Naar inhoud

Productaansprakelijkheid: schade door een gebrekkig product (art. 6:185 BW)

Inleiding

Wie schade lijdt door een gebrekkig product, een ondeugdelijk apparaat, voedsel of speelgoed, kan de producent daarvoor aanspreken. De wet kent daarvoor een aparte risicoaansprakelijkheid: de producent is aansprakelijk voor schade door een gebrek in zijn product, ook zonder dat hem een verwijt treft. Naast deze regeling blijft de gewone onrechtmatige daad mogelijk, en bij een consumentenkoop blijft ook de verkoper aansprakelijk; de productaansprakelijkheid van de producent van een gebrekkig onderdeel doet daaraan niet af (HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1757, over art. 7:24 BW).

Risicoaansprakelijkheid van de producent (art. 6:185 BW)

De producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product (art. 6:185 BW). De benadeelde hoeft geen schuld te bewijzen, maar wel het gebrek, de schade en het verband daartussen. Onder producent valt ook de importeur in de Europese Unie en, als de fabrikant niet te achterhalen is, de leverancier.

Wanneer is een product gebrekkig

Een product is gebrekkig als het niet de veiligheid biedt die men daarvan mag verwachten, gelet op de presentatie, het redelijkerwijs te verwachten gebruik en het moment waarop het in het verkeer werd gebracht (art. 6:186 BW). Niet elk product dat schade veroorzaakt is dus gebrekkig; het gaat om een tekort aan veiligheid, niet om ondeugdelijkheid in het algemeen.

Schade, termijnen en wie aansprakelijk is

Vergoed wordt de schade door dood of lichamelijk letsel en, boven een drempelbedrag, schade aan andere zaken voor privégebruik. Een vordering verjaart drie jaar na bekendheid met schade, gebrek en producent, en vervalt hoe dan ook tien jaar nadat het product in het verkeer werd gebracht (art. 6:191 BW). Die vervaltermijn is hard: daarna is de producent niet meer aansprakelijk op deze grond. Rond die termijn spelen afbakeningsvragen, zoals wanneer een product in het verkeer is gebracht en of een uit meerdere onderdelen samengestelde zaak, zoals een heupprothese, als één product geldt (HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1172).

Wat de uitkomst bepaalt

De uitkomst wordt bepaald door het bewijs van het gebrek en het causaal verband, en door de vraag of binnen de termijnen is gehandeld. Wie schade door een product wil verhalen, doet er goed aan het product veilig te stellen en het gebrek deskundig te laten vaststellen voordat de termijn verstrijkt.