Naar inhoud

Claimstichting niet-ontvankelijk in Airbus-zaak: te veel invloed procesfinanciers

30 maart 2026Juriaan de Vries

Collectieve acties en de grenzen van claimfinanciering

Het hof Den Haag verklaart claimstichting SILC niet-ontvankelijk in haar collectieve actie tegen Airbus en (voormalige) bestuurders, CFO’s en accountant. De financiële en contractuele verwevenheid met het commercieel opererende DRRT en Rightshare is zo verregaand dat de stichting feitelijk als vehikel voor derden functioneert. Het hof kwalificeert de structuur als entrepreneurial lawyering.

Beleggers, een schikking van EUR 3,6 miljard en twee claimstichtingen

Airbus treft in 2020 een schikking van EUR 3,6 miljard met Franse, Engelse en Amerikaanse autoriteiten na een jarenlang onderzoek naar wereldwijde corruptie en omkoping. Stichting Investor Loss Compensation (SILC), opgericht in 2021, start een collectieve actie namens beleggers die schade claimen door onjuiste en misleidende informatievoorziening door Airbus.

De rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2023:14036) verklaart zich onbevoegd voor de vorderingen tegen de CFO’s en verklaart SILC niet-ontvankelijk voor het overige. SILC gaat in hoger beroep.

Hof: verwevenheid met procesfinanciers ondermijnt zeggenschap stichting

Het hof behandelt eerst de internationale bevoegdheid. Voor de (voormalige) bestuurders binnen de EU geldt de bijzondere bevoegdheidsregel van artikel 8 lid 1 Brussel I-bis: de Nederlandse rechter is bevoegd vanwege de nauwe band met de vorderingen tegen Airbus als ankergedaagde in Leiden. Voor de CFO’s — die buiten de EU wonen — ontbreekt die basis. Het vonnis van de rechtbank op dit punt wordt bekrachtigd.

Over het toepasselijke regime oordeelt het hof dat de WAMCA van toepassing is. SILC betoogt dat het oude collectieve actierecht (pre-2020) geldt omdat de schadeveroorzakende gebeurtenissen dateren van voor 15 november 2016. Het hof verwerpt dat: het informatieverzuim van Airbus is een voortdurend feit dat doorloopt tot na die datum, zodat het WAMCA-regime geldt met zijn strengere ontvankelijkheidseisen.

De kern van het arrest is het waarborgvereiste van artikel 3:305a lid 2 BW. Het hof ontleedt de structuur achter SILC en concludeert dat de zeggenschap onvoldoende bij de stichting ligt.

SILC is opgericht op instigatie van DRRT, een Duits-Amerikaans advocatenkantoor gevestigd op de Bahama’s, gespecialiseerd in collectieve acties. DRRT heeft de oprichtingskosten betaald en de procedure voorgefinancierd. De dagelijkse werkzaamheden — het aantrekken van deelnemers, registreren van claims, verzamelen van bewijsmateriaal — zijn uitbesteed aan DRRT (institutionele beleggers) en Rightshare B.V. (particuliere beleggers). SILC beschikt niet over eigen medewerkers of adviseurs.

De financieringsovereenkomst met Therium als externe financier onthult een Waterfall-clausule: bij succes delen DRRT, Rightshare en Therium in de opbrengst, tot een maximum van EUR 35 miljoen. DRRT en Rightshare ontvangen hun kosten terug met een opslag — feitelijk voorfinanciering met een rendementsverwachting. Bovendien beschikken zij over een consultatierecht dat hen in staat stelt “in vergaande mate invloed uit te oefenen” op de processtrategie en schikkingsonderhandelingen.

Het hof kwalificeert DRRT en Rightshare als rechtstreeks of middellijk aan SILC verbonden rechtspersonen met winstoogmerk, in strijd met Principe II van de Claimcode 2019. SILC is feitelijk “een vehikel van DRRT en Rightshare”. De structuur belichaamt wat de wetgever als entrepreneurial lawyering wilde voorkomen: commercieel gedreven partijen die een claimstichting als front gebruiken. Die verwevenheid leent zich niet meer voor herstel.

Wat betekent dit arrest voor de collectieve actiepraktijk?

Het arrest scherpt de grenzen van claimfinanciering aan op drie punten. Ten eerste: het zeggenschapsvereiste is geen formaliteit. Dat het bestuur en de raad van toezicht formeel autonoom zijn, is onvoldoende als de feitelijke werkzaamheden, financiering en strategische besluitvorming bij commercieel opererende derden liggen. Ten tweede: de Claimcode heeft via het waarborgvereiste een “indirecte wettelijke verankering” — het hof citeert de minister. Principe II over verbonden rechtspersonen met winstoogmerk is een harde grens, niet een best practice. Ten derde: het overgangsrecht van de WAMCA kan niet worden omzeild door de schadeveroorzakende gebeurtenissen kunstmatig tot voor 15 november 2016 te beperken. Bij een voortdurend informatieverzuim geldt het moment van de laatste gebeurtenis.

Voor claimstichtingen die na dit arrest worden opgericht, is de boodschap helder: structureer de financiering zo dat de stichting niet slechts op papier autonoom is, maar ook feitelijk over de middelen, organisatie en zeggenschap beschikt om onafhankelijk van de financier te opereren.

Veelgestelde vragen

Wat is het waarborgvereiste bij collectieve acties?

Het waarborgvereiste van artikel 3:305a lid 2 BW houdt in dat de belangen van de personen voor wie de claimstichting opkomt voldoende gewaarborgd moeten zijn. De rechter beoordeelt onder meer of de stichting over voldoende financiering en zeggenschap beschikt en of verbonden partijen geen winstoogmerk hebben dat conflicteert met de beleggerbelangen.

Wat is entrepreneurial lawyering?

Entrepreneurial lawyering verwijst naar de situatie waarin een collectieve actie primair wordt gedreven door commerciële motieven van advocaten of procesfinanciers, in plaats van door het belang van de gedupeerden. De wetgever heeft dit verschijnsel willen tegengaan door het waarborgvereiste en het zeggenschapsvereiste in te voeren.

Wanneer is de WAMCA van toepassing op een collectieve actie?

De WAMCA is van toepassing als de rechtsvordering betrekking heeft op een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden na 15 november 2016. Bij een reeks van gebeurtenissen die zowel voor als na die datum plaatsvinden, geldt het moment van de laatste gebeurtenis. De WAMCA stelt strengere ontvankelijkheidseisen dan het oude regime.

ECLI:NL:GHDHA:2025:2738, Gerechtshof Den Haag, 23 december 2025.

Aangehaalde rechtspraak

Gerechtshoven: ECLI:NL:GHDHA:2025:2738

Rechtbanken: ECLI:NL:RBDHA:2023:14036

Lees ook