Naar inhoud

Rentederivaat, dwaling en bancaire zorgplicht: Hoge Raad corrigeert Gerechtshof Amsterdam

25 mei 2026Juriaan de Vries

Wanneer moet een bank haar rentevisie delen bij een rentederivaat?

De Hoge Raad vernietigt het arrest van Gerechtshof Amsterdam: het hof verzuimde te oordelen over de stelling dat Deutsche Bank een onjuiste mededeling deed over de renteontwikkeling. Kernregel: de mededelingsplicht ten aanzien van een rentevisie is situatieafhankelijk, en de bancaire zorgplicht is een zelfstandige toets, niet inwisselbaar met de mededelingsplicht bij dwaling.

Deutsche Bank, horeca-ondernemers en een renteswap afgesloten op het verkeerde moment

Twee horeca-ondernemers, bestuurders en aandeelhouders van BOMO III B.V., bankierden al jaren bij Deutsche Bank. Ter afdekking van het renterisico op hun financieringsportefeuille sloten zij in november 2005 twee renteswaps af. In januari 2008 beëindigden zij beide swaps voortijdig, op aanraden van Deutsche Bank, zo stelden zij, en ontvingen daarvoor een positieve marktwaarde van in totaal ruim € 900.000.

Enkele maanden later, in juni 2008, adviseerde Deutsche Bank opnieuw om renteswaps af te sluiten. Op 27 juni 2008 tekenden de ondernemers voor Renteswap 2 en Renteswap 2a, beiden met een looptijd van tien jaar en vaste rentes van respectievelijk 4,92% en 4,89%. Wat zij niet wisten: het Economisch Bureau van Deutsche Bank had op 2 juni 2008 intern een rentevisie opgesteld die juist een rentedaling voorspelde, van 4,7% in het eerste kwartaal van 2008 naar 3,8% in het vierde kwartaal van 2009. Die visie is nooit met de ondernemers gedeeld.

In januari 2020 vernietigden de ondernemers Renteswap 2 buitengerechtelijk wegens dwaling (art. 6:228 BW) en stelden zij Deutsche Bank aansprakelijk voor de geleden schade. Rechtbank Amsterdam en vervolgens Gerechtshof Amsterdam wezen de vorderingen af. De Hoge Raad denkt daar anders over.

Mededelingsplicht rentevisie is situatieafhankelijk, zorgplicht is een zelfstandige norm

De Hoge Raad formuleert in dit arrest twee inhoudelijke kernregels die voor de praktijk van commercial litigation met financiële producten van belang zijn.

De eerste kernregel betreft de mededelingsplicht bij dwaling. Het hof had overwogen dat een bank niet per definitie gehouden is haar rentevisie te delen met een wederpartij die een rentederivaat afsluit ter afdekking van renterisico. Dat uitgangspunt is op zichzelf juist, aldus de Hoge Raad (r.o. 3.2.3). De mededelingsplicht van een financiële instelling ten aanzien van haar eigen rentevisie is geen absolute verplichting. Zij houdt niet in dat een financiële instelling zonder meer haar interne verwachtingen over de renteontwikkeling moet bekendmaken. Tegelijk laat de Hoge Raad uitdrukkelijk open dat bijzondere omstandigheden wél kunnen meebrengen dat de bank haar rentevisie moet delen. Relevant kan zijn dat de bank het advies gaf de bestaande renteswaps te beëindigen om vervolgens, slechts maanden later, opnieuw swaps te adviseren, terwijl haar interne verwachting afweek van de boodschap die aan de klant werd meegegeven. Het hof had die specifieke samenhang niet kenbaar meegewogen, waardoor zijn oordeel onbegrijpelijk was (r.o. 3.2.4).

De tweede kernregel betreft de bancaire zorgplicht. Het hof had voor de zorgplichtvordering volstaan met een verwijzing naar zijn oordeel over de mededelingsplicht bij dwaling. Dat was een rechtsfout (r.o. 3.3.3). De bancaire zorgplicht: die voortvloeit uit de maatschappelijke functie en deskundigheid van professionele aanbieders van risicovolle financiële producten, is een zelfstandige norm. Zij strekt ertoe de wederpartij te beschermen tegen eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. De reikwijdte ervan hangt af van de deskundigheid van de wederpartij, de ingewikkeldheid van het product en de bijbehorende risico's. Een oordeel over de mededelingsplicht in het kader van dwaling zegt niet automatisch iets over de nakoming van die zorgplicht, het zijn onderscheiden rechtsvragen die elk een zelfstandige beoordeling vereisen. Bovendien had het hof verzuimd de stelling te behandelen dat Deutsche Bank voorafgaand aan het aangaan van Renteswap 2 had medegedeeld dat de rente zou gaan stijgen (r.o. 3.3.2), een stelling die zowel in het kader van dwaling als zorgplicht was aangevoerd.

Ook het bewijsaanbod van de ondernemers, onder meer dat Deutsche Bank had gezegd dat de rente zou stijgen en dat zij de swap zonder dat advies niet hadden gesloten, was ten onrechte gepasseerd (r.o. 3.4.2). De zaak wordt verwezen naar Gerechtshof Den Haag.

Wat betekent dit voor ondernemers met een rentederivaat?

De uitspraak bevestigt dat een rentederivaat-zaak twee juridisch onderscheiden paden kent: het dwalingstraject (art. 6:228 BW) en het zorgplichttraject. Beide paden verdienen een zelfstandige analyse, vermenging ervan is juridisch onjuist en kan leiden tot vernietiging in cassatie.

Voor de mededelingsplicht geldt dat een bank niet standaard haar rentevisie hoeft te delen. Maar wanneer de bank zelf een rol speelde bij de beslissing om een eerdere swap te beëindigen, vervolgens nieuw advies geeft tot het afsluiten van een nieuwe swap, en haar interne rentevisie afwijkt van de boodschap aan de klant, kan die combinatie van feiten wél een mededelingsplicht doen ontstaan. Het gaat er steeds om of de wederpartij onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken handelde, terwijl de bank wist of behoorde te weten dat correcte informatie het besluit zou hebben beïnvloed.

Voor de zorgplicht is de kernvraag of de bank als professioneel aanbieder de wederpartij voldoende heeft beschermd tegen eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. Die vraag is niet beantwoord door te oordelen dat er geen mededelingsplicht bestond. Wie een rentederivaat heeft afgesloten op basis van een advies dat mogelijk niet strookte met de interne rentevisie van de bank, doet er goed aan beide grondslagen te onderzoeken, en te laten beoordelen of het bewijsaanbod correct is gewaardeerd.

Veelgestelde vragen

Kan een renteswap worden vernietigd wegens dwaling als de bank haar rentevisie niet heeft gedeeld?

Dat hangt af van de omstandigheden. Een bank is niet standaard verplicht haar interne rentevisie te delen. Maar als de bank zelf adviseerde een eerdere swap te beëindigen en vervolgens een nieuwe swap aanbeval die afweek van haar eigen renteverwachting, kunnen bijzondere omstandigheden een mededelingsplicht doen ontstaan. Vernietiging wegens dwaling (art. 6:228 BW) vereist bewijs dat de onjuiste of onvolledige mededeling doorslaggevend was voor het sluiten van de overeenkomst.

Wat is het verschil tussen de mededelingsplicht bij dwaling en de bancaire zorgplicht?

De mededelingsplicht bij dwaling heeft betrekking op informatie die nodig is om een onjuiste voorstelling van zaken te voorkomen. De bancaire zorgplicht is een bredere norm: zij verplicht professionele aanbieders van risicovolle financiële producten de wederpartij te beschermen tegen eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. De Hoge Raad maakt duidelijk dat beide normen zelfstandig moeten worden beoordeeld, een oordeel over de ene is geen antwoord op de andere.

Is een vordering op Deutsche Bank wegens een rentederivaat nog mogelijk als de swap al is geëxpireerd?

Mogelijk wel. Renteswap 2 in deze zaak was reeds geëxpireerd op 1 juli 2018, maar de ondernemers vernietigden de overeenkomst pas in januari 2020 buitengerechtelijk wegens dwaling. De verjaringstermijnen hangen af van het moment waarop de betrokkene bekend werd of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn met de schade en de aansprakelijke persoon. Juridisch advies is aangewezen om te beoordelen of de verjaringstermijn nog niet is verstreken.

Uitspraak: ECLI:NL:HR:2026:793, Hoge Raad, 22 mei 2026. In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2025:103.

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:793

Gerechtshoven: ECLI:NL:GHAMS:2025:103

Lees ook