De standstill-termijn uit de Wet franchise
Een sportschool tekende vijf dagen na het eerste kennismakingsgesprek een franchiseovereenkomst. Anderhalf jaar later, toen de samenwerking al was beëindigd, vernietigde zij die overeenkomst wegens strijd met dwingend recht. Het hof Den Haag hield die vernietiging op 21 juli 2026 in stand: de wettelijke bedenktermijn laat zich niet contractueel vervangen.
Franchisenemer tekent vijf dagen na het eerste gesprek
Studio Miran exploiteerde sinds 2016 een sportschool in Capelle aan den IJssel. Na de coronaperiode en een brand in een naburig pand eind 2021 was haar locatie tijdelijk onbruikbaar. Begin januari 2022 regelde zij zelf vervangende ruimte. In diezelfde weken kwam zij in contact met Gohealth United, dat een franchiseformule voor sportscholen exploiteert.
Partijen spraken elkaar voor het eerst op 20 januari 2022. Op 25 januari tekenden zij een intentieovereenkomst met precontractueel informatiedocument, de franchiseovereenkomst, een allonge en een geldlening van € 20.000,00. De allonge gaf Studio Miran tot 1 maart 2022 om alsnog volledig van de franchise af te zien, en verlaagde de entreefee van € 20.000,00 naar € 10.000,00 en de franchisefee van € 3.000,00 naar € 1.000,00 per maand.
De samenwerking liep tot 1 juli 2023. Op 19 juli 2023 vernietigde Studio Miran de franchiseovereenkomst buitengerechtelijk. De rechtbank Rotterdam verklaarde die vernietiging rechtsgeldig en verwees de zaak voor de schade naar de schadestaatprocedure. Het hof bekrachtigde dat vonnis op alle punten.
Een bedenktijd achteraf herstelt de standstill niet
De Wet franchise schrijft in artikel 7:914 BW voor dat er tussen het verstrekken van de precontractuele informatie van artikel 7:913 BW en het sluiten van de overeenkomst ten minste vier weken liggen. Van die termijn mag op grond van artikel 7:922 BW niet ten nadele van de franchisenemer worden afgeweken, en schending maakt de overeenkomst vernietigbaar via artikel 3:40 lid 2 BW. De ratio is beraad: de kandidaat moet de stukken kunnen bestuderen en zich kunnen laten adviseren voordat hij tekent, mede ter uitvoering van zijn onderzoeksplicht van artikel 7:915 BW (Kamerstukken II 2019/20, 35392, nr. 3, p. 34).
Gohealth betoogde dat de standstill in alternatieve vorm was gerespecteerd: de allonge gaf immers een volle maand om terug te treden. Het hof verwerpt dat in r.o. 6.3. Het verschil is wezenlijk. Beraad vóór ondertekening laat de kandidaat vrij; een uitstapmogelijkheid daarna vergt dat hij zich losmaakt uit een overeenkomst die hij al is aangegaan. Daarmee staat volgens r.o. 6.4 ook de benadeling vast, ongeacht of de franchise achteraf gunstig uitpakte.
Rechters wijzen elk substituut voor de standstill af
In de geanalyseerde uitspraken houdt geen enkele vervanging stand. De kantonrechter Noord-Holland verwierp het betoog dat de termijn was gehaald omdat de overeenkomst pas maanden later zou ingaan: artikel 7:914 lid 1 BW knoopt aan bij het sluiten, niet bij de ingangsdatum (ECLI:NL:RBNHO:2023:2636). De rechtbank Den Haag vernietigde langs dezelfde route (ECLI:NL:RBDHA:2023:16665), en de rechtbank Noord-Nederland koppelde de termijn uitdrukkelijk aan de onderzoeksplicht (ECLI:NL:RBNNE:2024:548). Dit arrest voegt de contractuele uitstapregeling aan dat rijtje toe.
De termijn bindt overigens beide partijen. Wie het informatiedocument verstrekt met een aanbod erbij, moet dat aanbod gestand doen en kan het gedurende de standstill niet naar believen intrekken (ECLI:NL:RBMNE:2021:2840).
Overgangsrecht en bewijsnood begrenzen het beroep
Twee dingen beperken de reikwijdte. De Wet franchise trad op 1 januari 2021 in werking, en op een overeenkomst die daarvóór is gesloten mist artikel 7:914 BW toepassing, hoe kort de aanloop ook was (ECLI:NL:RBOVE:2022:2385, r.o. 5.7). Daarnaast moet de franchisenemer de schending onderbouwen, terwijl de stukken bij de franchisegever liggen. Dat is geen vrijbrief voor inzage: een vordering tot overlegging van het vestigingsplaatsonderzoek en de bijbehorende correspondentie strandde op het ontbreken van concrete onderbouwing, want het bleef bij een blote stelling (ECLI:NL:RBROT:2025:11065, r.o. 4.6 en 4.11). Wie de standstill inroept, doet er goed aan de tijdlijn van informatieverstrekking en ondertekening vanaf dag één vast te leggen.
Ruim een jaar wachten met vernietigen is geen misbruik van recht
Het sterkste verweer van Gohealth was dat Studio Miran te lang wachtte: pas op 19 juli 2023, ruim een jaar na ondertekening en nadat de onderneming al was verkocht. Volgens Gohealth was dat misbruik van recht (artikel 3:13 BW), althans onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW).
Het hof stelt voorop dat de rechter terughoudend moet zijn, en te meer bij dwingend recht waarin de wetgever de belangenafweging al heeft gemaakt (HR 7 oktober 2022, r.o. 3.2.1). De wetgever koos bewust voor vier weken standstill met een verjaringstermijn van drie jaar. De memorie van toelichting noemt een eigen verantwoordelijkheid om een schending binnen bekwame tijd kenbaar te maken, maar misbruik van recht volgt niet uit het enkele verzuim daarvan (r.o. 6.8). Ruim een jaar binnen een driejarige termijn haalt die drempel niet.
Wat blijft er over na vernietiging van een franchiseovereenkomst?
Zelden een volledige terugbetaling. De prestaties van de franchisegever laten zich niet ongedaan maken, zodat op grond van artikel 6:210 lid 2 BW een waardevergoeding in de plaats treedt. Uitgangspunt is dat het betaalde bedrag die waarde weerspiegelt: entreefee en franchisefee zijn de gebruikelijke componenten. Studio Miran kreeg die dan ook niet terug, mede omdat zij niet onderbouwde dat de prestaties geen waarde hadden en Gohealth beide fees juist fors had verlaagd (r.o. 6.13). Het spiegelbeeld laat zien hoeveel daarvan afhangt van de onderbouwing. Een franchisenemer die € 21.250,00 aan instapvergoeding had betaald voor een vestiging in Tanger, kreeg dat bedrag volledig terug. Het gereserveerd houden van het contractgebied was geen prestatie die bezwaarlijk ongedaan te maken viel. En aan de voorwaarden voor waardevergoeding was niet voldaan: de franchisenemer was er niet door verrijkt en had er evenmin in toegestemd (ECLI:NL:RBMNE:2025:2969, r.o. 3.6-3.8).
Waar de franchisenemer wel won, was op de stelplicht. Voor de vergoeding van € 12.100,00 voor de ledenfaciliteit moest Gohealth onderbouwen welke waarde die had gehad. Onbestreden bleef dat de leden er nauwelijks gebruik van maakten, dat over januari 2022 geen contributie was geïncasseerd en dat de tijdelijke locatie al half februari openging (r.o. 6.17). Voor een franchisegever is de les concreet: leg per prestatie vast wat is geleverd en wat daarvan is afgenomen, want bij vernietiging draagt hij daarvan de bewijslast.
Veelgestelde vragen
Hoe lang is de standstill-termijn bij franchise?
Minimaal vier weken tussen het verstrekken van de precontractuele informatie en het sluiten van de franchiseovereenkomst. In die periode mag de franchisegever de overeenkomst niet wijzigen ten nadele van de franchisenemer en geen investeringen of betalingen verlangen. De termijn is dwingend recht ten gunste van de franchisenemer.
Kan een franchiseovereenkomst na jaren nog worden vernietigd?
De verjaringstermijn voor een beroep op vernietiging bedraagt drie jaar. In deze zaak riep de franchisenemer de vernietiging ruim een jaar na ondertekening in, en nadat de samenwerking al was geëindigd. Het hof achtte dat toelaatbaar: binnen de verjaringstermijn is enkel tijdsverloop onvoldoende voor misbruik van recht.
Krijgt een franchisenemer na vernietiging alles terug?
Meestal niet. De prestaties van de franchisegever kunnen niet ongedaan worden gemaakt, zodat een waardevergoeding in de plaats treedt van terugbetaling. Uitgangspunt is dat entreefee en franchisefee die waarde weerspiegelen. Terugbetaling blijft over voor posten waarvan de franchisegever de waarde niet kan onderbouwen.
Gerechtshof Den Haag, 21 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2308
Aangehaalde rechtspraak
Hoge Raad
- ECLI:NL:HR:2022:1374 — bij de vraag of toepassing van een wettelijke regel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, past terughoudendheid, en te meer bij een regel van dwingend recht waarin de wetgever de belangenafweging al heeft gemaakt.
Gerechtshoven
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2308 — een contractuele bedenktijd achteraf vervangt de dwingendrechtelijke standstill van artikel 7:914 BW niet; de benadeling zit in het ontnemen van de beraadtermijn zelf.
Rechtbanken
- ECLI:NL:RBOVE:2022:2385 — de standstill van artikel 7:914 BW mist toepassing op een franchiseovereenkomst die vóór 1 januari 2021 is gesloten.
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2840 — de franchisegever die bij het informatiedocument een aanbod doet, moet dat gestand doen.
- ECLI:NL:RBMNE:2025:2969 — na vernietiging volledige terugbetaling van de instapvergoeding, omdat het reserveren van het contractgebied geen prestatie was die bezwaarlijk ongedaan kon worden gemaakt en aan de voorwaarden voor waardevergoeding niet was voldaan.
- ECLI:NL:RBROT:2025:11065 — een vordering tot inzage van bescheiden ter onderbouwing van een standstill-schending wordt afgewezen als het bij een blote stelling blijft.
- ECLI:NL:RBNHO:2023:2636 — de standstill knoopt aan bij het sluiten van de franchiseovereenkomst, niet bij de datum waarop zij ingaat.
- ECLI:NL:RBDHA:2023:16665 — schending van de standstill maakt de franchiseovereenkomst vernietigbaar via artikel 7:922 jo. artikel 3:40 lid 2 BW.
- ECLI:NL:RBNNE:2024:548 — de standstill is een termijn voor beraad die de franchisenemer in staat stelt zijn onderzoeksplicht van artikel 7:915 BW uit te oefenen.
- ECLI:NL:RBROT:2024:4598 — het bekrachtigde vonnis: de vernietiging is rechtsgeldig, de waarde van de prestaties van de franchisegever wordt bepaald op de betaalde entreefee en franchisefee, en de vergoeding voor de ledenfaciliteit moet worden terugbetaald.