders en bestuurders bevestigt dit arrest dat snelle en serieuze herstelmaatregelen een wanbeleid-oordeel kunnen voorkomen. Nieuwe onafhankelijke commissarissen, inkoopregelingen en governance-verbeteringen wegen mee. De Zinkwit-lijn uit 1994 is nu door de Hoge Raad bevestigd.

Voor minderheidsaandeelhouders is het beeld minder rooskleurig. De doeleinden van het enquêterecht — waaronder vaststelling van verantwoordelijkheid en preventieve werking — kunnen wijken voor het belang van de rechtspersoon als de schade van een wanbeleid-oordeel groter is dan het nut. Wie een tweedefaseprocedure voert, moet concreet onderbouwen waarom een wanbeleid-oordeel noodzakelijk blijft ondanks herstelmaatregelen. Zie ook de analyse van bijna 4.000 OK-uitspraken en expertise corporate litigation.

Veelgestelde vragen

Kan de Ondernemingskamer altijd een wanbeleid-oordeel achterwege laten na herstelmaatregelen?

Nee. De bevoegdheid is discretionair, niet automatisch. De Ondernemingskamer weegt alle omstandigheden: de ernst van de gebreken, de kwaliteit van het herstel, het belang van de rechtspersoon en de positie van minderheidsaandeelhouders. Herstel is een factor, geen vrijbrief.

Wat is het verschil tussen onjuist beleid en wanbeleid?

Onjuist beleid is de constatering dat het beleid niet juist was. Wanbeleid is een vérgaander kwalificatie die de mogelijkheid van art. 2:356 BW-voorzieningen ontsluit, zoals ontslag van bestuurders of overdracht van aandelen. A-G Assink benadrukt dat het soortelijk gewicht van wanbeleid aanwijsbaar groter is.

Welke rol speelt de AG-conclusie bij een Hoge Raad-arrest?

De Advocaat-Generaal adviseert de Hoge Raad onafhankelijk. De conclusie van A-G Assink bevatte hier een uitgebreide analyse van het wettelijke stelsel, precedenten en literatuur. De Hoge Raad volgde zijn advies tot verwerping, maar motiveerde beknopter. De conclusie biedt daarmee de diepere juridische onderbouwing.

ECLI:NL:HR:2026:403, Hoge Raad, 13 maart 2026 | Conclusie A-G: ECLI:NL:PHR:2025:916, 29 augustus 2025

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:403

Parket bij de Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2025:916

Gerechtshoven: ECLI:NL:GHAMS:2024:3140

Lees ook