Naar inhoud

AI-verordening uitgesteld: wat per 2 augustus 2026 wél geldt

2 augustus 2026Juriaan de Vries

AI-verordening na de Digital Omnibus

De AI-verordening zou op 2 augustus 2026 grotendeels gaan gelden. Negen dagen daarvoor schoof een wijzigingsverordening de eisen voor systemen met een hoog risico door naar december 2027 en augustus 2028. Wat wel inging is de transparantieplicht: chatbots moeten zich als AI melden en gegenereerd materiaal moet machineleesbaar zijn gemarkeerd.

Transparantieplicht geldt sinds 2 augustus 2026

Artikel 50 van de AI-verordening is vanaf 2 augustus 2026 van toepassing. Aanbieders moeten systemen die rechtstreeks met natuurlijke personen communiceren zo ontwerpen dat die personen weten dat zij met een AI-systeem te maken hebben. Kunstmatig gegenereerde of gemanipuleerde audio, beelden, video en tekst moeten machineleesbaar gemarkeerd en detecteerbaar zijn. Gebruiksverantwoordelijken van systemen voor emotieherkenning of biometrische categorisering moeten de blootgestelde personen over de werking informeren.

Het nieuwe artikel 111 lid 4 verzacht dat voor bestaande systemen. Aanbieders van AI-systemen die synthetische audio, beelden, video of tekst genereren en die vóór 2 augustus 2026 in de handel waren, hebben tot 2 december 2026 om aan de markeringsplicht van artikel 50 lid 2 te voldoen.

Wie AI-tekst publiceert, moet dat soms vermelden

Lid 4 richt zich op de gebruiksverantwoordelijke en raakt daarmee de partij die publiceert. Wie een deepfake openbaar maakt, moet bekendmaken dat het materiaal kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. Wie AI-gegenereerde of AI-bewerkte tekst publiceert om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang, moet dat eveneens vermelden. Die laatste plicht vervalt wanneer de tekst een proces van menselijke toetsing of redactionele controle heeft ondergaan en een natuurlijke of rechtspersoon redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de publicatie. Lid 5 verlangt dat de vermelding uiterlijk bij de eerste blootstelling duidelijk en onderscheidbaar is.

Hoog-risico-eisen schuiven door naar 2027 en 2028

Het gewijzigde artikel 113 splitst de invoering in tweeën. De eisen van hoofdstuk III, afdelingen 1 tot en met 3 gaan gelden op 2 december 2027 voor systemen die op grond van artikel 6 lid 2 en bijlage III als hoog risico zijn ingedeeld. Voor systemen die onder artikel 6 lid 1 en bijlage I vallen, wordt dat 2 augustus 2028. Het uitstel beperkt zich tot die drie afdelingen. Artikel 6 lid 5 is er uitdrukkelijk van uitgezonderd en geldt dus wel.

Het onderscheid tussen beide bijlagen bepaalt welke datum geldt. Bijlage III noemt zelfstandige toepassingen in acht domeinen, waaronder werving en personeelsbeoordeling, beoordeling van kredietwaardigheid, premiestelling bij levens- en zorgverzekeringen, onderwijs, rechtshandhaving en rechtspleging. Bijlage I ziet op AI als veiligheidscomponent in producten die al onder Europese productwetgeving vallen, zoals machines en medische hulpmiddelen. Het uitstel werkt voor beide anders uit. Bijlage III-systemen vielen onder de algemene datum van 2 augustus 2026 en schuiven zestien maanden op. Bijlage I-systemen stonden in het oorspronkelijke artikel 113 al op 2 augustus 2027 en krijgen er twaalf maanden bij.

Voor systemen die al in gebruik zijn geldt een ruimer overgangsregime. Het herschreven artikel 111 lid 2 onderwerpt bestaande systemen met een hoog risico pas aan de verordening zodra zij aanzienlijke wijzigingen in hun ontwerp ondergaan. Overweging 39 verduidelijkt dat één rechtmatig in de handel gebracht exemplaar volstaat: andere exemplaren van hetzelfde type en model mogen daarna zonder aanvullende certificering worden verhandeld, zolang het ontwerp ongewijzigd blijft. Voor systemen bij overheidsinstanties geldt een harde einddatum van 2 augustus 2030.

Datum Wat van toepassing wordt
2 februari 2025 Verboden praktijken (artikel 5) en AI-geletterdheid
2 augustus 2025 AI-modellen voor algemene doeleinden, governance, sancties, aangemelde instanties
27 juli 2026 Wijzigingsverordening 2026/1744 in werking; wijzigingen van andere Uniewetgeving (artikelen 102 tot en met 110)
2 augustus 2026 Transparantieplicht (artikel 50), toezicht en rechtsmiddelen (hoofdstuk IX)
2 december 2026 Nieuwe verboden op seksuele deepfakes; markeringsplicht voor bestaande generatieve AI
2 augustus 2027 Nationale AI-testomgevingen operationeel
2 december 2027 Eisen aan systemen met een hoog risico uit bijlage III (artikel 6 lid 2), inclusief artikel 25
2 augustus 2028 Eisen aan systemen met een hoog risico uit bijlage I (artikel 6 lid 1)
2 augustus 2030 Systemen met een hoog risico bij overheidsinstanties

De omnibus versmalt ook wat als hoog risico telt

Naast uitstel bevat de wijzigingsverordening een inhoudelijke inperking die minder aandacht krijgt. Het begrip veiligheidscomponent in artikel 3, onderdeel 14 is opnieuw gedefinieerd. Een component vervult voortaan alleen een veiligheidsfunctie wanneer het beoogde doel ervan is om risico's voor de gezondheid en veiligheid van personen of eigendom te voorkomen of te beperken. Dat beoogde doel wordt door de aanbieder bepaald.

Het nieuwe artikel 6 lid 1 bis werkt dat uit. AI-systemen die uitsluitend worden gebruikt voor niet-veiligheidsgerelateerde aspecten van bijstand aan gebruikers, optimalisering van prestaties, efficiëntie van dienstverlening, automatisering, gemak of kwaliteitscontrole gelden niet als veiligheidscomponent. Overweging 7 voegt daaraan toe dat het enkele feit dat een AI-systeem is geïntegreerd in een product dat onder harmonisatiewetgeving van de Unie valt, op zich nog geen veiligheidsfunctie oplevert.

Daarop bestaat een uitzondering. Artikel 6 lid 1 ter bepaalt dat systemen waarvan het falen of gebrekkig functioneren de gezondheid en veiligheid in gevaar zou brengen wél als veiligheidscomponent gelden. De inperking zit dus in de bedoeling waarmee een systeem wordt ingezet, terwijl de gevolgen van een storing hun eigen toets houden.

Ook de AI-geletterdheid van artikel 4 is versoepeld. Waar de oorspronkelijke tekst verplichtte om zoveel als mogelijk te zorgen voor een toereikend niveau, spreekt de nieuwe tekst van maatregelen om de ontwikkeling daarvan te ondersteunen. Daaraan is toegevoegd dat de verplichting niet inhoudt dat een bepaald niveau van AI-geletterdheid moet worden gewaarborgd. De verplichting zelf bestaat sinds 2 februari 2025 en raakt elke organisatie die AI inzet, ongeacht risicoklasse. De versoepelde tekst geldt sinds 27 juli 2026.

Wie na een substantiële wijziging aanbieder wordt

Artikel 25 regelt wanneer een afnemer zelf aanbieder wordt, met alle verplichtingen van artikel 16. Dat gebeurt in drie gevallen. Het eerste is het voeren van de eigen naam of het eigen merk op een systeem dat al in de handel is, tenzij de verplichtingen contractueel anders zijn toegewezen. Het tweede is een substantiële wijziging waarna het systeem een hoog risico houdt. Het derde is het wijzigen van het beoogde doel van een systeem, waaronder een AI-systeem voor algemene doeleinden, zodanig dat het een hoog risico krijgt.

Het tweede en derde geval kunnen zich voordoen zonder dat de afnemer het merkt. Wie een generiek taalmodel inricht voor het voorselecteren van sollicitanten, brengt dat model onder bijlage III en wordt daarmee aanbieder. Een substantiële wijziging is volgens artikel 3, onderdeel 23 een verandering die de aanbieder niet had voorzien of gepland in de initiële conformiteitsbeoordeling en die ofwel de overeenstemming met de eisen van hoofdstuk III, afdeling 2 beïnvloedt, ofwel leidt tot een wijziging van het beoogde doel waarvoor het systeem is beoordeeld. Artikel 43 lid 4 verbindt daaraan een nieuwe conformiteitsbeoordeling, met een uitzondering voor systemen die blijven leren: wijzigingen die de aanbieder vooraf heeft bepaald en in de technische documentatie heeft opgenomen tellen niet mee.

Verordening (EU) 2026/1744 heeft artikel 25 lid 2 herschreven. De oorspronkelijke aanbieder wordt voor dat systeem niet langer als aanbieder aangemerkt, maar krijgt een uitgeschreven samenwerkingsplicht: technische documentatie waarmee naleving van artikel 16 te beoordelen is, informatie over bekende beperkingen en storingsmodi, en gerichte technische toegang voor testen en validatie. Die plicht vervalt wanneer hij duidelijk heeft bepaald dat zijn systeem niet tot systeem met een hoog risico mag worden omgebouwd. Lid 4 verplicht daarnaast tot een schriftelijke overeenkomst met toeleveranciers, met een uitzondering voor gratis en opensource componenten die geen AI-model voor algemene doeleinden zijn.

Nieuwe verboden op seksuele deepfakes gelden vanaf december

Artikel 5 lid 1 verbiedt voortaan het in de handel brengen, in gebruik stellen of gebruiken van AI-systemen die realistisch beeld, video of audio genereren of manipuleren van de intieme delen van een identificeerbare persoon of van die persoon tijdens seksuele handelingen, zonder diens vrije, specifieke, geïnformeerde en uitdrukkelijke toestemming. Een tweede verbod ziet op materiaal in de zin van de richtlijn seksueel misbruik van kinderen.

De reikwijdte is nauw omschreven. Voor aanbieders geldt het verbod alleen wanneer het genereren van dat materiaal het beoogde doel van het systeem is, of wanneer het zonder ingrijpende technische aanpassing een redelijkerwijs voorzienbare en reproduceerbare uitkomst is terwijl het systeem redelijke waarborgen mist. Voor gebruiksverantwoordelijken geldt het alleen bij gebruik met dat doel. Beide verboden gaan in op 2 december 2026 en komen bovenop de meldplicht van lid 4: materiaal dat eronder valt mag niet worden gegenereerd of gebruikt, ook niet wanneer erbij staat dat het kunstmatig is. Overweging 16 tekent daarbij aan dat zij de rechtsmiddelen onverlet laten die het nationale recht biedt ter bescherming van grondrechten, waaronder het portretrecht, de persoonlijke levenssfeer en de menselijke waardigheid.

Waarom het uitstel er negen dagen voor de deadline kwam

Verordening (EU) 2026/1744 van 8 juli 2026 wijzigt de AI-verordening, de luchtvaartverordening en de machineverordening. Publicatie in het Publicatieblad volgde op 24 juli 2026, inwerkingtreding op de derde dag daarna. Artikel 4 kent geen uitgestelde toepassing: de wijziging geldt integraal vanaf 27 juli 2026.

Het wetgevingstraject nam krap acht maanden. De Commissie presenteerde het voorstel op 19 november 2025 als COM(2025) 836, onderdeel van een breder digitaal pakket. Na adviezen van de Europese Centrale Bank, het Economisch en Sociaal Comité (18 maart 2026) en het Comité van de Regio's (7 mei 2026) stelde het Europees Parlement zijn standpunt vast op 16 juni 2026, waarna de Raad op 29 juni 2026 besloot.

Overweging 40 noemt de reden. Geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties en alternatieve richtsnoeren kwamen te laat beschikbaar, en de nationale bevoegde autoriteiten waren te laat aangewezen. Die combinatie zou de nalevingskosten zodanig opdrijven dat handhaving van de oorspronkelijke datum volgens de wetgever niet te rechtvaardigen viel.

Nederland heeft de uitvoeringswet nog niet

De AI-verordening werkt rechtstreeks, maar het toezicht moet nationaal worden ingericht. Artikel 70 lid 2 verplichtte lidstaten om uiterlijk 2 augustus 2025 bekend te maken hoe de bevoegde autoriteiten bereikbaar zijn. Artikel 99 lid 1 verplichtte hen om vóór diezelfde datum sanctieregels vast te stellen en aan de Commissie te melden, met maxima van 35 miljoen euro of 7 procent van de wereldwijde jaaromzet voor verboden praktijken en 15 miljoen euro of 3 procent voor overige overtredingen.

Het Nederlandse wetsvoorstel is nog in voorbereiding. De Uitvoeringswet AI-verordening lag van 20 april tot 1 juni 2026 in internetconsultatie en leverde dertig reacties op. Het voorstel wijst tien bestaande markttoezichthouders aan, met de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur als coördinatoren en één centraal contactpunt. Tot die wet in werking treedt, gelden de verplichtingen wel, maar ontbreekt het nationale kader waarmee een toezichthouder ze kan handhaven.

Wat betekent dit voor Nederlandse ondernemingen?

Wie een chatbot inzet of gegenereerde content publiceert, valt sinds 2 augustus 2026 onder artikel 50. Dat raakt aanmerkelijk meer organisaties dan het hoog-risicoregime, en de verplichting is concreet genoeg om nu na te lopen: meldt het systeem zichzelf als AI, en is gegenereerd materiaal machineleesbaar gemarkeerd. Wie met AI teksten publiceert die het publiek informeren, doet er verstandig aan de menselijke toetsing en de redactionele verantwoordelijkheid vast te leggen, want daarop rust de uitzondering van lid 4.

Voor toepassingen met een hoog risico loont het om de inventarisatie door te zetten in plaats van haar op te schorten, en om die inventarisatie tegen de nieuwe definitie van veiligheidscomponent te leggen. Systemen die eerder onder bijlage I vielen omdat zij deel uitmaakten van een gereguleerd product, vallen er mogelijk buiten. Het overgangsregime van artikel 111 lid 2 beloont bovendien wie een systeem tijdig in de handel brengt, en brengt systemen alsnog onder het regime zodra het ontwerp aanzienlijk wijzigt.

Eén samenloop blijft open. Het recht op uitleg bij individuele besluitvorming van artikel 86 staat in hoofdstuk IX en is door de wijzigingsverordening onaangeroerd gelaten. Het geldt vanaf 2 augustus 2026, terwijl de classificatiebepaling waarnaar het verwijst pas in december 2027 van toepassing wordt. Of een betrokkene zich in de tussenliggende periode op dat recht kan beroepen, zal zich in een procedure moeten uitkristalliseren. Nederlandse rechtspraak over de verordening is er nog niet: wat er over geautomatiseerde besluitvorming ligt, loopt via de AVG, zoals de Uber-beschikking en de Ola-beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 4 april 2023.

Bij contractvorming is het uitstel juist geen reden om te wachten. Artikel 25 gaat gelden op 2 december 2027, terwijl meerjarige contracten die nu worden gesloten daar dwars doorheen lopen. De verordening laat op drie punten ruimte die contractueel wordt ingevuld: de uitzondering op naamsvermelding in lid 1, de verklaring waarmee een leverancier ombouw tot systeem met een hoog risico uitsluit in lid 2, en de inhoud van de schriftelijke overeenkomst in lid 4. Het uitstel verschuift de data, maar de keuzes die nu in ontwerp, documentatie en contracten worden vastgelegd, bepalen hoe een organisatie er in december 2027 voor staat.

Veelgestelde vragen

Geldt de AI-verordening nu wel of niet vanaf 2 augustus 2026?

Zij geldt, maar niet in volle omvang. De transparantieverplichtingen van artikel 50 en de bepalingen over toezicht en rechtsmiddelen zijn vanaf die datum van toepassing. De eisen voor systemen met een hoog risico zijn verschoven naar 2 december 2027 en 2 augustus 2028, afhankelijk van de grondslag voor de classificatie.

Moet een chatbot melden dat hij een AI-systeem is?

Ja. Artikel 50 lid 1 verplicht aanbieders ervoor te zorgen dat personen die rechtstreeks met een AI-systeem communiceren daarvan op de hoogte zijn, tenzij dat duidelijk is vanuit het oogpunt van een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende persoon. Die verplichting geldt vanaf 2 augustus 2026 en kent voor bestaande systemen geen overgangstermijn.

Moet je vermelden dat een tekst met AI is geschreven?

Alleen wanneer die tekst wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang. Artikel 50 lid 4 kent daarop een uitzondering: de vermelding vervalt wanneer de tekst een proces van menselijke toetsing of redactionele controle heeft ondergaan en een natuurlijke of rechtspersoon redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de publicatie.

Word je zelf aanbieder als je een AI-systeem aanpast?

Dat kan. Artikel 25 merkt degene die een substantiële wijziging aanbrengt of het beoogde doel zo verandert dat het systeem een hoog risico krijgt aan als aanbieder, met de verplichtingen van artikel 16. Een wijziging die de oorspronkelijke aanbieder had voorzien en in de technische documentatie opnam, telt daarbij niet mee.

Aangehaalde rechtspraak

Gerechtshoven

  • Hof Amsterdam 4 april 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:796 — reikwijdte van het informatierecht van artikel 15 lid 1 sub h AVG bij geautomatiseerde besluitvorming in de zin van artikel 22 AVG, toegepast op het batched matching- en upfront pricing-systeem van Uber en op de vaststelling van gemiddelde beoordelingen.
  • Hof Amsterdam 4 april 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:804 — hetzelfde informatierecht toegepast op de fraud probability score, het earning profile en de toedeling van ritten aan chauffeurs bij Ola.

Lees ook