Naar inhoud

Bank schendt zorgplicht bij renteswaps: te laat en te vaag geïnformeerd

6 maart 2026Juriaan de Vries

Zorgplicht en waarschuwingsplicht bij renteswaps

Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat een bank haar zorgplicht schendt door een ondernemer onvoldoende en te laat te waarschuwen voor de risico’s van renteswaps. De risico-informatie werd niet tijdig voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten verstrekt en was te vaag voor een partij zonder financiële expertise. De bank is schadeplichtig; de omvang wordt bepaald in een schadestaatprocedure.

Bank adviseert ondernemer ongevraagd drie renteswaps zonder adequate waarschuwing

Een recycling- en wegenbouwbedrijf sloot tussen 2007 en 2012 drie renteswaps af bij haar bank, op advies van de bank. Het bedrijf had daar niet om gevraagd — bij de eerste swap kwam een adviseur van de bank met het voorstel kort nadat het bedrijf een kredietfaciliteit van € 4 miljoen had verkregen, inclusief een 25-jarige Euriborlening van € 3 miljoen. Het bedrijf beschikte over geen enkele kennis van derivaten.

De eerste swap volgde in januari 2007 tegen een vaste rente van 4,35%, de tweede in september 2007 tegen 4,73%. In 2012 werden beide op voorstel van de bank vervangen door een derde swap tegen 4,06%, bedoeld om de kosten te drukken. Bij beëindiging van de bankrelatie in 2018 bracht de bank de negatieve waarde van de swap — € 240.000 — bij het bedrijf in rekening.

Het bedrijf stelde de bank in 2016 aansprakelijk voor schending van haar zorgplicht. Een voorschot van € 100.000 onder het Uniform Herstelkader Rentederivaten werd na het uitblijven van een reactie op het definitieve aanbod door de bank teruggevorderd en terugbetaald. De rechtbank wees de vordering af, maar het Gerechtshof Amsterdam vernietigde dat vonnis: de bank was tekortgeschoten in haar contractuele zorgplicht bij het afsluiten van alle drie de renteswaps.

Hof: risico-informatie over renteswaps te laat en te vaag voor ondernemer zonder expertise

Het hof stelde voorop dat de bank optrad als ongevraagd adviseur — het bedrijf had het gevraagde krediet al ontvangen toen de adviseur belde. Die adviesrol activeert de bijzondere zorgplicht. Een renteswap is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad een risicovol financieel product. Op de bank rust een bijzondere waarschuwingsplicht, waarvan de reikwijdte afhangt van de deskundigheid van de wederpartij.

Bij de eerste swap in januari 2007 werd de risico-informatie pas de dag na contractsluiting verstrekt. Het productinformatieblad vermeldde slechts in algemene termen dat een swap een negatieve waarde kon krijgen, zonder uit te leggen hoe die waarde concreet werd bepaald. Te vaag, oordeelde het hof, voor een ondernemer zonder financiële kennis. Daardoor werd het bedrijf de kans ontnomen zich een eigen beeld te vormen en extern advies in te winnen.

Bij de tweede swap werd min of meer dezelfde informatie verstrekt, aangevuld met een powerpointpresentatie die de nadelen van swaps opsomde in “algemene en vage bewoordingen.” Het hof achtte ook dat onvoldoende. De derde swap in 2012 sloot het bedrijf vanuit wat het hof een dwangpositie noemde: voortijdige beëindiging zou betekenen dat het de negatieve waarde aan de bank moest vergoeden. Oversluiten was de enige realistische optie — van een daadwerkelijke keuze was geen sprake.

Het verjaringsverweer van de bank op grond van artikel 3:310 BW strandde eveneens. Het bedrijf had weliswaar rond 2010 geklaagd over de hoge kosten, maar beschikte niet over de specifieke kennis om te begrijpen dat het een juridische claim had op de bank. Onvrede is niet hetzelfde als daadwerkelijke bekendheid met schade én aansprakelijke. De stuitingsbrief van februari 2016 was tijdig. Ook het eigen-schuld-verweer liep spaak: wie niet adequaat gewaarschuwd is, mag afgaan op de informatie die de bank verstrekt.

Wat betekent dit voor ondernemers die renteswaps hebben afgesloten?

Dit arrest bevestigt dat het moment van informatieverstrekking cruciaal is. Risico-informatie die niet voorafgaand aan de contractsluiting wordt verstrekt, komt te laat — de ondernemer wordt de kans ontnomen extern advies in te winnen. Banken die derivaten adviseren aan niet-professionele partijen moeten vóór contractsluiting concreet en begrijpelijk waarschuwen, afgestemd op het kennisniveau van de specifieke cliënt.

Voor ondernemers die destijds renteswaps afgesloten op advies van hun bank, is het arrest relevant voor de vraag of nog een vordering mogelijk is. Het hof hanteert een strenge maatstaf voor de aanvang van de verjaringstermijn: onvrede over kosten is niet hetzelfde als daadwerkelijke bekendheid met een juridische claim. Wie niet beschikt over financiële expertise, hoeft niet eerder te begrijpen dat de bank tekortschoot. Tijdige stuiting houdt de vordering in leven.

Het bedrijf had niet gereageerd op het definitieve UHK-aanbod van € 100.000 — het voorschot werd door de bank teruggevorderd — en procedeerde door. Het hof verwees de schadebegroting naar de schadestaatprocedure. Voor ondernemers die het UHK-aanbod lieten passeren of ontoereikend achtten, bevestigt dit arrest dat de civiele route open kan staan. Lees ook de analyse over zorgplicht bij de notaris.

Veelgestelde vragen

Wat houdt de bijzondere zorgplicht van een bank bij renteswaps in?

Een bank die een renteswap adviseert moet haar cliënt vooraf waarschuwen voor de specifieke risico’s, waaronder het risico van een negatieve waarde bij dalende rente en de kosten van tussentijdse beëindiging. De informatie moet concreet en begrijpelijk zijn, afgestemd op het kennisniveau van de cliënt. Algemene productbrochures volstaan niet als de cliënt geen ervaring heeft met derivaten.

Wanneer begint de verjaringstermijn bij een renteswap-claim?

De vijfjarige verjaringstermijn van artikel 3:310 BW begint pas te lopen bij daadwerkelijke bekendheid met de schade én de aansprakelijke partij. Ontevredenheid over hoge kosten is onvoldoende. Een ondernemer zonder financiële expertise hoeft niet uit zichzelf te begrijpen dat de bank haar zorgplicht heeft geschonden. Tijdige stuiting door een aansprakelijkstelling doet een nieuwe verjaringstermijn aanvangen.

Staat het Uniform Herstelkader Rentederivaten een civiele procedure in de weg?

Niet zonder meer. Het UHK was een buitengerechtelijk compensatiemechanisme dat losstond van de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de bank. In deze zaak reageerde de ondernemer niet op het definitieve UHK-aanbod van € 100.000 en voerde met succes een civiele procedure. Het hof verwees de schadebegroting naar de schadestaatprocedure.

Gerechtshof Amsterdam 2 december 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3232.

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2019:1046

Gerechtshoven: ECLI:NL:GHAMS:2025:3232

Lees ook