Naar inhoud

Wanneer is een notaris aansprakelijk voor een beroepsfout?

19 juli 2026Juriaan de Vries

Inleiding

Een particuliere investeerder verkocht in 2017 zijn belang van vijftig procent in een vastgoed-CV en bedong daarbij een winstrecht: tien procent van de verkoopopbrengst boven veertien miljoen euro, mocht het vastgoed binnen enkele jaren aan een derde worden verkocht. De notarissen die de leveringsakte opstelden, formuleerden dat winstrecht als een aanspraak bij verkoop van "het gehele vennootschapsvermogen". Toen één van de twee panden voor ruim dertig miljoen euro werd verkocht, weigerden de kopers uit te keren: het gehele vermogen was immers niet verkocht. De investeerder trof een schikking van zeshonderdduizend euro, liep naar eigen zeggen ruim een miljoen euro mis en sprak de notarissen aan. De kamer voor het notariaat had de clausule op dat moment al "juridisch ronduit gebrekkig" genoemd. Toch verliep de civiele procedure moeizaam: de rechtbank wees de vordering toe, het hof wees haar af, en pas de Hoge Raad bracht in februari 2026 uitkomst met ECLI:NL:HR:2026:225.

Deze zaak illustreert waar het bij beroepsaansprakelijkheid van de notaris om draait. De notaris is niet zomaar een uitvoerder die handtekeningen laat zetten. Hij redigeert bindende documenten, informeert partijen en waarborgt de rechtszekerheid. Gaat daarbij iets mis, dan kan de schade groot zijn en de aansprakelijkheidsvraag ingewikkeld. Deze bijdrage brengt aan de hand van een reeks recente uitspraken in kaart welke maatstaf de rechter aanlegt, hoe ver de zorgplicht van de notaris reikt, waar die zorgplicht in de praktijk stukloopt, en waarom een tuchtrechtelijke tik nog geen civiele aansprakelijkheid oplevert.

De maatstaf: wat een redelijk bekwaam en redelijk handelend notaris moet doen

De grondnorm is in de geanalyseerde uitspraken steeds dezelfde. Een notaris moet de zorg betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in vergelijkbare omstandigheden mag worden verwacht. Die norm vloeit voort uit de overeenkomst van opdracht (art. 7:401 BW) en krijgt voor de notaris een eigen kleur door zijn wettelijke positie. De rechtbank Noord-Nederland verankerde die positie in de Groningse aandelentransactie uitdrukkelijk in art. 17 van de Wet op het notarisambt: de notaris oefent zijn ambt in onafhankelijkheid uit en behartigt de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid.

Uit die algemene norm leidt de rechtspraak vervolgens een aantal concrete verplichtingen af. In de Groningse zaak somde de rechtbank ze op: onpartijdigheid, de plicht tot wilscontrole en, onder omstandigheden, een waarschuwingsplicht voor bijzondere risico's. Daarbovenop rust op de notaris de verplichting ervoor te zorgen dat de akte leidt tot de door partijen beoogde rechtsgevolgen. De rechtbank Gelderland verwoordde de maatstaf in de Gelderse reddingsoperatie in vergelijkbare termen en verbond de informatie- en wilscontroleplicht rechtstreeks aan art. 43 lid 1 Wna: de notaris geeft partijen tijdig gelegenheid kennis te nemen van de akte, deelt de zakelijke inhoud mee en licht die toe, en controleert of de wil van de betrokkene overeenstemt met de inhoud van de akte.

De maatstaf is dus niet abstract. Het gaat om een samenstel van deelplichten, waarvan de reikwijdte per geval wordt bepaald door de omstandigheden. Diezelfde deelplichten bepalen ook waar de aansprakelijkheid in de praktijk ontstaat.

Informeren en de wil controleren: de kern van de notariële zorgplicht

De meest voorkomende breuk in de geanalyseerde uitspraken ligt bij de informatie- en wilscontroleplicht. De Gelderse reddingsoperatie laat dat scherp zien. Een holding had toegezegd twee miljoen euro te investeren in een noodlijdende onderneming, waarvan vijfhonderdduizend euro direct en het restant pas in de loop van het volgende jaar. In de notariële akte van uitgifte, opgesteld in het Engels, kwam echter te staan dat het resterende deel uiterlijk op 1 januari van dat volgende jaar moest zijn voldaan. Die betalingsverplichting was pas in de laatste versie van de akte opgenomen, werd op de dag van passeren beschikbaar gesteld en moest binnen enkele minuten worden geaccordeerd. De investeerder opende de akte om 09:26 uur en accepteerde haar om 09:30 uur.

De rechtbank oordeelde dat de notaris zijn zorgplicht had geschonden. Hij had de belanghebbende ten minste moeten informeren over de betalingsverplichting die met de akte werd aangegaan, juist omdat de akte meermalen ingrijpend was gewijzigd, de verplichting nieuw was en de notaris nooit persoonlijk met de investeerder had gesproken over diens wil en bedoeling. Dat de akte in een vreemde taal was gesteld en dat er nauwelijks tijd was om er kennis van te nemen, woog daarbij mee. Het verweer dat de notaris "slechts de juridische vastlegging faciliteerde" en geen adviserende rol had, verwierp de rechtbank: ook dan behoort een zorgvuldig handelend notaris zich ervan te vergewissen of de partij op de hoogte is van en instemt met de inhoud van de akte.

Dezelfde vergewisplicht speelt in de winstrechtzaak die de Hoge Raad in 2026 behandelde. Het verwijt aan de notarissen was daar dat zij zich er onvoldoende van hadden vergewist dat het geformuleerde winstrecht ook daadwerkelijk door de verkoper gewild en begrepen werd, voordat zij de akte met gebruikmaking van diens volmacht verleden. Het hof was in die zaak veronderstellenderwijs van een zorgplichtschending uitgegaan. In beide uitspraken staat dus dezelfde gedachte centraal: de notaris moet niet alleen een juridisch sluitende tekst opstellen, maar ook controleren of die tekst overeenkomt met wat de partij werkelijk wil en heeft begrepen.

Waar de zorgplicht haar grens vindt: eigen verantwoordelijkheid en deskundige bijstand

De zorgplicht is ruim, maar niet grenzeloos. In de geanalyseerde uitspraken vindt zij haar grens daar waar de notaris goede grond heeft erop te vertrouwen dat de belanghebbende zichzelf reeds op de hoogte had gesteld of tevoren al voldoende inzicht had in de gevolgen van de akte. Of die grens is bereikt, hangt sterk af van de vraag of de partij werd bijgestaan door een deskundige adviseur.

De Groningse aandelentransactie toont de ene kant van die lijn. Een vennootschap verweet de notaris dat hij zich partijdig had opgesteld, haar niet had gewaarschuwd voor de nadelige gevolgen van de transactie en de wilsovereenstemming niet had gecontroleerd. De rechtbank wees de vordering af. De concept-aktes waren telkens gedeeld met de advocaat van de klagende partij, die haar gedurende het hele onderhandelingstraject bijstond. De notaris gaf slechts uitvoering aan overeenkomsten die de partijen, bijgestaan door hun eigen advocaten, al hadden gesloten. Onder die omstandigheden mocht hij erop vertrouwen dat de belanghebbende voldoende was voorgelicht, en ontging het de rechtbank waarom op hem een verdergaande waarschuwingsplicht zou rusten.

De Gelderse reddingsoperatie markeert de andere kant. Ook daar ging het om een ervaren investeerder, en ook daar betoogde de notaris dat de partij professioneel was. Dat mocht niet baten. Anders dan in de Groningse zaak had de notaris nooit rechtstreeks met de investeerder gesproken, had hij uitsluitend met andere betrokkenen over de bedoeling van de operatie overlegd, en was de beslissende betalingsverplichting pas op het laatste moment in de akte opgenomen. Dat de investeerder ervaring had in het doen van investeringen, ontsloeg de notaris niet van de plicht zich ervan te vergewissen dat die investeerder de inhoud van de akte kende en wilde. Het verschil tussen beide uitspraken zit dus niet in de professionaliteit van de cliënt, maar in de vraag of de notaris in redelijkheid mocht aannemen dat de partij al voldoende was voorgelicht.

De zorgplicht die zich uitstrekt tot derden: de Novitaris-lijn

Anders dan bij veel andere beroepsbeoefenaren kan de zorgplicht van de notaris zich ook uitstrekken tot personen die geen partij bij de akte zijn. Dat is de kern van de zogenoemde Novitaris-lijn. Het gerechtshof Amsterdam vatte die maatstaf in de veilingzaak samen. De functie van de notaris in het rechtsverkeer verplicht hem onder bijzondere omstandigheden tot een zekere zorg voor de belangen van derden die mogelijkerwijs bij de van hem verlangde ambtsverrichting zijn betrokken. Die zorg kan meebrengen dat de notaris gegronde redenen heeft, als bedoeld in art. 21 lid 2 Wna, om zijn dienst te weigeren of op te schorten. Verleent hij de dienst toch, dan kan dat zijn civielrechtelijke aansprakelijkheid jegens de betrokken derde meebrengen.

In de veilingzaak zelf strandde het beroep op die zorgplicht. Een hypotheekgever verweet de veilingnotaris dat deze de voorbereiding van een executieveiling had voortgezet terwijl een onderhandse verkoop al rond zou zijn. Het hof oordeelde dat de notaris de zorgplicht niet had geschonden: de hypotheekgever was in verzuim, de bank mocht in beginsel executeren, en de notaris mocht ervan uitgaan dat de bank geen misbruik van haar bevoegdheid maakte. Zijn zorgplicht ging in de gegeven omstandigheden niet zo ver dat hij zelfstandig nader onderzoek naar dat misbruik moest doen.

Hoe die zorgplicht jegens derden wordt begrensd, komt scherp naar voren in de zaak over de donorkinderen, die het gerechtshof Amsterdam in tuchtrechtelijke hoedanigheid behandelde. Een notaris had aktes rond een woonhuis uit een nalatenschap gepasseerd. Later stelden donorkinderen van de erflater zich als schuldeisers op. Het hof oordeelde dat de Novitaris-criteria niet golden voor deze op dat moment nog volledig onbekende derden. Ten tijde van het passeren waren er slechts krantenberichten over beschuldigingen; er was geen concrete, kenbare claim en geen beslag waaruit een aanspraak bleek. De zorgplicht jegens derden veronderstelt dus dat de belangen van die derden voor de notaris kenbaar zijn. Een oprekking tot volstrekt onbekende, mogelijke belanghebbenden zou, zo klinkt in de uitspraak door, tot een onwerkbare praktijk leiden.

Wat er in de praktijk misgaat bij het redigeren van akten

Opvallend in de geanalyseerde uitspraken is hoe vaak de fout ligt in de formulering van één bepaling. In de winstrechtzaak was het de zinsnede "het gehele vennootschapsvermogen". Verkoop door een CV van haar hele vennootschapsvermogen is een moeilijk denkbare figuur, en juist die term gaf de kopers een argument om niet uit te keren toen slechts één pand werd verkocht. De kamer voor het notariaat noemde de redactie ronduit gebrekkig. Een enkele, ondoordacht gekozen term bepaalde zo of de verkoper aanspraak kon maken op ruim een miljoen euro.

In de Gelderse reddingsoperatie zat het gebrek niet zozeer in de bewoordingen als wel in het proces eromheen. De inhoud van de akte was tussen twee concepten ingrijpend gewijzigd, waarbij een lening onder nader te bepalen voorwaarden veranderde in een harde betalingsverplichting op een vaste datum. Die wijziging werd niet met de investeerder besproken en dook pas in de definitieve versie op. Het redigeren van een akte is dus niet af met een juridisch correcte tekst; ook de veranderingen tussen versies en de communicatie daarover behoren tot de zorg van de notaris.

Beide zaken laten zien dat de grens tussen een ministeriële kern-taak en advies in de praktijk dun is. De notaris die een bepaling formuleert, maakt keuzes met materiële gevolgen voor partijen. Zodra die keuzes afwijken van wat een partij voor ogen had, of onduidelijk laten wat is bedoeld, komt de zorgplicht in beeld. In de geanalyseerde uitspraken helpt het verweer dat de notaris "alleen vastlegde wat partijen wilden" hem dan niet, tenzij vaststaat dat de partij door een eigen deskundige adviseur volledig was voorgelicht.

Van zorgplichtschending naar schadevergoeding: causaal verband en stelplicht

Een geschonden zorgplicht leidt niet automatisch tot aansprakelijkheid. Er moet ook causaal verband bestaan tussen de schending en de schade, en juist op dat punt lopen procedures spaak. De winstrechtzaak draait er zelfs volledig om. Het hof had veronderstellenderwijs aangenomen dat de notarissen hun zorgplicht hadden geschonden, maar wees de vordering af omdat de verkoper naar het oordeel van het hof onvoldoende had gesteld dat hij de schade zonder die schending niet zou hebben geleden. Van hem werd verlangd dat hij gemotiveerd het scenario schetste dat zich zou hebben voorgedaan bij onberispelijk optreden van de notarissen.

De Hoge Raad corrigeerde dat oordeel. Het hof had te hoge eisen aan de stelplicht gesteld, althans relevante stellingen buiten beschouwing gelaten. Voor de vraag of de door de verkoper bepleite afspraak met de kopers tot stand was gekomen, kwam niet alleen betekenis toe aan de bedoeling van de kopers, maar ook aan de wil en bedoeling van de verkoper zelf. Dat betoog had het hof in zijn oordeel moeten betrekken. De zaak ging naar een ander hof voor een nieuwe beoordeling. De uitspraak bevestigt daarmee dat het debat over causaal verband niet mag worden platgeslagen tot de vraag wat de wederpartij wilde.

Interessant is dat de verdeling van de stelplicht rond het causaal verband in de geanalyseerde uitspraken uiteenloopt. In de winstrechtzaak lag de stelplicht dat de schade zonder schending was uitgebleven bij de benadeelde. In de Gelderse reddingsoperatie oordeelde de rechtbank juist dat de stelplicht en bewijslast ter zake van het ontbreken van causaal verband op de notaris rustten; omdat de notaris niet gemotiveerd had gesteld waarom de investeerder ook bij juiste voorlichting zou hebben getekend, kwam het causaal verband vast te staan. Dat verschil hangt samen met de aard van het verwijt en de wijze waarop het partijdebat is gevoerd, en het laat zien dat de bewijslastverdeling bij beroepsfouten van de notaris geen vast gegeven is.

Tuchtrecht en civiele aansprakelijkheid: twee verschillende toetsen

Een terugkerend misverstand is dat met een gegronde tuchtklacht de civiele aansprakelijkheid van de notaris vaststaat. De geanalyseerde uitspraken weerspreken dat. Het tuchtrecht, uitgeoefend door de kamer voor het notariaat en in hoger beroep door het gerechtshof Amsterdam, toetst het handelen van de notaris aan de tuchtnorm en kan leiden tot maatregelen als een waarschuwing of een berisping. De civiele rechter beoordeelt iets anders: of de notaris jegens een concrete partij onrechtmatig of toerekenbaar tekort is geschoten, en of daaruit schade is voortgevloeid.

De winstrechtzaak maakt het verschil tastbaar. De kamer voor het notariaat had de klacht over de gebrekkige winstrechtclausule tegen één van de notarissen gegrond verklaard en hem een waarschuwing opgelegd. Toch was daarmee de civiele uitkomst niet gegeven: de rechtbank wees toe, het hof wees af op het punt van het causaal verband, en de Hoge Raad moest eraan te pas komen. Een tuchtrechtelijk verwijt over de redactie van een clausule vertaalt zich dus niet zonder meer in een geslaagde schadevergoedingsvordering, omdat de civiele toets aanvullende eisen stelt aan onder meer het causaal verband en de schade.

De zaak over de donorkinderen toont de omgekeerde beweging. Die procedure speelde zich volledig in het tuchtrecht af en eindigde met een berisping, uitsluitend voor het geschonden onderdeel over de onderzoeksplicht. Het klachtonderdeel over de zorgplicht jegens de donorkinderen als derden werd ongegrond verklaard. Wie uit die berisping zou afleiden dat de notaris ook civielrechtelijk jegens de nalatenschap of de donorkinderen aansprakelijk is, trekt een conclusie die de uitspraak niet draagt. Tuchtrechtelijke gegrondheid en civiele aansprakelijkheid zijn afzonderlijke vragen, met eigen maatstaven en eigen gevolgen.

Waar de schade wordt verhaald: de Geschillencommissie Notariaat of de rechter

Naast de tuchtrechter en de civiele rechter bestaat een derde, laagdrempelig spoor voor wie schade door een notaris wil verhalen: de Geschillencommissie Notariaat. De regeling geldt voor het gehele notariaat. Zij berust op de Verordening Klachten- en geschillenregeling van de KNB, vastgesteld op grond van art. 55 lid 2 Wna, en is op de dienstverlening van de notaris van toepassing ongeacht of hij haar in zijn algemene voorwaarden heeft opgenomen. De commissie behandelt klachten over de dienstverlening, declaratiegeschillen en schadevorderingen tot een bedrag van € 10.000.

Hoe de commissie beslist, hangt af van de cliënt. Voor consumenten oordeelt de Geschillencommissie Notariaat bij bindend advies, mits de consument bereid is het betwiste bedrag in depot te storten; blijft dat depot uit, dan doet de commissie uitspraak bij arbitraal vonnis. Voor zakelijke cliënten beslist de Geschillencommissie Notariaat Zakelijk via arbitrage. In beide gevallen bindt de uitspraak zowel de cliënt als de notaris. Uitgangspunt blijft dat partijen het geschil eerst onderling proberen op te lossen; pas wanneer dat niet lukt, staat de commissie open.

Het bedrag van € 10.000 vormt de grens. Een schadevordering die dat bedrag te boven gaat, valt buiten de regeling, tenzij de benadeelde zijn vordering uitdrukkelijk tot € 10.000 beperkt. Wie de volledige schade wil verhalen, is aangewezen op de gewone civiele weg bij de rechtbank, met de eisen aan onrechtmatigheid of toerekenbare tekortkoming, causaal verband en schade die hiervoor aan de orde kwamen.

De forumkeuze heeft gevolgen. Een bindend advies is naderhand slechts beperkt aantastbaar: de rechter zet het alleen opzij wanneer gebondenheid eraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (art. 7:904 BW). Wie de volledige, hogere schade wil verhalen, weegt de civiele weg daarom van meet af aan. De Verordening Klachten- en geschillenregeling is in juli 2026 gemoderniseerd; het maximumbedrag van € 10.000 volgt uit het Reglement Geschillencommissie Notariaat.

Wat betekent dit voor de notaris, de cliënt en de benadeelde derde?

Voor de notaris ligt in de geanalyseerde uitspraken de nadruk op vastlegging van de voorlichting. De zaken die de notaris verloor of die na cassatie opnieuw moeten worden beoordeeld, kenmerken zich door het ontbreken van rechtstreeks contact met de partij, door akten die op het laatste moment ingrijpend wijzigen, en door het uitblijven van een controleerbare wilscontrole. Een beroep op de enkele rol van "vastlegger" biedt dan weinig bescherming, zeker niet wanneer een partij geen eigen deskundige adviseur had. Waar een partij wél door een advocaat werd bijgestaan en de concepten steeds werden gedeeld, viel de uitkomst voor de notaris juist gunstig uit. Het onderscheid tussen die situaties is voor de praktijk het meest bruikbare houvast.

Voor de cliënt geldt dat de notaris een reële zorgplicht heeft, maar dat die zorgplicht de eigen verantwoordelijkheid niet vervangt. Wie zich laat bijstaan door een deskundige adviseur, kan van de notaris een minder vergaande waarschuwing verwachten dan wie er alleen voor staat. Tegelijk laat de rechtspraak zien dat ook een ervaren, professionele partij aanspraak houdt op deugdelijke informatie over wat zij met een akte werkelijk aangaat, en dat een akte in een vreemde taal onder tijdsdruk daarbij extra aandacht van de notaris vergt.

Voor de benadeelde derde is de boodschap dubbel. De Novitaris-lijn biedt een zelfstandige grondslag om een notaris aan te spreken, ook zonder contractuele band, maar alleen wanneer de belangen van die derde voor de notaris kenbaar waren en er gegronde redenen tot weigering of opschorting bestonden. Enkel mogelijke, nog onbekende aanspraken volstaan niet. En wie de schade wil vergoed zien, moet in de geanalyseerde uitspraken vooral het causaal verband hard maken: gemotiveerd schetsen welk scenario zich zonder de fout zou hebben voorgedaan. Op dat punt sneuvelen vorderingen even vaak als op de vraag of de zorgplicht überhaupt is geschonden.

Veelgestelde vragen

Wanneer is een notaris aansprakelijk voor een beroepsfout?

Een notaris is aansprakelijk wanneer hij niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot zou doen, en die schending tot schade heeft geleid. In de geanalyseerde uitspraken moet de benadeelde ook het causaal verband tussen de fout en de schade voldoende onderbouwen; enkel een gebrekkige akte volstaat niet.

Kan een notaris ook aansprakelijk zijn tegenover iemand die geen cliënt is?

Ja. Volgens de Novitaris-lijn kan de functie van de notaris hem verplichten tot zorg voor de belangen van derden die bij een ambtsverrichting zijn betrokken. Voorwaarde is wel dat die belangen voor de notaris kenbaar zijn. Voor volstrekt onbekende, slechts mogelijke belanghebbenden geldt die zorgplicht in de rechtspraak niet.

Betekent een gegronde tuchtklacht dat de notaris de schade moet vergoeden?

Nee. Tuchtrecht en civiele aansprakelijkheid zijn afzonderlijke toetsen. Een waarschuwing of berisping van de kamer voor het notariaat zegt iets over het beroepsmatig handelen, maar de civiele rechter beoordeelt zelfstandig of sprake is van een toerekenbare tekortkoming, causaal verband en schade. Die kunnen ondanks een tuchtmaatregel ontbreken.

Kan een cliënt schade van de notaris via de Geschillencommissie verhalen?

Ja, tot een bedrag van € 10.000. De Geschillencommissie Notariaat behandelt schadevorderingen en declaratiegeschillen en beslist voor consumenten bij bindend advies, voor zakelijke cliënten via arbitrage. De uitspraak bindt beide partijen. Schade boven € 10.000 valt erbuiten, tenzij de vordering uitdrukkelijk tot dat bedrag wordt beperkt; anders resteert de gewone civiele weg bij de rechtbank.

Aangehaalde rechtspraak

Hoge Raad

  • ECLI:NL:HR:2015:831 (3 april 2015, Novitaris; grondslag voor de zorgplicht jegens derden, aangehaald in de veilingzaak)
  • ECLI:NL:HR:2022:615 (22 april 2022, zorgplicht bij percentage overdrachtsbelasting, afgedaan met art. 81 RO)
  • ECLI:NL:HR:2026:225 (13 februari 2026, zorgplicht bij redactie winstrechtbepaling; stelplicht causaal verband)

Gerechtshoven en rechtbanken

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:2885 (Hof Amsterdam, 6 augustus 2019, veilingnotaris, zorgplicht jegens derden, art. 17 en 21 Wna)
  • ECLI:NL:GHAMS:2023:2327 (Hof Amsterdam, 10 oktober 2023, tuchtzaak, onderzoeksplicht en Novitaris-criteria, berisping)
  • ECLI:NL:RBNNE:2024:4976 (Rb Noord-Nederland, 11 december 2024, aandelentransactie, grens van de zorgplicht bij deskundige bijstand)
  • ECLI:NL:RBGEL:2024:9208 (Rb Gelderland, 8 januari 2025, aandelenuitgifte, informatie- en wilscontroleplicht, beroepsfout)

Lees ook